Klikzink

De kilgoot op gordingen zonder beschot

De kilgoot is de binnenhoek waar twee dakvlakken samenkomen en naar elkaar toe hellen. Al het water van beide vlakken loopt hierlangs naar beneden, wat betekent dat de belasting op deze ene lijn hoger is dan op een gewoon dakvlak. De banen van beide vlakken eindigen er niet recht, maar schuin, met een snede die de kilhoek volgt. Dat is een zaagwerk-detail, geen bevestigingsdetail, maar de bevestiging rond die schuine snede is waar het bij een kilgoot op gordingen zonder beschot om gaat.

Op een dak met een dichte ondergrond, zoals een beschot of een dakplaat, kan de klem overal staan waar de klemafstand dat vraagt. De ondergrond is er, en de klem gaat erin of erop, onafhankelijk van waar de balken onder zitten. Bij gordingen zonder beschot is er geen dichte laag. De klem kan alleen op een gording bevestigd worden, en dat betekent dat de plaats van de gordingen de plaats van de klemmen bepaalt, niet de andere kant op. In de kilgoot komt dat scherper naar voren dan elders, omdat de gordingen hier vaak anders lopen dan op het rechte dakvlak.

Waarom de kil een andere gordingmaat vraagt

Bij een kilgoot lopen de gordingen van twee dakvlakken naar elkaar toe. Rond de kil zelf staat vaak een extra balk, de kilkeper of kilgording, die de twee vlakken opvangt. De banen die in de kil eindigen, hebben aan hun onderkant een klem nodig die dicht bij de kil zit, om de schuine plaatrand goed te ondersteunen. Staat de gording daar te ver van de kil af, dan mist de plaat op die plek houvast precies waar de belasting het hoogst is. Wij denken dit mee op tekening, en dat kost niets, juist omdat een kilgoot een van de plekken is waar een gordingmaat die op het rechte dakvlak keurig uitkomt, in de hoek zelf niet meer klopt.

De klemafstand die overal elders op het dak geldt, geldt in de kil dus niet zomaar door. Een aannemer die de gordingmaat al vastgezet heeft voor het hele dak, en pas bij de kil ontdekt dat de klemafstand daar niet uitkomt, moet een extra balk laten bijzetten of de plaatmaat aanpassen. Dat is te voorkomen door bij het bepalen van de gordingmaat vooraf te kijken waar de kilgoten liggen, en daar de maat op af te stemmen. Hoe die keuze samenhangt met de rest van het dak leggen wij uit bij [een klikdak op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot), waar de gordingafstand voor een heel dakvlak aan de orde komt.

Wat er misgaat bij een gemiste klem

Een kilgoot die met een goede klemafstand is uitgevoerd, houdt de platen op hun plek, ook onder wind die vanuit de hoek zelf komt. Wind in een kilgoot gedraagt zich anders dan wind op een recht vlak, omdat de hoek zelf een soort trechter vormt waar windkracht zich kan opbouwen. Een klem die precies op de juiste afstand van de kilrand zit, houdt de schuine plaatrand vast op het moment dat die het nodig heeft. Zit de laatste klem voor de kil te ver van de rand af, omdat de gording daar toevallig staat en niet omdat die daar hoort te staan, dan heeft die plaatrand een stuk vrije lengte dat kan gaan bewegen. Bij uitzetting door temperatuurwisseling komt die beweging vanzelf, en een rand die al los kan bewegen door een gemiste klem, krijgt dan een extra reden om te gaan trillen of op te tillen.

Een tweede fout die wij in de praktijk tegenkomen, is dat de kilkeper te licht wordt gedimensioneerd. De kilkeper draagt niet alleen zijn eigen deel van het dakvlak, maar ook de klemmen van de platen die er schuin op aankomen, en dat is een andere belasting dan een gewone gording draagt. Een balk die voor een gewone gording volstaat, is niet automatisch zwaar genoeg voor een kilkeper. Dat is een detail voor de constructeur, maar het is de bevestiging die de vraag oproept: als de klem hier moet zitten, moet de balk hier ook op berekend zijn.

Hoe dit doorwerkt naar de rest van het dak

De kilgoot staat niet los van de rest van het dak. Water dat in de kil samenkomt, moet ergens naartoe, en dat is meestal de dakgoot onderaan. Hoe die aansluiting eruitziet, bespreken wij bij [de goot op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot/goot). De kil zelf grenst ook vaak aan een hoekkeper elders op het dak, en de twee details lijken op elkaar in de zin dat beide een balk vragen die niet toevallig, maar doelbewust op de juiste plek staat; dat detail staat beschreven bij de hoekkeper op gordingen zonder beschot.

Een laatste punt is de volgorde van leggen. Op een dichte ondergrond kan een dakdekker de kil later invoegen, omdat de banen los van de ondergrond liggen te wachten op hun snede. Op gordingen zonder beschot ligt dat anders, omdat er geen tussenvloer is om even op te lopen of materiaal op klaar te leggen. De platen die in de kil aankomen, moeten met hun klem meteen op de juiste gording vallen, en dat vraagt dat de maatvoering van de banen en de ligging van de gordingen al voor het leggen op elkaar zijn afgestemd. Wie dat pas op het dak zelf gaat uitzoeken, staat met een baan in de hand die net niet op een balk uitkomt.

De kilgoot is dus geen apart onderdeel dat je achteraf oplost. Het is een plek waar de gewone regel, dat de gordingafstand de klemafstand bepaalt, het strengst geldt, juist omdat hier het meeste water samenkomt en de wind het hardst grijpt. Een gordingmaat die overal op het dak klopt, moet in de kil apart gecontroleerd worden, en een kilkeper die er zwaar genoeg uitziet, moet ook echt op die extra belasting berekend zijn. Wij denken dat na op tekening voordat er een schroef of klem op het dak zit, en dat is precies het moment waarop een kilgoot zonder verrassingen blijft liggen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink