Klikzink
Wie ons vraagt hoeveel er op een dag dicht kan, wil eigenlijk weten hoe lang de aannemer op het dak moet staan. Een getal per vierkante meter geven wij niet, want dat hangt af van de baanlengte, het aantal details op dat specifieke dak en hoeveel mensen er gelijktijdig kunnen werken. Wat we wel kunnen uitleggen is waar die snelheid vandaan komt, en waarom houten dakbeschot daarbij net iets andere aandachtspunten geeft dan een dak op een stalen of betonnen ondergrond.
Het grootste verschil met een traditioneel felsdak zit niet in het beschot maar in de bevestiging. Bij solderen of haken werkt de dakdekker plaat voor plaat, met naden die op het dak zelf worden afgewerkt. Bij onze banen klikken de felsen in elkaar over een klem die eronder verzonken zit. Er wordt niet door de plaat geschroefd, en er wordt niet gesoldeerd. De klem wordt op de ondergrond geschroefd, de baan wordt aangelegd, de volgende baan klikt vast over de fels van de vorige. Dat is een herhaalbare handeling die niet wacht op droog weer of op een specialist met een soldeerbout. Daardoor kan een ploeg van twee of drie man een rij banen achter elkaar leggen zonder dat elke naad apart wordt dichtgemaakt.
De lengte van de baan is de eerste factor die het tempo bepaalt. Onze banen worden op maat gewalst, tot acht meter aan één stuk, op de millimeter afgekort. Een dakvlak dat in één lengte gedekt kan worden, zonder overlap in de lengterichting, legt aanmerkelijk sneller dicht dan een dak waar om de paar meter een naad moet worden gemaakt. Op houten dakbeschot is dat een reden om de gordingmaat en de kapconstructie al bij de bestelling te laten meewegen: hoe langer de doorlopende baan die past, hoe minder handelingen er per vierkante meter overblijven.
De tweede factor is het aantal details. Een rechthoekig vlak zonder doorvoeren, zonder dakraam en zonder inspringende hoeken is met de klikverbinding relatief vlot te dekken, baan na baan. Zodra er een schoorsteen, een dakdoorvoer of een hoekkeper in het vlak ligt, moet elke baan om dat detail heen worden aangepast, en dat werk gaat niet sneller dan bij een ander felsdak. Sterker, de aansluitingen zijn vaak het onderdeel waar de meeste tijd in gaat zitten, niet het rechte vlak. Hoe dat in de praktijk werkt op houten dakbeschot leggen we per detail apart uit, onder meer bij de aansluiting op de dakdoorvoer en bij de gevelaansluiting.
De derde factor is simpelweg hoeveel mensen er op het dak passen. Bij een steil dak met beperkte werkruimte kunnen niet meer dan twee man tegelijk effectief werken zonder elkaar in de weg te lopen. Op een groot, vlak dakvlak kunnen meerdere ploegen naast elkaar beginnen, elk aan hun eigen rij banen, en dan loopt het tempo vooral op met het aantal beschikbare handen, niet met de methode. Dat is ook waarom wij geen vierkante meters per dag beloven: het antwoord verschilt per dakvorm en per bemanning, en wie dat toch als getal wil horen, koopt een belofte die op zijn eigen dak niet hoeft te kloppen.
Dan het beschot zelf. Houten dakbeschot, geschaafde delen of platen op de gordingen, is de klassieke ondergrond voor een felsdak en de klem schroeft daar prima in vast. Maar de schroef pakt in het hout, en de uittrekwaarde van die schroefverbinding hangt af van de houtsoort en de dikte van het beschot. Dun, zacht hout houdt een schroef minder goed dan dik, dicht hout, en dat is iets waar de aannemer al bij de beschieting rekening mee houdt, niet iets wat wij achteraf kunnen compenseren met een andere klem. Wie hierover meer wil weten, vindt de volledige uitleg over de klemverbinding op dit type ondergrond bij het klikdak op houten dakbeschot.
Het aandachtspunt dat vooral bij hout hoort, en dat het tempo op de bouwplaats indirect beïnvloedt, is vocht. Vochtig hout dat na het dekken nog droogt, krimpt. Een schroef die in vochtig hout is gezet, kan losser komen te zitten zodra het hout zijn definitieve vochtgehalte bereikt. Dat is geen storing van de klikverbinding zelf, maar een eigenschap van de ondergrond waar de klem op rust. In de praktijk betekent dit dat het beschot idealiter op zijn eindvocht is voordat de felsbanen erop komen, en dat is een reden om niet te haasten met dekken zodra het beschot net is gelegd. Wie het tempo wil opvoeren door beschot en bedekking snel achter elkaar te plannen, moet dit meenemen: soms is een dag wachten verstandiger dan een dag winst pakken die later terugkomt als een losse klem.
Dat is ook het punt waarop het antwoord op deze ondergrond ongunstiger kan uitpakken dan op een stalen of betonnen dak. Op staal of beton is de ondergrond maatvast zodra hij er ligt, en is de enige vraag hoe snel de klemmen erop kunnen. Op hout is er een extra stap die niet overgeslagen kan worden zonder risico: het beschot moet de kans krijgen om te zetten voordat het definitief wordt afgewerkt. Wie dat inplant, verliest geen tempo op het dekken zelf, alleen op de volgorde waarin het project wordt aangepakt.
De volgorde op de bouw is dus meer dan het aanleveren van de banen. Eerst het beschot, op tijd gelegd zodat het kan acclimatiseren, dan de klemmen, dan de banen zelf, van dakvoet naar nok, met de details als aparte stap die niet meetelt in het tempo van het rechte vlak. Bij een eenvoudig zadeldak zonder doorvoeren en met beschot dat er al een tijd ligt, gaat het rechte vlak vlot. Bij een dak met een kilgoot, een dakraam en een schoorsteen in hetzelfde vlak ligt het tempo van het geheel dichter bij het tempo van de details dan bij het tempo van de klik.
Wat een aannemer hieraan overhoudt, is een planning die rekening houdt met het beschot als apart onderdeel, niet als vanzelfsprekende basis. Laat het hout op tijd liggen, reken de details apart in, en vraag bij twijfel over de schroefdiepte in een specifieke houtsoort naar onze inschatting op tekening. Dat meedenken kost niets en scheelt achteraf gedoe met een klem die net niet goed vastzit.