Klikzink

Uitzetting bij klikdak op houtwolcementplaat

Staal wordt langer als het warm wordt. Een baan van tien meter die in de zon vijftig graden warm wordt, groeit een paar millimeter. Dat is bij deze stalen felsbanen ongeveer de helft van wat een zinken dak in dezelfde omstandigheden doet, maar het is niet niks, en het moet ergens heen kunnen. Dat is de kern van klikbevestiging: niet elke klem houdt de baan op zijn plek, en dat is met opzet.

Onder elke baan zitten klemmen die de fels vastpakken zonder dat er een schroef door de plaat gaat. Een deel van die klemmen is vast: die bepaalt waar de baan niet weg kan. De rest is een schuifklem, die de baan vasthoudt in de breedte maar hem in de lengte laat bewegen. Bij een goed gelegde baan zit er één vast punt, meestal in het midden of aan de kant waar de baan begint, en werkt de uitzetting zich vandaar naar beide einden uit. Zo weet elk deel van de baan waar het naartoe kan groeien, en blijft de beweging voorspelbaar.

Waarom dat op houtwolcementplaat strikter moet

Op een dicht, stijf dakbeschot van hout of staal is er wat marge. Zit een schuifklem net iets te strak, dan geeft de ondergrond een beetje mee, of merkt niemand het omdat de rest van het systeem het opvangt. Houtwolcementplaat is een andere ondergrond dan de meeste daken waar dit systeem op ligt. De plaat is dik, drukvast in het vlak, maar zacht in de rand waar een schroef of klemvoet grip moet vinden. Dat maakt de plaat zelf niet slechter, maar het betekent dat een fout in de klemverdeling hier minder wordt opgevangen dan elders.

Een voorbeeld. Op een schoolgebouw uit 1968 lag een dakvlak van veertien meter lang, in één deklaag stalen banen gelegd. De aannemer had, zoals gebruikelijk bij een langere baan, één vast punt gepland op twee derde van de lengte. Dat vaste punt was met schroeven in de plaat verankerd, in een zone waar bij de renovatie was gebleken dat de bovenste laag houtwol wat losser zat dan de kern. Na een hete zomer bleek de baan op die plek een paar millimeter verzakt: niet de plaat die bewoog, maar de klemvoet die net iets had losgewerkt onder de herhaalde trek van uitzetten en krimpen. Op een dicht beschot was dat waarschijnlijk niet gebeurd, of pas na jaren. Hier gebeurde het binnen één seizoen omdat de plaat op die ene plek minder trekvastheid had dan gedacht.

De oplossing lag niet in een sterkere klem, maar in een andere verdeling. Het vaste punt kwam op een plek waar de onderconstructie, een gording, extra houvast gaf, in plaats van middenin het vlak van de plaat. De schuifklemmen ertussen kregen iets meer ruimte om te bewegen dan op een dicht beschot gebruikelijk is, zodat de kracht die bij uitzetting op elke individuele klemvoet komt, lager blijft. Dat is geen andere klem, het is een andere planning van waar welke klem komt.

Wat een golvende baan u vertelt

Een baan die golft, meestal zichtbaar als een lichte welving die 's ochtends anders staat dan 's middags, is een baan die nergens heen kon. Dat gebeurt als er te veel vaste punten zijn, of als een schuifklem is dichtgedraaid tot hij niet meer schuift. Op houtwolcementplaat is de verleiding om dat te doen groter dan elders: omdat de plaat zacht aanvoelt onder de voet, willen sommige leggers de klem extra vastzetten voor houvast, en juist daarmee maken ze van een schuifklem een vaste klem. Het resultaat is een baan die bij elke temperatuurwisseling ergens moet knikken, en dat knikpunt is meestal zichtbaar lang voordat het een probleem wordt bij een aansluiting.

Andersom is er een risico dat minder opvalt maar net zo belangrijk is: een schuifklem die te los staat, geeft de baan zoveel speling dat hij bij windbelasting gaat klapperen. Op een dicht beschot hoort u dat, en de klank vertelt waar het probleem zit. Houtwolcementplaat dempt geluid, dus dat signaal valt hier weg. Wie op deze ondergrond bouwt, moet dus meer vertrouwen op de juiste klemafstand vooraf dan op wat het dak later laat horen.

Waar de rand het verschil maakt

De plaatrand is waar houtwolcementplaat het meest afwijkt van een dicht beschot, en dat raakt precies de plekken waar een baan eindigt of van richting verandert. Bij de dakvoet, bij een kilgoot, bij elke doorvoer, moet een klem of bevestigingspunt zijn houvast vinden dicht bij een rand van de plaat of dicht bij een opening die er doorheen gaat. Hoe dat in de basis werkt, staat uitgewerkt bij de aansluiting op de dakrand op houtwolcementplaat, maar voor uitzetting specifiek is de vraag simpeler: hoeveel beweging moet die laatste klemvoet opvangen, en houdt de plaat dat daar wel vast.

Bij een kilgoot komt dat samen met een tweede beweging: twee dakvlakken die ieder hun eigen uitzetting hebben, terwijl de goot ertussen vast moet blijven liggen. Op een dicht beschot lost een iets stijvere klemverdeling in de goot dat probleem meestal zonder gedoe op. Op houtwolcementplaat is de marge kleiner, en is het raadzaam de klemmen rond de kilgoot juist iets ruimer te verdelen dan de vuistregel voor een dicht beschot aangeeft, zodat de laatste klemvoet voor de goot niet de volle uitzettingskracht van het hele dakvlak te verwerken krijgt.

Wat dit betekent voor de planning op de bouw

Op een dicht beschot kan een dakdekker de klemverdeling grotendeels uit het hoofd doen, met een vuistregel voor de afstand tussen vaste en schuivende klemmen. Op houtwolcementplaat is dat één stap te snel. Het is verstandig om voor elk dakvlak vooraf te bepalen waar de onderconstructie, dus de gordingen of ribben onder de plaat, het meeste houvast geeft, en het vaste punt daar te plannen in plaats van op de rekenkundig handigste plek in het vlak. Dat kost bij de voorbereiding een half uur extra overleg tussen de dakdekker en wie de ondergrond heeft aangebracht, en scheelt bij een dakvlak van veertien meter het verschil tussen een dak dat over tien jaar nog vlak ligt en een dak waarvan de golving na één zomer al opvalt vanaf de grond.

Het is niet zo dat houtwolcementplaat dit systeem ongeschikt maakt. De klikverbinding werkt hier zoals overal: zonder doorboring door de plaat, met een klem die schuift waar dat moet en vastzit waar dat moet. Alleen is de foutmarge kleiner, en betaalt zich vooraf uitzoeken waar de plaat wel en niet houvast biedt, hier sneller terug dan op een dak waar de ondergrond zelf de fouten opvangt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink