Klikzink

Felsdak bevestigen op gordingen zonder beschot

Bij een dak zonder beschot ligt er geen dichte laag onder de felsbaan. Geen underlayment, geen plaat, geen ondergrond die van hart tot hart doorloopt. Er zijn alleen de gordingen zelf, op regelmatige afstand naast elkaar, met lucht ertussen. Onze klemmen kunnen daardoor niet overal zitten waar de baan dat nodig zou hebben. Ze kunnen alleen zitten waar een gording ligt.

Dat is een andere uitgangspositie dan bij een dak met beschot. Daar bepaalt de dakdekker zelf hoe vaak een klem komt, ongeveer om de zoveel centimeter, verdeeld naar wat de situatie vraagt. Op gordingen zonder beschot ligt die verdeling al vast voordat de eerste baan gelegd wordt. De klem landt op de gording of hij landt nergens. Wie hier een felsdak bevestigt, ontwerpt dus niet de klemafstand, maar leest hem af van de constructie die er al staat.

De gordingafstand is de klemafstand

Stel dat de gordingen op 60 centimeter hart op hart liggen. Dan zit ook de klem om de 60 centimeter, in de lengte van de baan. Liggen ze op 40 centimeter, dan is dat de maat die telt. Er is geen tussenweg: de klem kan niet op een plek zitten waar geen hout is om hem in te schroeven. Dat betekent dat de gordingmaat, die meestal is bepaald met het oog op de sterkte van de balk zelf en het gewicht van de dakopbouw, óók de maat wordt die zegt hoeveel wind dit dak aankan.

Dat is een omkering die niet iedereen op het bouwterrein verwacht. Bij een dak met beschot is de bevestiging een kwestie die je oplost nadat de constructie klaar is. Bij een dak zonder beschot moet die vraag eerder gesteld worden, namelijk op het moment dat de gordingmaat wordt vastgelegd. Een architect die op tekening een ruime gordingafstand aanhoudt omdat dat aantrekkelijk oogt vanuit de kap gezien, bepaalt daarmee tegelijk hoe dicht de klemmen straks kunnen staan. Wij denken daarom liever mee voordat de gordingen gezaagd zijn dan erna.

Wat er gebeurt tussen de gordingen

Tussen twee gordingen hangt de felsbaan vrij. Er is geen ondergrond die de plaat ondersteunt, alleen de fels aan beide zijkanten die de baan zijn stijfheid geeft. Bij een baan van 475 mm werkende breedte en een gordingafstand die daar goed op aansluit, is dat te overzien. Bij een ruimere afstand wordt het overspannen deel groter, en daarmee ook de kans dat de plaat onder wind of eigen gewicht meebeweegt op een manier die niet de bedoeling is.

Dit is precies het punt waar plaatdikte en gordingafstand elkaar raken. Onze banen zijn 0,55 mm staal, zwaar genoeg om zichzelf te dragen over een redelijke afstand, maar niet onbeperkt. Bij grotere gordingafstanden is het gebruikelijk om een drukverdeler toe te passen, een strook die de belasting van de klem over een breder deel van de gording verspreidt en die tegelijk het overspannen vlak van de plaat verkleint. Waar precies die grens ligt en welke drukverdeler daarbij past, is een vraag voor de constructeur, niet iets wat wij hier invullen. Wat wij wel weten: hoe groter de gordingafstand, hoe belangrijker die vraag wordt, en hoe eerder hij gesteld moet worden.

Geen beschot, geen tweede vanglijn

Bij een dak met beschot is er iets onder de felsbaan dat meewerkt als er ergens iets misgaat: een dichte plaat die water tegenhoudt, zelfs als een klem ooit zijn werk niet meer doet zoals bedoeld. Zonder beschot is die tweede laag er niet. Wat er onder de felsbaan hangt, is de binnenkant van de kap, of een dampopen folie, of niets. Dat is geen nadeel van onze bevestiging op zich, het is een eigenschap van deze hele dakopbouw, en het is de reden waarom wij bij een blinde bevestiging op gordingen extra precies zijn over de klemafstand. Waar bij een dak met beschot een kleine afwijking in de klemafstand nog wordt opgevangen door de ondergrond, is er hier niets dat dat overneemt.

Dat verandert ook hoe wij aankijken tegen wat er over twintig jaar kan gebeuren. Een dak met beschot heeft als zwakke plek vooral de doorboringen die er ooit in zijn gemaakt, voor leidingen, voor bevestigingen die niet blind zijn uitgevoerd. Onze banen hebben die doorboringen niet, maar een dak zonder beschot heeft daarvoor in de plaats een andere zwakke plek: de klem zelf, en de vraag of hij op de juiste plek zit, op de juiste gording, met de juiste tussenruimte. Bij een dak met beschot corrigeert de ondergrond een kleine fout. Bij een dak zonder beschot corrigeert niets die fout. Dat maakt het leggen zelf minder foutvergevend, ook al is het leggen op zichzelf niet moeilijker dan op een dicht dak.

Hoe dat op de bouw uitpakt

Op de bouwplaats betekent dit dat het leggen begint met opmeten, niet met klikken. Voordat de eerste baan valt, wordt vastgesteld waar elke gording precies ligt, en of die maat overal gelijk is of ergens afwijkt. Bij een dak dat in één fase is opgebouwd is die maat meestal consistent. Bij een verbouwing, waar oude gordingen zijn blijven liggen en nieuwe zijn bijgeplaatst, komt het voor dat de tussenafstand per veld verschilt. Dat is precies het moment waarop een dakdekker de klemafstand niet kan aanhouden zoals hij die gewend is van een dicht dak, en waarop hij per veld opnieuw moet kijken wat haalbaar is.

De snelheid waarmee een felsdak dichtgaat, hangt op een dicht dak vooral af van de lengte van de banen en de ruimte om te werken. Op gordingen zonder beschot komt daar de gordingmaat bij als vertragende factor, niet omdat het klikken zelf trager gaat, maar omdat de voorbereiding, het uitzetten van de klemposities op de juiste gordingen, meer aandacht vraagt dan op een vlak dat overal gelijk is. Wie dat van tevoren weet, plant er rekening mee, en dat is doorgaans genoeg om het geen probleem te laten worden.

Waar dit wel en niet de goede keuze is

Een felsdak zonder beschot werkt goed waar de gordingafstand aansluit bij wat de baan en de klem kunnen dragen, en waar van tevoren is nagedacht over die maat. Het werkt minder goed als de gordingafstand is vastgelegd zonder rekening te houden met de bevestiging die er straks op moet, en achteraf blijkt dat er drukverdelers nodig zijn die niet waren voorzien, of dat de overspanning tussen de gordingen groter is dan wenselijk. In dat geval is het niet de klem die faalt, het is de volgorde waarin de beslissingen zijn genomen.

Wij denken kosteloos mee op tekening, ook specifiek over de vraag hoe een gordingmaat zich verhoudt tot de klemafstand die daarbij past. Dat is een gesprek dat het meeste oplevert vóór de gordingen liggen, niet erna. Voor de vragen die hier niet aan de orde komen, over dakhelling, over condens en de opbouw van de isolatie, over kleur en het aanzicht van het vlak, verwijzen wij naar klikfels.com en zinklook.com. Voor de aansluitingen op dit type dak, van nok tot dakraam, staat op elke onderdeelpagina hoe dat specifieke punt wordt opgelost.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink