Klikzink
Een brede baan betekent minder felsen op een dakvlak. Waar u met een baan van 450 mm al snel tien naden nodig heeft over een breedte van vier en een halve meter, komt u met een baan van 600 of 700 mm al gauw op zes of zeven. Minder felsen betekent minder klikwerk, minder klemmen in totaal en een dakvlak dat sneller dicht ligt. Op een renovatie waar de planning al onder druk staat omdat het oude dak weg moet of blijft liggen, is dat een reden om voor een brede baan te kiezen.
Die winst heeft een prijs, en die prijs zit niet in geld maar in belasting per klem. Elke klem die de baan op zijn plaats houdt, draagt het deel van de plaat dat aan die kant van de fels hangt. Bij een smalle baan verdeelt u het gewicht en de windbelasting over meer klemmen; bij een brede baan draagt elke klem een groter stuk plaat. Wind grijpt niet aan op de fels maar op het vlakke deel ertussen, en hoe breder dat vlak, hoe groter de kracht die via de plaatrand naar de klem wordt doorgezet. Dat is geen reden om van een brede baan af te zien, maar wel een reden om te weten waar u aan begint.
Een tweede gevolg van een breed vlak is dat het meer kan bewegen. Staal is stijf, maar niet onbeperkt stijf, en een plaat van 600 mm breed heeft simpelweg meer ruimte om te bollen of te klapperen dan een plaat van 450 mm. Bij rustige windbelasting merkt u daar weinig van. Bij een dak dat vol in de wind staat, op een hoek van een gebouw of bij een randzone waar de windzuiging het hoogst is, kan een breed vlak gaan trillen of tikken. Dat is een kwestie van vlakstijfheid, en die wordt mede bepaald door de uitvoering van het vlak zelf: vlak, met een verstijvingsril, of met micro-lines. Die keuze hoort niet op deze pagina thuis, maar de reden om er over na te denken bij een brede baan wel: hoe breder de baan, hoe eerder een verstijving in het vlak meespeelt in het gedrag onder wind.
Op een bestaand bitumendak komt er nog iets bij dat op een nieuwbouwdak niet speelt. De klemmen die de baan vasthouden, moeten ergens op steunen, en bij renovatie is dat vaak niet de dakplaat zelf maar de bestaande bitumenlaag met daaronder de oude ondergrond. De vraag is dan niet alleen hoeveel klemmen een brede baan nodig heeft, maar ook waar die klemmen doorheen gaan en of dat wat eronder zit nog draagt. Een oude bitumenlaag is zelf geen constructief draagvlak; die ligt er om waterdicht te zijn, niet om schroeven in vast te zetten. Onder die laag zit meestal een houten of stalen dakbeschot, en dat beschot moet de klem echt vasthouden, niet de bitumenlaag erboven.
Bij een brede baan met minder felsen maar meer belasting per klem wordt die vraag scherper dan bij een smalle baan. Een klem die op een verzwakte of vochtige plek van het oude beschot terechtkomt, moet in dat geval een groter deel van de plaat dragen dan wanneer u met een smallere baan had gewerkt. Wij zien op renovatieprojecten regelmatig dat het beschot op zich nog goed is, maar dat er lokaal een zachte plek zit, bijvoorbeeld rond een oude dakdoorvoer die is dichtgezet of een plek waar vroeger water heeft gestaan. Op die plekken is het zaak om vooraf te controleren of het hout of de plaat nog vast genoeg is, in plaats van dat achteraf te ontdekken omdat een klem is gaan zitten.
De doorboring van de bitumenlaag zelf is meestal niet het probleem. Een klem die door bitumen en beschot heen gaat, maakt een gaatje dat door de bovenliggende felsbaan wordt afgedekt; het water komt daar niet meer bij zodra de baan ligt. Het probleem zit in wat die doorboring vasthoudt, niet in het feit dat er een gaatje in de oude laag komt. Dat is een belangrijk onderscheid ten opzichte van een dak zonder enige doorboring: hier gaat de klem wel door de bestaande laag, en de vraag verschuift van of er een gat mag komen naar of de ondergrond van dat gat de belasting kan dragen.
Er is een praktische grens aan hoe breed u kunt gaan op een bestaand dak, en die grens ligt niet bij de baan zelf maar bij de ondergrond die de klemmen moet dragen. Is het bestaande beschot overal gelijkmatig stevig, dan is een brede baan een logische keuze: minder felswerk, sneller een dicht dak, en een overzichtelijker klemmenpatroon om te controleren. Is het beschot plaatselijk verzwakt, verrot of onvoldoende dik, dan is een brede baan juist een risico, omdat elke klem die op zo'n plek terechtkomt meer moet dragen dan bij een smallere baan. In dat geval is het verstandiger om eerst het beschot te repareren of plaatselijk te vervangen, en niet om de baanbreedte te verkleinen als omweg om het probleem te vermijden.
Dit speelt niet alleen op het middenvlak. Ook bij de randen en aansluitingen van een renovatiedak is de ondergrond de bepalende factor, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de dakrand](/bevestiging/bestaand-bitumendak/dakrand) en bij [de gevelaansluiting](/bevestiging/bestaand-bitumendak/gevelaansluiting). Bij een brede baan lopen die aansluitingen vaak over een groter deel van de gevel of dakrand in één stuk plaat, wat betekent dat de bevestiging daar strak moet aansluiten op wat er onder zit.
Voordat u een brede baan op een bestaand bitumendak legt, is het zinvol om het beschot te beoordelen op plekken waar u vermoedt dat er ooit water heeft gestaan, waar leidingen doorheen zijn gegaan of waar het dak al langer meegaat dan de rest. Een steekproef met een priem of een simpele drukproef op een aantal plekken zegt al veel. Waar het beschot overal even stevig aanvoelt, kunt u met een brede baan door zonder aanpassing van het klemmenpatroon. Waar het wisselt, is het beter om dat lokaal te herstellen dan om achteraf te merken dat een klem is gaan verzakken onder het gewicht dat een brede plaat erop legt.