Klikzink

Uitzetting bij gordingen zonder beschot

Staal zet uit als het warm wordt en krimpt als het weer afkoelt. Bij onze felsbanen is dat ongeveer half zoveel als bij zink, maar het is niet niks. Een baan van tien meter lang kan tussen een koude winternacht en een hete zomerdag een paar millimeter per strekkende meter in lengte verschillen. Dat gebeurt op elk dak, met elke ondergrond. Het bijzondere bij gordingen zonder beschot is niet de uitzetting zelf, maar waar de klemmen dan wel en niet kunnen zitten, en wat dat betekent voor wat het dak kan hebben.

Op een dicht dakbeschot kan de klem overal staan waar de aannemer hem wil hebben. De ondergrond is een vlak, en de klemafstand wordt bepaald door wat het dak aan wind moet kunnen weerstaan, niet door wat de constructie toelaat. Zonder beschot ligt dat anders. Er is geen doorlopend vlak om op te schroeven, er zijn alleen de gordingen: balken op een onderlinge afstand die door de constructeur is bepaald, meestal iets van 600 tot 900 millimeter, soms meer. De klem moet op een gording staan, anders houdt hij niets vast. Dat betekent dat de klemafstand in de lengterichting van de baan wordt vastgelegd door de gordingmaat, en niet door wat voor de windbelasting eigenlijk gunstig zou zijn.

Waarom de vaste klem en de schuifklem hier allebei tellen

Bij elke felsbaan zit er in de lengte één klem die vastzit, de vaste klem, en zitten de andere klemmen zo dat de baan er in kan schuiven, de schuifklemmen. De vaste klem legt het beginpunt vast van waaruit de baan mag bewegen. De schuifklemmen laten die beweging toe zonder dat de plaat zelf gaat golven of trekken. Op een dicht beschot kunt u die vaste klem vrij kiezen, ergens in het midden van de baan bijvoorbeeld, zodat de uitzetting zich naar beide kanten verdeelt. Op gordingen zonder beschot ligt de positie van elke klem al vast, namelijk op een gording, en dus ligt ook de positie van de vaste klem vast op de gording die daarvoor het meest geschikt is. Bij een lange baan met veel gordingen is dat meestal ergens in het midden van de rij, maar de exacte plek wordt bepaald door waar de gordingen toevallig liggen, niet door wat voor de uitzetting ideaal zou zijn.

Dat is op zich geen probleem, want de schuifklemmen zijn precies voor die situatie gemaakt. Ze geven de baan de ruimte om te bewegen zonder dat er iets vastloopt. Waar het wel toe doet, is de afstand tussen die schuifklemmen. Hoe verder de klemmen uit elkaar staan, hoe meer lengte er tussen twee klemmen kan uitzetten, en hoe groter de kans dat een baan tussen twee gordingen in gaat golven als hij nergens tussenin nog een steunpunt heeft. Op een dicht beschot lost u dat op door gewoon een extra rij schroeven te zetten waar dat nodig is. Op gordingen zonder beschot kan dat niet: er is geen extra bevestigingspunt te maken tussen twee gordingen, want daar is geen balk om op te klemmen.

Wat de gordingafstand met de windbelasting doet

Dit is het punt waar deze ondergrond ongunstiger uitpakt dan een dicht beschot. Bij een dicht dakbeschot bepaalt de windbelasting hoe dicht de klemmen bij elkaar moeten staan, en de klemafstand past zich daar naar. Bij gordingen zonder beschot is het net andersom: de gordingafstand ligt vast door de constructie, en daarmee ligt ook de klemafstand vast. De vraag wordt dan niet meer "welke klemafstand hebben we nodig voor deze windbelasting", maar "wat kan deze klemafstand aan wind hebben". Bij een ruime gordingmaat van 900 millimeter kan de toelaatbare windbelasting op dat dak lager uitkomen dan wat op een dicht beschot met een fijnere klemafstand mogelijk zou zijn geweest. Een dak op een blootgestelde locatie met wijd uit elkaar liggende gordingen is dus een geval waarin gordingen zonder beschot niet vanzelf de gunstigste keuze is, en waarbij het verstandig kan zijn om vooraf te kijken of de gordingmaat wel bij de locatie past voordat het dakbeschot definitief wordt weggelaten.

Wat er in de praktijk gebeurt als een baan nergens heen kan

Als een baan wel uitzet maar de klemmen die beweging niet toelaten, gaat het materiaal iets anders doen dan strak liggen. Het gaat golven, meestal zichtbaar als een lichte welving in het vlak, vooral bij felle zoninstraling op een donkere kleur, wanneer het temperatuurverschil met de nacht het grootst is. Dat is geen lekkage op zichzelf, maar het is wel een teken dat de klemmen de beweging niet goed hebben opgevangen, en op langere termijn kan het de klem zelf gaan belasten op een manier waar hij niet voor bedoeld is. Bij een goed uitgevoerde klemverdeling op gordingen gebeurt dit niet, omdat de schuifklemmen precies zijn ontworpen om die lengteverandering op te vangen zonder dat de plaat ergens klem komt te zitten. Het punt is dat de ruimte om te schuiven er wel moet zijn, en dat die ruimte samenhangt met hoeveel klemmen er per strekkende meter baan aanwezig zijn, wat weer teruggaat op de gordingafstand.

Waarom een dak zonder doorboringen hier een andere zwakte heeft

Bij een traditioneel felsdak met schroeven door de plaat is de zwakke plek meestal de schroef zelf: een gaatje in het metaal waar op termijn iets kan gaan zitten. Bij onze banen is er geen gaatje, de klem grijpt onder de fels, en dat verandert waar de aandacht naar moet gaan. Op een dicht beschot is dat verschil in het voordeel van de klikbevestiging, omdat er simpelweg geen doorboring is die kan gaan lekken. Op gordingen zonder beschot komt er een ander aandachtspunt bij: de klem hangt niet aan een dicht vlak dat overal evenveel steun geeft, maar aan een balk op een vaste afstand, en de sterkte van het geheel hangt dus mede af van hoe goed die klem op die ene gording is bevestigd, en van de vraag of de gordingmaat past bij wat er aan windbelasting wordt gevraagd. Dat is een andere zwakke schakel dan bij een dicht beschot, niet per se een grotere, maar wel een die vraagt om vooraf te rekenen in plaats van achteraf te repareren.

Wat dit betekent voor de keuze vooraf

Bij een dak op gordingen zonder beschot loont het om de gordingafstand mee te nemen in het gesprek voordat de banen worden bepaald, en niet pas op de bouw. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en dat is precies het moment waarop de klemafstand, de gordingmaat en de windbelasting samen bekeken kunnen worden. Bij een fijne gordingmaat op een rustige locatie is er weinig aan de hand. Bij een grove gordingmaat op een blootgestelde locatie is het beter om dat vooraf te weten dan pas te merken dat de baan tussen twee gordingen begint te golven.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink