Klikzink
Een aanbouw tegen een bestaand pand geeft een hoogteovergang die niet symmetrisch is. Het lagere dak van de aanbouw loopt tegen de opgaande wand van het hogere gebouw, en op die overgang komen drie dingen samen: de hoogte die overbrugd moet worden, de aansluiting op de wand zelf, en de afvoer van het water dat langs die wand naar beneden zoekt. Bij een renovatie waarbij het oude bitumen blijft liggen, komt daar een vierde vraag bij: wat zit er onder die bitumenlaag, en draagt dat nog wel wat er straks op vastgezet wordt.
Wij kijken bij dit detail eerst naar de ondergrond, niet naar de fels. De klem die onder onze banen zit, moet ergens in vastzitten. Op een bestaand bitumendak is dat niet de bitumen zelf, dat is enkel de afdichting, geen dragend materiaal. De klem gaat door de bitumenlaag heen in de ondergrond daaronder: meestal een houten beschieting, soms een betonvloer met een dekvloer erop. Bij een aanbouw is die ondergrond vaak van recentere datum dan het hoofdgebouw, maar dat betekent niet automatisch dat hij in goede staat is. Aanbouwen worden nogal eens met minder budget en minder aandacht gebouwd dan het hoofdvolume, en een dakdekker die daar een klikdak op wil leggen, doet er goed aan de beschieting te controleren voordat er iets wordt vastgezet. Een klem in verrot hout houdt niets vast, hoe goed het systeem daarboven ook in elkaar klikt.
Op een regulier dakvlak, ver van elke wand of overgang, is de bevestiging een herhaling van hetzelfde: klem, baan, klem, baan, in een regelmatig patroon over de volle lengte. Bij de aansluiting op een aanbouw wordt die regelmaat onderbroken. De banen die tegen de hogere wand aan lopen, worden aan die kant opgezet tegen de wand en verder verwerkt met een wandaansluiting die het water naar het dakvlak toe leidt in plaats van naar de voeg tussen wand en dak. De klemmen op dat laatste stuk baan liggen dichter bij de rand van de plaat dan verderop op het dakvlak, en dat is precies de plek waar de ondergrond het meest moet kunnen: de belasting van wind en van eventuele sneeuwophoping tegen de wand komt hier samen met de bevestiging die het dichtst bij een detail zit.
Daar komt bij dat de hoogte van de wand vaak niet toevallig is. Bij een aanbouw is die wand meestal de gevel van het hoofdgebouw, opgetrokken uit steen of gevelsteen, en die gevel is niet gebouwd met het idee dat er ooit een dakaansluiting tegenaan zou komen. De bevestiging van de opstaande rand van onze banen tegen die gevel loopt daarom los van de klikverbinding op het vlak: dat stuk wordt mechanisch bevestigd aan een regel of aan het metselwerk zelf, met een eigen bevestigingsmiddel dat niet door het klikprofiel gaat. Wie dat detail behandelt als een gewone verlenging van het vlakke dak, mist dat hier een ander bevestigingsprincipe nodig is dan de blinde klem die de rest van het dak dicht houdt.
De vraag die bij renovatie het vaakst wordt gesteld, is of het erg is dat de klem door de bestaande bitumenlaag heen gaat. Op zichzelf is een doorboring van bitumen niet het probleem: bitumen is per definitie een laag die doorboord kan worden zolang de doorboring zelf wordt afgedicht en het geheel er bovenop weer waterdicht op wordt aangesloten. Onze banen worden overlappend gelegd met de klemmen onder de fels, zodat er op het zichtbare vlak geen open gaten liggen. Het probleem ontstaat pas wanneer de doorboring op een plek valt waar de bitumen al beschadigd of verzadigd is met vocht, of wanneer de ondergrond eronder al is aangetast door jarenlang vochtcontact. Op die plekken houdt een klem niet vast, en erger nog: het schroefje of de bevestiging die door een verzwakte laag gaat, kan juist een nieuw lekpad openen dat er zonder ingreep niet was.
Bij een aansluiting op een aanbouw is dit risico groter dan op het midden van een dakvlak, om een simpele reden: juist bij de overgang naar een hogere wand staat water het langst. Regenwater dat langs de gevel naar beneden loopt, verzamelt zich op het lage punt tegen de wand, en als daar over jaren een bitumenlaag heeft gelegen die niet optimaal afwaterde, is de kans op verzadigde onderlaag daar het grootst. Wij adviseren daarom om, voordat de klemmen op dit stuk worden gezet, de ondergrond juist hier extra te controleren: met een schroevendraaier voelen of het hout nog vast is, of met een korte opening kijken of de dekvloer nog droog aanvoelt. Dat is geen overbodige stap, het is de stap die bepaalt of de rest van het detail houdt.
Een dak met schroeven door de plaat zou op deze plek een ander probleem geven: elke doorboring van de zichtbare plaat is een potentieel lekpunt op zichzelf, onafhankelijk van wat eronder zit. Bij onze bevestiging ligt het risico niet in de plaat maar in de ondergrond waar de klem in vastzit. Dat is een andere zwakke plek, geen afwezige.
Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar op een aansluiting tegen een vaste, stijve wand telt elke millimeter dubbel. De banen die tegen de aanbouwwand aanlopen, moeten de ruimte krijgen om in lengte te bewegen zonder dat de aansluiting bij de wand meebeweegt. Bij een lange baan, richting de acht meter die wij op maat leveren, kan die beweging over de lengte een aantal millimeters oplopen. Wordt de wandaansluiting star vastgezet, dan drukt de baan zich bij warmte tegen die aansluiting aan, en bij koude trekt hij ervan weg. Op een klikdak zonder deze overgang merkt u daar weinig van, omdat de klemmen onder de fels enige speling toestaan. Op de plek waar de baan overgaat in een mechanisch bevestigde wandaansluiting, is die speling er niet meer op dezelfde manier, en moet de aansluiting zelf de beweging kunnen opvangen. Dat is een detail dat in de uitvoering wordt bepaald door hoe de opstaande rand wordt afgewerkt, niet door de klikverbinding zelf, maar het is wel de klikverbinding die de beweging veroorzaakt die daar moet worden opgevangen.
Op een gewoon dakvlak leggen wij de banen in een vaste volgorde, van de ene rand naar de andere, en de snelheid waarmee dat gaat is een van de redenen om voor klikbevestiging te kiezen. Bij een aansluiting op een aanbouw ligt die volgorde anders: het stuk bij de wand wordt vaak als laatste gedaan, juist omdat daar de meeste maatwerk in zit en omdat de conditie van de ondergrond daar eerst moet worden vastgesteld. Een dakdekker die dit detail als laatste behandelt in plaats van als eerste, voorkomt dat er tijdsdruk ontstaat op het enige stuk van het dak waar controle van de ondergrond het hardst nodig is.
Deze pagina gaat over de bevestiging bij dit ene detail. Voor de vraag hoe een klikdak in het algemeen op een bestaand bitumendak wordt gelegd, verwijzen wij naar die pagina; hier ging het om wat er verandert zodra er een aanbouw, een hoogteverschil en een oude laag samenkomen op één plek.