Klikzink
Een klikdak heeft geen schroeven door de plaat. Dat is meteen ook het antwoord op de helft van de vraag waar het kan lekken: niet daar, want dat gat is er niet. Bij een traditioneel dak met doorschroefde platen is elke schroef een potentiële lekplek, hoe klein ook. Bij onze banen zit de bevestiging onder de fels, verborgen onder het opstaande naadje dat de platen aan elkaar houdt. Er valt op het vlak zelf dus weinig te lekken. Maar dat betekent niet dat een klikdak op beton geen zwakke plekken kent. Ze liggen alleen ergens anders, en op een betonnen ondergrond komt daar nog een laag bij die u niet mag overslaan.
De klem waarmee de baan aan de ondergrond hangt, moet zelf ook ergens in vastzitten. Op een houten dakbeschot is dat simpel: de klem wordt vastgeschroefd in het hout, en het hout draagt. Op een massief betonnen dak gaat dat niet zo. Er gaat geen schroef zomaar in beton, en zelfs met een plug is beton niet overal even geschikt om elke paar honderd millimeter een bevestigingspunt in te zetten. In de praktijk komt er daarom een regelwerk tussen het beton en de felsbaan, meestal van hout, waar de klemmen wel gewoon in kunnen. De vraag waar het dan mis kan gaan, verschuift dus: niet naar de klem zelf, maar naar hoe dat regelwerk aan het beton vastzit en hoe het beton daaronder is afgewerkt. Is de dampremmende laag onder dat regelwerk niet doorboord op een plek die water doorlaat, dan zit u met een lek dat niet in de felsbaan zit, maar in de opbouw daaronder. Dat raakt de constructie die op klikfels.com aan de orde komt, maar voor de bevestiging is het punt duidelijk: de klem is zo goed als zijn drager, en op beton is die drager niet het beton zelf.
Een concreet geval: een utiliteitsgebouw met een betonnen dakvloer waar wij een regelwerk op lieten schroeven met betonschroeven op vaste afstand, verankerd in het beton zelf. Op de plekken waar de aannemer die afstand had opgerekt om materiaal te sparen, kwam het regelwerk onder wind- en sneeuwbelasting iets in beweging. Niet zichtbaar, niet meteen een lek, maar wel een baan die op termijn los kwam te staan van zijn klemmen. Het probleem zat dus niet in de felsverbinding en niet in het beton, maar in de tussenstap die iemand had verkeerd ingeschat.
Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar het zet wel uit. Bij een baan van enkele meters lengte loopt dat op tot een verschuiving die de klem moet kunnen opvangen. De klem is daarom niet star: hij laat de plaat een stukje bewegen terwijl hij toch grip houdt. Waar dat misgaat, is niet bij de klem zelf maar bij de kop en de voet van de baan, waar de plaat tegen een vaste rand aan loopt. Als die rand de plaat volledig klemt, zonder ruimte voor die beweging, dan zoekt de plaat zijn ruimte ergens anders. Op een hellend dak is dat vaak bij de overgang naar een aansluiting die niet meebeweegt: een opstand, een doorvoer, een gevel.
Op een betonnen dak speelt dit sterker dan op een houten dak, simpel omdat beton zelf niet meebeweegt en het regelwerk daarop dus de enige laag is die iets kan opvangen. Wordt dat regelwerk op de verkeerde plek helemaal vast met het beton verbonden, dan krijgt de felsbaan geen ruimte om te bewegen ten opzichte van de ondergrond, en dat kan op lange termijn de klem overbelasten op de plek waar de baan wél vrij zou moeten liggen. Dit is precies waarom wij op tekening meedenken over waar het regelwerk wel en niet star mag worden bevestigd. Dat kost niets en het scheelt achteraf een discussie over een lek dat eigenlijk een montagekeuze was.
De felsbaan zelf lekt niet snel. De randen van het dak, waar de baan overgaat in een ander materiaal of een andere richting, zijn een ander verhaal, en dat geldt op beton net zo goed als op elke andere ondergrond. Bij een dakdoorvoer, een schoorsteen of een dakraam moet de felsbaan om een obstakel heen, en daar wordt de blinde bevestiging vaak vervangen door een aansluitprofiel dat wél zichtbaar en star bevestigd is. Zo'n aansluiting kan alleen droog blijven als hij de bewegingsruimte van het vlak respecteert in plaats van blokkeert. Wij lichten dat per situatie toe, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de dakdoorvoer](/bevestiging/betonnen-dak/dakdoorvoer), en dat verhaal verandert niet wezenlijk door de ondergrond. Wat op beton wel verandert, is de manier waarop de opstand van zo'n doorvoer zelf in het beton is verankerd: die opstand moet aan het regelwerk vastzitten en niet los in het beton hangen, anders krijgt u twee delen die onafhankelijk van elkaar bewegen op de plek waar ze juist een sluitende overgang moeten vormen.
Dezelfde logica geldt bij de gevelaansluiting, waar het dakvlak overgaat in een verticaal vlak. Op een betonnen dak zit die overgang vaak op een plek waar het beton zelf een sprong maakt, en de vraag is dan of het regelwerk aan beide zijden van die sprong onafhankelijk kan bewegen of niet. Wij bespreken die keuze liever vooraf op tekening dan achteraf op het dak. Zoals wij uitleggen bij [de gevelaansluiting op een betonnen dak](/bevestiging/betonnen-dak/gevelaansluiting), is dat een detail waar de bevestiging van de felsbaan zelf niet het probleem is, maar de aansluiting van de drager erachter wel kan zijn.
Op hout kan een dakdekker de klemmen vaak in dezelfde werkgang plaatsen als de banen zelf. Op beton ligt er een extra stap tussen: eerst het regelwerk, met een eigen bevestiging en een eigen wachttijd als er gelijmd of ingegoten wordt, en dan pas de felsbanen. Dat kost een dag erbij op de planning, maar het is niet de stap die overgeslagen kan worden om tijd te winnen. Een klikdak wordt in de praktijk snel gelegd zodra de ondergrond klaar is, met een aantal vierkante meter per dag dat een houten ondergrond gemakkelijk haalt. Op beton hangt die snelheid af van hoe zorgvuldig die tussenlaag is aangebracht, en daar valt niet op te bezuinigen zonder de kans op een probleem later te vergroten.
Waar een betonnen dak eerlijk gezegd ongunstiger uitpakt dan een houten dak, is dus niet bij de felsbaan of de klem zelf, maar bij de extra laag die nodig is om de klem ergens te laten bijten. Die laag moet kloppen: droog verwerkt, op de juiste afstand bevestigd, en zonder de beweging van de banen daarboven te blokkeren. Doe dat goed, en er is geen verschil met de rest van het dak. Doe het slordig, en het lek dat u dan krijgt, zit nooit in de fels.