Klikzink
Staal wordt langer als het warm wordt. Een felsbaan van tien meter op een zuidgericht dakvlak ligt in de zon zomaar aan een oppervlaktetemperatuur van vijftig graden of meer, terwijl hij 's nachts terugkoelt naar buitentemperatuur. Dat verschil zet de plaat aan het werk. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als een zinken dak, maar half zoveel is niet niks: over een lengte van tien meter gaat het om een beweging van enkele millimeters, en die beweging moet ergens heen kunnen. Als dat niet kan, gaat de baan golven, want het staal buigt dan liever een beetje op dan dat het scheurt.
De klem regelt waar die beweging heen mag. Onder elke fels zit een klem die de baan aan het dakbeschot koppelt, en die klemmen zijn niet allemaal gelijk. Bij de vaste klem, meestal ergens in het midden van een lange baan of bij de nok, zit de plaat vast. Bij de schuifklem, verder naar de dakvoet toe, kan de plaat over de klem heen bewegen terwijl de klem zelf op zijn plaats blijft. Zo krijgt de baan één punt waar hij aan vastzit en de ruimte om vanaf dat punt in beide richtingen te bewegen. Een dak dat alleen met vaste klemmen is gelegd, heeft nergens die ruimte, en dat is precies waar je op een warme dag de golving in het vlak ziet ontstaan, vooral bij lange banen op een groot, onbeschaduwd dakvlak.
Op een houten dakbeschot, geschaafde delen of aaneengesloten planken op de gordingen, zit de klem met een schroef in het hout vast. Die schroef pakt in het hout zelf, niet in een stalen of betonnen ondergrond, en de kracht waarmee hij vastzit hangt af van de houtsoort en de dikte van het beschot. Een dikke plank van een dichte houtsoort geeft een schroef meer om zich in vast te zetten dan een dunne plaat zachthout. Dat is op zichzelf geen probleem zolang het beschot aan de gangbare eisen voldoet, maar het is wel de reden dat de uittrekwaarde van de klemschroef op hout altijd een aandachtspunt is dat op een stalen ondergrond niet bestaat.
Belangrijker nog is wat er met het hout zelf gebeurt. Hout dat vochtig wordt verwerkt, en dat gebeurt vaker dan je zou willen, gaat na verwerking krimpen als het droogt. Die krimp gaat in het hout zelf, niet in de schroef en niet in de klem, maar de schroef zit er middenin. Als het hout onder de schroef krimpt, kan de klemkracht afnemen zonder dat dat van bovenaf te zien is. Dat is een ander mechanisme dan de uitzetting van de stalen baan erboven, maar de twee spelen zich wel op hetzelfde detail af: de klem is het punt waar de beweging van het staal en de beweging van het hout elkaar raken. Op een ondergrond die zelf niet beweegt, zoals een stalen dakplaat, hoeft de klem alleen de uitzetting van de felsbaan op te vangen. Op houten beschot moet die klem dat doen terwijl de ondergrond zelf ook nog kan krimpen of, bij een lekkage elders, kan opzwellen.
Stel een dakvlak van twaalf meter lang, gelegd met banen die van goot tot nok doorlopen. Bij een stalen ondergrond is de aanname dat het beschot maatvast blijft, en dan is de enige rekening die telt de uitzetting van de felsbaan zelf: de schuifklemmen laten de plaat bewegen, de vaste klem houdt hem op zijn plek, en dat volstaat. Bij houten beschot komt daar de vraag bovenop of het hout, na verwerking, nog gaat bewegen. Bij droog, goed geconditioneerd hout is dat verschil in de praktijk klein. Bij hout dat te vochtig is aangevoerd of dat een winter lang heeft afgewisseld tussen droog en vochtig omdat het dak nog niet dicht was, kan de speling onder de klemmen na een tijd anders zijn dan bij het leggen. Dat merk je niet aan een lekkage op korte termijn, want de fels zelf blijft dicht. Je merkt het aan een lichte oneffenheid in het vlak, een baan die net niet meer helemaal vlak tegen zijn buren aan ligt, op plekken waar de klem is meebewogen met houtwerk dat niet stil bleef staan.
De volgorde waarin een dakdekker de banen legt, houdt daar al rekening mee. Er wordt met enige tussenruimte gewerkt tussen de vaste klem en het eerste punt waar een schuifklem zit, zodat de baan een duidelijke richting heeft om in te bewegen. Bij een dak op houten beschot wordt die volgorde niet anders gelegd dan bij een dak op een stalen ondergrond, maar de dakdekker doet er goed aan om vooraf te controleren of het beschot zelf droog genoeg is voordat de eerste baan erop komt. Dat is geen vraag over isolatie of dampdichtheid, dat staat elders, het is een vraag over of de schroeven onder de klemmen straks nog vastzitten in hout dat niet meer beweegt.
Op een stalen dakplaat als ondergrond is de uittrekwaarde van een klemschroef een constante: het materiaal beweegt niet en droogt niet uit. Op houten dakbeschot is dat een variabele, en die variabele is precies waarom een klikdak op hout iets minder voorspelbaar is dan een klikdak op een stalen ondergrond. Dat is geen reden om hout af te raden als ondergrond, het gebeurt op grote schaal en zonder problemen, maar het is wel de reden dat bij hout de kwaliteit van het beschot zelf net zo zwaar meetelt als de manier waarop de klemmen zijn gezet. Een dakdekker die een klikdak op een net getimmerd houten beschot legt, doet er goed aan te weten hoe lang dat hout al ter plaatse ligt en onder welke omstandigheden.
Dit stuk gaat over de bevestiging, niet over hoe je een compleet klikdak op houten beschot aanlegt van gording tot dakrand; dat komt op een andere pagina aan de orde. Voor de vraag hier, wat uitzetting doet met de klemmen en wat het hout daarin voor eigen rol speelt, geldt vooral dit: de felsbaan zet uit zoals elke stalen plaat dat doet, de klemmen zijn daarop gemaakt, en op houten beschot is de enige extra rekening die u moet meenemen de staat van het hout zelf op het moment dat de eerste schroef erin gaat.