Klikzink
Wie ons over lekkage bevraagt, denkt vaak eerst aan gaten in de plaat. Die zijn er niet. Onze felsbanen zitten vast met klemmen onder de fels, en er gaat geen schroef door het vlak. Op een nieuw dak is dat een simpel verhaal: de klem zit op de ondergrond die er voor bedoeld is. Op een bestaand bitumendak ligt dat anders, want daar zit al een laag die het dak dicht hield voordat wij er iets op leggen. De vraag waar het dan kan lekken, gaat dus niet over onze bevestiging zelf, maar over wat die bevestiging raakt en wat ze niet mag blokkeren.
De klem die onder onze fels schuift, doorboort de bovenste laag bitumen niet vanzelf. Bij montage op een bestaand bitumendak wordt meestal een ondersteunende constructie aangebracht, panlatten, een houten regelwerk of een volledig nieuw beplatingsvlak, en de klem wordt daarop bevestigd. Het is die tussenlaag die de doorboring van het bitumen bepaalt, niet de klem op zichzelf. Een klem die verkeerd gekozen is voor die ondergrond, te kort, te lang, of met een schroef die niet bij het onderliggende materiaal past, is wel een risico. Dan zit de klem los, trekt hij scheef bij uitzetting van de plaat, of vindt de schroef geen houvast en werkt hij langzaam los. Dat is geen lek in het felsdak, dat is een klem die zijn werk niet doet, en de fels daarboven volgt die beweging.
De grotere vraag bij renovatie is niet of de doorboring van het bitumen erg is. Een oud bitumendak is meestal toch aan het einde van zijn functie, en het wordt door onze constructie overkapt, niet vervangen als waterkerende laag op zichzelf. De vraag die er wel toe doet, is wat er onder dat bitumen zit en of dat nog draagt. Op een houten dakbeschot dat door jaren vochtopname is aangetast, vindt een schroef geen grip meer, ook niet als de klem zelf goed gekozen is. Wij hebben dat op een pakhuisdak in Zutphen gezien: het bitumen zag er redelijk uit, maar het beschot daaronder was op plekken zacht geworden door een oude lekkage die nooit goed was opgelost. De klemmen zaten op het eerste gezicht vast, maar bij de eerste stormvlaag kwam een deel van de rij los, omdat het hout eronder simpelweg niet meer hield. Dat is geen gebrek van het klikprincipe, dat is een ondergrond die niet meer geschikt was, en dat had voor montage al bekeken moeten worden.
Onze platen zetten uit en krimpen met de temperatuur, ongeveer half zoveel als zink, maar het gebeurt wel. Op een nieuw dak is daar in de opbouw rekening mee gehouden. Op een bestaand bitumendak, waar de aannemer al een dakrand, een boeiboord of een gevelaansluiting heeft liggen die niet voor onze bevestiging ontworpen is, gebeurt het dat een overgang te strak wordt afgewerkt. Een baan die aan beide zijden vastgezet wordt zonder ruimte voor die beweging, gaat op de langere termijn niet lekken bij de klem, maar bij de naad waar de plaat tegen die starre aansluiting drukt. Dat zien we het vaakst bij oude schoorsteenaansluitingen die zijn opgemetseld bovenop het bestaande bitumen: de nieuwe felsplaat wordt daar tegenaan gezet, en als de voeg niet meebeweegt, ontstaat op termijn een haarscheurtje in de afdichting, niet in het metaal. Hoe zo'n aansluiting wel moet, leggen wij uit bij de aansluiting op de schoorsteen, maar de kern hier is dat het probleem niet in de klik zit, het zit in een detail dat de plaat vasthoudt waar hij eigenlijk moet kunnen schuiven.
Bij een dakdoorvoer voor een ventilatiekanaal of een oude antenne komt op een bitumendak nog een extra laag samen: de bestaande manchet in het bitumen, en de nieuwe aansluiting in de felsplaat daarboven. Als de nieuwe doorvoer niet precies op de oude uitkomt, of als de aannemer de oude manchet gewoon laat zitten en er de nieuwe overheen zet zonder de opbouw daaronder te controleren, ontstaat een punt waar water tussen de twee lagen kan komen te staan zonder dat het aan het oppervlak zichtbaar is. Dat lekt dan niet meteen, het lekt na een paar jaar, als het opgesloten vocht een weg naar binnen heeft gevonden. Wij besteden daar apart aandacht aan bij de dakdoorvoer op een bestaand bitumendak, want dit is een van de punten waar renovatie een ander antwoord vraagt dan nieuwbouw.
Het is eerlijk om te zeggen dat een klikdak op een bestaand bitumendak niet in alle opzichten gelijk staat aan een klikdak op een kale, nieuwe ondergrond. Bij nieuwbouw kiest u de draagconstructie en de aansluitingen vanaf het begin op onze bevestiging. Bij renovatie werkt u met wat er al ligt, en dat betekent dat de kwaliteit van de oude dakopbouw een grens stelt aan hoe goed onze klemmen kunnen functioneren. Een dak waarvan het beschot al jaren vochtproblemen kende, wordt door een nieuwe felslaag niet gerepareerd, het wordt overkapt, en de klemmen zijn maar zo goed als waar ze in vastzitten. Wij adviseren dan ook altijd om voor montage te laten beoordelen of de bestaande ondergrond nog draagkracht heeft, en niet te vertrouwen op het feit dat het bitumen er nog heel uitziet. Heel bitumen zegt niets over de staat van het hout of de gordingen daaronder.
Voor wie dit dak legt, komt het erop neer dat de aandacht niet naar de klem zelf moet, maar naar drie dingen: de staat van de ondergrond onder het oude bitumen, de keuze van de bevestigingsschroef die bij dat materiaal past, en de ruimte die elke aansluiting krijgt om de uitzetting van de plaat op te vangen. Een dakrand, een goot of een kilgoot die op het bestaande bitumen wordt aangesloten, verdient dezelfde aandacht als de nok, en voor elk van die punten hebben wij een eigen uitwerking staan, omdat de oplossing telkens net iets anders ligt. Wat overal hetzelfde blijft, is het uitgangspunt: geen schroef door het vlak, dus geen lek waar de plaat zelf ligt, maar wel een lek mogelijk waar een detail de plaat vasthoudt of waar de ondergrond niet meer houdt wat hij ooit hield.