Klikzink

Aluminium klem op gordingen zonder beschot

Op een dak zonder beschot zit er niets tussen de felsbaan en de draagconstructie. Geen dichte laag om een klem op elke gewenste plek neer te zetten, alleen de gordingen zelf. Dat betekent dat elke klem op een gording moet vallen, en dat de afstand tussen die gordingen rechtstreeks bepaalt hoe vaak de baan wordt vastgehouden. Bij een aluminium klem komt daar een tweede rekensom bovenop: het materiaal van de klem zelf.

Aluminium is licht en roest niet. Voor een klem die op zijn beurt weer aan een gording hangt, is dat gewicht geen toeval, want elke kilo klem is een kilo die de gording moet dragen naast de plaat, de wind en eventueel sneeuw. Maar de reden dat we hier apart bij stilstaan is contact. Aluminium en staal verdragen elkaar niet zomaar. Waar aluminium rechtstreeks tegen constructiestaal komt, met vocht erbij, ontstaat galvanische corrosie: het aluminium tast af, niet het staal. Bij een stalen gording betekent dat dat de klem niet los op het staal mag rusten. Er moet een scheiding tussen zitten, meestal een kunststof tussenlaag of een coating die het directe contact wegneemt. Bij een houten gording speelt dit niet op dezelfde manier, al blijft vocht in het hout een aandachtspunt voor de bevestigingsmiddelen waarmee de klem aan de gording zit.

De tweede reden om aluminium apart te bekijken is uitzetting, en die werkt hier net andersom dan je zou verwachten. Aluminium zet meer uit dan staal bij temperatuurwisseling, maar de felsbanen van Klikzink zijn van staal, en dat zet ongeveer half zoveel uit als zink. De klem zelf, van aluminium, beweegt dus sneller dan de plaat die erin klikt. Dat verschil moet de klem kunnen opvangen zonder dat de fels gaat knarsen of los gaat zitten. Dat is precies waar de klem voor gebouwd is: hij houdt de baan vast en laat hem tegelijk in zijn lengte bewegen. Bij een lange baan op een schuin dak van nok tot goot loopt die beweging op tot een paar millimeter over de hele lengte, en de klem moet dat op elk bevestigingspunt een beetje toestaan zonder de plaat los te laten.

Wat betekent dit voor de afstand tussen de gordingen

Bij een dicht beschot ligt de klemafstand in onze hand: we zetten de klemmen waar de plaat ze nodig heeft, standaard verdeeld over de baanlengte. Zonder beschot ligt die keuze niet meer bij ons, maar bij de constructie die er al staat, of die nog ontworpen wordt. Staat de gording op 600 mm, dan klemt de baan om de 600 mm. Staat hij op 900 mm, dan is dat de klemafstand, en dat is een groter gat tussen twee vaste punten.

Dat gat is waar wind om de hoek komt kijken. Een felsbaan die alleen op de gordingen rust, moet tussen die klemmen door zelf de windbelasting opvangen zonder dat de fels loskomt of de plaat gaat trillen. Hoe groter de tussenafstand, hoe zwaarder die belasting per klem uitpakt, en hoe belangrijker het wordt dat de klem goed vastzit op een gording die zelf stijf genoeg is. Dit is dus niet alleen een vraag aan de klem, maar ook aan de gordingmaat en de gordingafstand die de constructeur al heeft vastgelegd voordat de dakbedekker er is. Wij denken daarover mee op tekening, zonder kosten, juist omdat de klemafstand hier vooraf al vastligt in plaats van dat wij hem kunnen invullen.

Waar dit wel en niet past

Een aluminium klem op een dak zonder beschot past goed waar de gordingafstand binnen een redelijke maat blijft en waar het materiaal van de gording geschikt is om de klem op te bevestigen, hout of staal met een tussenlaag. Het past minder goed waar de gordingen ver uit elkaar staan zonder dat de constructie daar rekening mee heeft gehouden, want dan wordt de klem gevraagd iets op te vangen wat eigenlijk een vraag aan de draagconstructie is. Het is ook een andere opgave dan een dicht dak. Op een dicht beschot is de bevestiging een detail van de dakbedekking; hier is de bevestiging een verlengstuk van de constructie zelf, en dat verandert wie waar verantwoordelijk voor is.

Het raakt ook de randen van het dak. Bij de nok, de goot en de dakrand komt de felsbaan niet meer op een gording maar op een aansluitprofiel of een extra regel, en daar gelden weer andere overwegingen die we apart behandelen, zoals wij uitleggen bij [de nok op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot/nok) en bij [de dakvoet op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot/dakvoet). Wat op het vlakke deel van het dak met de klemafstand gebeurt, gebeurt bij die randen dus net weer anders, omdat daar niet de gordingmaat maar het aansluitdetail de doorslag geeft.

Wat de klem in de praktijk vasthoudt

De klem zelf is geen onderdeel dat je apart ziet liggen op het afgewerkte dak. Hij zit onder de fels, geklemd tussen de opstaande rand van de ene baan en de volgende, en houdt zo de plaat vast zonder dat er een schroef doorheen gaat. Op een dicht beschot is dat een kwestie van de juiste tussenafstand aanhouden. Zonder beschot is de klem gebonden aan waar de gording toevallig ligt, en dat is precies waarom deze ondergrond een ander gesprek vraagt dan een dicht dak. De klem moet het aluminium-staalcontact netjes scheiden als de gording van staal is, de uitzetting van de stalen plaat blijven toestaan ondanks zijn eigen ruimere uitzetting, en dat alles op een afstand die de constructeur al heeft bepaald.

Voor een aannemer of architect die dit uitwerkt, is het advies simpel te formuleren maar niet te simpel om over te slaan: leg de gordingafstand vast voordat de felsbanen besteld worden, controleer of de gording van hout of van staal is, en laat bij staal een scheiding tussen klem en gording opnemen. Wij kijken dat graag na op tekening, met monsters van de kleuren erbij als dat handig is voor de rest van de keuze.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink