Klikzink
Een felsdak dat vastzit door te klikken werkt principieel anders dan een felsdak dat vastzit door te solderen of te schroeven. Op deze pagina laten we zien wat er onder de fels gebeurt, in welke volgorde de banen op het dak komen, en welk detail bij welke situatie past. Niet om overtuigen, maar om te laten zien wat er aan de hand is voordat u het zelf tekent of legt.
Al onze felsbanen hebben een haaks opstaande fels van 35 mm. Onder die fels zit de klem, en die klem is het enige punt waar de plaat aan de ondergrond vastzit. Er gaat geen schroef door het staal. De klem wordt op de juiste afstand op de ondergrond bevestigd, de baan wordt ertegenaan gelegd, en de volgende baan klikt over de fels van de vorige. Dat is het hele principe: bevestiging aan de onderkant, verbinding aan de bovenkant, en de plaat zelf blijft ongeschonden.
Dat heeft een paar directe gevolgen voor hoe een detail eruitziet. Een doorvoer, een hoek, een aansluiting op een kilgoot: bij een gesoldeerd dak wordt daar gesoldeerd, bij een klikdak wordt daar geklemd of wordt de plaat rond het detail gevouwen en aangesloten op de volgende baan. De klem zit altijd verscholen onder de fels, dus ook bij een lastig detail blijft het aanzicht een gesloten rij felsen, geen rij schroefkopjes.
Op de bouw begint het leggen meestal vanaf een vaste kant, bijvoorbeeld de goot of een dakrand, en werkt door naar de nok of de andere rand toe. Elke klem wordt vastgezet, elke baan wordt geklikt, en de volgende klem komt op de fels van de baan die er al ligt. Dat is een repeterende handeling, en dat is precies waarom het tempo hoger ligt dan bij solderen. Solderen vraagt telkens opnieuw verhitten, laten afkoelen, controleren; klikken vraagt een klem plaatsen en een baan erin drukken. Op een dag kan zo een aanzienlijk grotere oppervlakte dicht komen dan met een gesoldeerd dak, al hangt het exacte tempo af van de complexiteit van het vlak, het aantal doorvoeren en de lengte van de banen.
Omdat de banen tot 8000 mm op de millimeter worden afgekort, kan een dakvlak in een aantal gevallen met banen over de volle lengte worden gelegd, van goot tot nok, zonder lasnaad. Dat scheelt niet alleen tijd, het scheelt ook een zwakke plek: elke naad is in principe een punt waar iets kan gaan afwijken, en een baan zonder naad heeft die plek niet. Bij een kort dakvlak, een dakkapel of een gevelvlak met veel doorbrekingen is een baan over de volle lengte vaak niet aan de orde, en dan telt de klikverbinding tussen de banen juist zwaarder in het detail.
Een voorbeeld: een schuur met een doorlopend dakvlak van goot tot nok, zonder dakramen of schoorsteen. Daar kan met lange, op maat gewalste banen worden gewerkt, de klemmen liggen in een regelmatig patroon, en het aantal details blijft beperkt tot de randen. Bij een dakkapel met een klein plat vlak, een paar hoeken en een aansluiting op een bestaand hellend dak ligt dat anders: daar zijn meer klemmen, meer korte banen en meer aansluitdetails nodig, en de winst in snelheid is kleiner dan op het grote vlak van de schuur.
Staal zet uit en krimp bij temperatuurwisseling, en onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als een zinken baan. Dat is minder, maar niet nihil, en de klikverbinding is er juist op gemaakt om die beweging op te vangen zonder dat de plaat vastgezet zit op een punt waar hij niet kan bewegen. Bij een gesoldeerde naad ligt dat anders: die naad is star, en de plaat moet de uitzetting zelf opvangen in het materiaal. Bij een schroefverbinding door de plaat heen zit de plaat vast op het schroefpunt, en dat is precies de plek waar op termijn een probleem kan ontstaan, omdat de plaat rond een vast punt trekt terwijl de rest van de plaat wil bewegen.
De klem onder de fels laat de plaat in de lengterichting meebewegen. Dat is een principekeuze die door het hele detailleringssysteem heen loopt: bochten, hoeken en aansluitingen worden zo getekend dat de baan kan blijven bewegen, in plaats van dat hij ergens wordt vastgezet.
Een dak zonder schroeven door de plaat heeft geen schroefgaten die kunnen gaan lekken, en dat is de reden waarom klikbevestiging vaak wordt gekozen. Maar dat betekent niet dat er geen zwakke plekken meer zijn, het betekent dat de zwakke plekken ergens anders liggen. Bij een klikdak zit de aandacht op de klem zelf: staat hij op de juiste afstand, is hij op de juiste ondergrond bevestigd, en is de klik tussen twee banen goed dichtgeklikt. Bij een detail waar de plaat rondom een doorvoer wordt gevouwen, ligt de aandacht op die vouw: is de plaat daar goed aangesloten op de klem van de aangrenzende baan, of is er een overgang gemaakt die apart moet worden afgedicht.
Dat is een andere manier van kijken dan bij een gesoldeerd of geschroefd dak, maar niet per se een moeilijkere. Het is vooral belangrijk om te weten waar bij dit systeem de aandacht naar moet, en dat is nu eenmaal de klem en de klik, niet het gat in de plaat.
De klikbevestiging is gemaakt voor een regelmatig vlak met een fels die over de volle lengte kan doorlopen. Bij een dakvlak met heel veel kleine doorbrekingen, of bij een vorm die niet in rechte banen te leggen is, zoals een bolvormig dak of een dakvlak met veel gebogen lijnen, is het aantal aansluitdetails zo groot dat het voordeel van snel klikken grotendeels wegvalt tegen het aantal keren dat er iets bijzonders getekend moet worden. In die gevallen kan een andere dakbedekking, of een andere aanpak van diezelfde felsbaan, beter passen. Ook bij een dakhelling onder de zes graden is klikbevestiging op deze manier niet aan de orde; welke hellingen en opbouwen wel geschikt zijn, staat beschreven op de pagina over bouwtechnisch advies.
Ook is het geen systeem waarbij iedereen zomaar aan de haal kan. Het is eenvoudiger dan solderen, dat wel, maar de klemafstand, de ondergrond en de aansluiting op andere bouwdelen moeten kloppen. Wie voor het eerst met dit systeem werkt, doet er goed aan om het eerste project samen met ons door te nemen. Meedenken op tekening kost niets, en dat geldt evengoed voor een eenvoudig schuurdak als voor een dakkapel met een lastige aansluiting.
Op een detailtekening van een klikdak staat precies waar de klem komt, op welke afstand, en hoe de fels van de ene baan in de volgende klikt bij een hoek, een dakrand, een nok of een doorvoer. Dat is nodig omdat elk van die punten net iets anders werkt dan het regelmatige vlak ertussen. Een architect die dit voor het eerst tekent, ziet in zo'n detail meteen waar de klem wel en niet kan liggen, en waar de plaat moet kunnen bewegen. Een dakdekker die het legt, heeft aan diezelfde tekening genoeg om te weten in welke volgorde hij moet werken en waar hij extra aandacht aan moet geven.
Voor de precieze opbouw per dakhelling en ondergrond verwijzen we naar de pagina over bouwtechnisch advies. Hier ging het om het principe zelf: hoe de klem en de klik samen bepalen wat er op het dak gebeurt, van de eerste baan bij de goot tot de laatste aansluiting bij de nok.