Klikzink
Wie op internet zoekt naar waar een klikdak lekt, verwacht misschien een verhaal over doorgeroeste schroeven of losgetrokken bevestigingspunten. Bij onze banen is die vraag anders, want er gaat geen schroef door de plaat. De klem zit onder de fels, verborgen tussen twee banen, en daar zit hij vast op de gording. Een lek ontstaat dus niet bij een gat in de plaat. Het ontstaat bij een detail dat niet goed is uitgevoerd, bij een klem die op de verkeerde plek zit, of bij een aansluiting die de plaat niet laat bewegen zoals hij moet.
Op gordingen zonder beschot is er geen dichte laag onder de felsbanen. Er liggen alleen balken, met lucht ertussen, en de klem kan dus alleen bevestigd worden waar een gording ligt. Dat is een andere situatie dan op een dicht dakbeschot, waar de klem overal kan zitten waar dat nodig is. Hier bepaalt de afstand tussen de gordingen waar de klem komt, en die afstand bepaalt op zijn beurt hoeveel wind het dak kan verdragen voordat er iets moet gebeuren. Wij lichten dat uitgebreider toe bij de bevestiging op deze ondergrond in het algemeen, zoals wij uitleggen bij [een klikdak op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot). Hier gaat het puur om de vraag waar het dan kan gaan lekken.
Het eerste zwakke punt zit in de klemafstand zelf. Op een dicht beschot leggen we de klem waar de belasting dat vraagt. Op gordingen zonder beschot moet de klem op de gording zitten, punt. Als de gordingafstand ruimer is dan wat voor die locatie en die windbelasting nodig is, dan zit de klem verder uit elkaar dan wenselijk. De plaat gaat dan meer bewegen tussen de klemmen, en bij herhaalde beweging kan de fels op termijn vermoeien. Dat merkt u niet aan een acuut lek, maar aan een fels die na jaren losser wordt dan hij was. De oplossing ligt niet bij de felsbaan maar bij de constructie: de gordingafstand moet passen bij de klem, niet omgekeerd. Wordt dit vooraf niet goed doorgerekend, dan is dat de eerste plek waar het op de lange termijn misgaat, en die fout zit al in het bouwplan voordat er één plaat op het dak ligt.
Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar het zet nog altijd uit. Onze klemmen zijn daarop gemaakt: ze laten de plaat in de lengte bewegen terwijl ze hem in de breedte vasthouden. Op een dicht beschot is dat een kwestie van de juiste klem op de juiste plek zetten. Op gordingen zonder beschot ligt er een extra risico, namelijk dat een monteur op een plek waar toevallig geen gording zit een klem net iets anders bevestigt dan bedoeld, bijvoorbeeld door hem strakker vast te zetten dan de bewegingsruimte toelaat. Dan kan de plaat zich niet meer zetten bij temperatuurwisseling, en gaat de spanning zitten in de fels zelf. Bij een lange baan op een schuin dak, midden in de zon in de zomer en met vorst in de winter, is dat een van de plekken waar een klikdak op termijn kan gaan lekken: niet door een gat, maar door een fels die is opengetrokken doordat hij niet kon bewegen zoals ontworpen.
De felsbanen zelf, in het vlakke deel van het dak, zijn met een goed uitgevoerde klemafstand een van de minst kwetsbare onderdelen. Het echte werk, en de echte risico's, zitten aan de randen. Bij de nok moet de plaat aansluiten op een andere plaat die van de andere kant komt, bij de dakvoet moet het water eraf kunnen zonder onder de rand te komen, en bij elke doorvoer, elk dakraam of elke schoorsteen moet de doorlopende felsbaan onderbroken worden zonder dat daar een zwakke plek ontstaat. Op gordingen zonder beschot is dat extra gevoelig, omdat er onder die randdetails vaak een dichtere onderconstructie nodig is om iets te kunnen bevestigen wat niet op de gording zelf kan zitten. Als daar te weinig aandacht aan is gegeven, bijvoorbeeld omdat de aannemer uitging van een dicht beschot en de tekening niet is aangepast, ontstaat precies op die plek een risico dat niets met de klikverbinding te maken heeft maar alles met de ondergrond. Hoe die randdetails er op deze ondergrond specifiek uitzien, staat uitgewerkt op de pagina's over de nok, de dakvoet, de goot en de andere aansluitingen op gordingen zonder beschot; hier gaat het om het principe dat een lek zelden in het midden van het dak ontstaat en vaker aan de rand, precies waar de constructie het meest afwijkt van een dicht beschot.
Bij een dicht dakbeschot is er behalve de felsbaan zelf ook nog een onderlaag die als extra vangnet dient als er ooit iets misgaat bij een detail. Bij gordingen zonder beschot ontbreekt die laag. Wat er gebeurt bij een klem, een overlap of een randafwerking is dan meteen bepalend voor of het dak droog blijft, zonder dat er een tweede verdedigingslinie is. Dat betekent niet dat het dak per definitie kwetsbaarder is, want een goed uitgevoerde felsverbinding heeft die tweede laag ook niet nodig. Het betekent wel dat er minder marge is voor een detail dat net niet goed is uitgevoerd. Een kleine onnauwkeurigheid die op een dicht beschot wordt opgevangen door de onderlaag, komt hier direct tot uiting. Dat is de eerlijke kant van deze ondergrond: hij vraagt om nauwkeurigheid bij de uitvoering, niet omdat het systeem zelf gevoeliger is, maar omdat er geen achtervang is als iets niet klopt.
Op een gebouw met een grote overspanning en gordingen die relatief ver uit elkaar staan, bijvoorbeeld in een agrarische of industriële hal, is de kans op een te ruime klemafstand groter dan op een woonhuis met een dicht dakbeschot en een standaard kapconstructie. Daar is het dus zaak om bij het ontwerp goed te kijken naar de combinatie van gordingafstand en de windbelasting die voor die locatie en dakhelling geldt, iets wat wij liever vooraf op tekening doorlopen dan achteraf op het dak vaststellen. Ook bij een dak met veel doorvoeren, zoals een hal met lichtkoepels en installaties op het dak, is de kans op een detail dat niet aansluit op de ondergrond groter, simpelweg omdat er meer randen zijn en minder vlak dak. In die gevallen is het geen kwestie van het systeem afraden, maar van extra aandacht bij de voorbereiding: waar zitten de gordingen precies, waar moeten doorvoeren komen, en is er onder die doorvoeren voldoende om op te bevestigen.
De conclusie is niet dat een klikdak op gordingen zonder beschot lekgevoeliger is dan op een dicht beschot. De conclusie is dat de plekken waar het kan lekken hier scherper te benoemen zijn: een klemafstand die niet bij de gordingafstand past, een klem die de uitzetting blokkeert, en een randdetail waar de onderconstructie niet is meegenomen in de planning. Wie deze drie punten vooraf met de leverancier en de constructeur doorneemt, neemt het grootste deel van het risico weg voordat er een plaat wordt gelegd.