Klikzink

Boeiboord op bestaand bitumendak bevestigen

Het boeiboord is het houten of kunststof paneel aan de rand van het dak, meestal verticaal of licht schuin, dat de kopse kant van de dakrand afwerkt. Op een bestaand bitumendak is dit vaak het onderdeel dat er het meest verweerd bijstaat: de bitumen zelf ligt nog goed, maar de boeiboordbekleding is verkleurd, gebarsten of loszittend. Wie het dakvlak vernieuwt met een klikdak, moet ook beslissen wat er met deze rand gebeurt. En anders dan bij het dakvlak, waar de klem op een vlakke ondergrond ligt, moet de bevestiging hier een hoek van negentig graden overbruggen tussen een liggend en een staand vlak die niet gelijk bewegen.

Waarom deze naad anders werkt dan de rest van het dak

Op het dakvlak liggen onze klikbanen op klemmen die om de fels sluiten. De klem zelf wordt vastgezet in de ondergrond, en op een bestaand bitumendak is die ondergrond meestal een houten regel of een bestaande panlat die door de oude dakbedekking heen is aangebracht, of een nieuwe regel die overheen komt. Bij het boeiboord ligt dat anders. Hier loopt de felsbaan van het dakvlak niet door op de klem, maar wordt hij omgezet in een aparte boeiboordbekleding die aan de onderkant van de dakrand wordt bevestigd, meestal met schroeven in het hout van het boeiboord zelf, niet in het bitumen. De doorboring zit dus niet in het waterdichte vlak maar in de constructie erachter.

Dat is meteen het verschil met de rest van het dak. Op het dakvlak is de vraag of de klem door de bitumen heen mag en wat daaronder moet zitten om te dragen. Bij het boeiboord is die vraag er ook, maar dan voor de overgangsstrook waar de plaat van het dakvlak over de rand heen buigt en aansluit op de boeiboordbekleding. Die strook, vaak de druiplijst of de randafwerking genoemd, is de plek waar twee materialen met een andere bewegingsrichting op elkaar aansluiten: het dakvlak zet uit in het vlak, het boeiboord beweegt mee met de houten ondergrond die aan weer en vocht blootstaat.

Wat er met de oude laag gebeurt

Bij renovatie op een bestaand bitumendak is de vraag steeds waar de bevestiging doorheen gaat en of dat een probleem is. Op het horizontale dakvlak lossen we dat op door de klem in nieuwe regels te zetten die over de oude bitumen heen liggen, zodat de oude laag intact blijft en als extra waterkering blijft functioneren, zoals wij ook uitleggen bij de klikoplossing op een bestaand bitumendak in algemene zin. Bij het boeiboord ligt de oude bitumen meestal niet op de plek waar de nieuwe schroeven komen. De bitumen van het dakvlak stopt namelijk vaak een paar centimeter voor de rand, of loopt net over de rand heen en stopt tegen de achterkant van het boeiboord. De schroeven voor de nieuwe boeiboordbekleding gaan dus doorgaans niet door de oude dakbedekking, maar rechtstreeks in het houtwerk van de rand.

Dat is een gunstige omstandigheid, maar geen garantie. Wij zien in de praktijk twee situaties die extra aandacht vragen. De eerste is een boeiboord waarvan het hout zelf is aangetast door jaren vocht achter een lekkende randafwerking. Schroeven in verrot hout houden niet, hoe goed de klem of de bekleding ook is uitgevoerd. De tweede is een randdetail waarbij de oude bitumen wél over de bovenkant van het boeiboord is opgezet, als een soort kraag. Wordt de nieuwe bekleding daar zonder nadenken op geschroefd, dan doorboort men een laag die nog dienst doet als achtervang, en ontstaat er een lekpad dat pas bij de volgende stevige regenbui merkbaar wordt.

De volgorde die het verschil maakt

Op een bestaand bitumendak is de volgorde van werken bij het boeiboord net zo belangrijk als bij de aansluiting op de dakvoet. Eerst wordt vastgesteld of het bestaande houtwerk nog draagt: dat gebeurt met een priem of gewoon met de hand, niet met een norm die wij hier zouden kunnen citeren, want dat is beoordelingswerk op de bouwplaats. Is het hout zacht, dan wordt het vervangen voordat er iets nieuws op komt, ook als dat betekent dat de rand een dag langer openligt.

Daarna komt de randstrook van het dakvlak aan de beurt. De felsbaan die over de rand heen komt, moet een overlap krijgen met de bovenkant van de nieuwe boeiboordbekleding zodat regenwater van het dakvlak over de rand naar buiten loopt en niet achter de bekleding terechtkomt. Die overlap wordt vastgezet met de klemmen die ook op het dakvlak worden gebruikt, dus zonder doorboring van de plaat zelf. Pas als die strook goed ligt, wordt de boeiboordbekleding onder de rand bevestigd. Wordt die volgorde omgedraaid, dus eerst de bekleding en dan de randstrook erop geplakt of gezet, dan ontstaat er een kier waar water bij inwaait, vooral bij windbelasting van opzij, wat op deze rand vaker voorkomt dan op een rustig liggend middenvlak.

Uitzetting op een verticaal vlak

Onze felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en die uitzetting speelt zich af in het vlak van de baan. Op het boeiboord is de baan zelf meestal kort, want de hoogte van een boeiboord ligt doorgaans tussen de vijftien en dertig centimeter. Uitzetting is hier dus zelden het probleem waar men rekening mee moet houden. Waar het wel om gaat is de aansluiting tussen het bewegende dakvlak en het stilstaande boeiboord. Het dakvlak, zeker bij een lange baan richting de rand, kan enkele millimeters bewegen bij temperatuurswisseling. Het boeiboord, vastgeschroefd in hout, beweegt daar niet in mee. De overlap bij de randstrook moet die speling kunnen opvangen zonder dat de verbinding gaat trekken. Daarom wordt die overlap altijd los over de rand gelegd en met de klem op het dakvlak vastgezet, nooit rechtstreeks aan het boeiboord vastgeschroefd. Doet men dat laatste toch, om de rand strak te laten ogen, dan trekt de plaat bij de eerste warme dag los bij de schroef, en dat is precies de plek waar een aannemer een jaar later een lekmelding krijgt.

Waar het misgaat en waar het thuishoort

De meest voorkomende fout die wij tegenkomen is dat de boeiboordbekleding wordt gezien als een simpel afwerkkarwei aan het einde van de klus, met schroeven die net zo lang zijn als er lagen te doorboren zijn, zonder te kijken wat daaronder nog zit. Bij een bestaand dak met een bitumenlaag die tot over de rand doorloopt, is dat een gok. De tweede fout is de rand strak willen hebben door de klikbaan vast te zetten aan het boeiboord zelf in plaats van aan de klem op het dakvlak, wat de uitzetting geen ruimte geeft.

Dit detail is verder niet ingewikkeld zolang het houtwerk deugt en de volgorde van randstrook eerst, bekleding daarna wordt aangehouden. Is het boeiboord dermate aangetast dat de nieuwe bekleding nergens meer op kan worden vastgezet, dan is dat een reden om niet alleen het dakvlak maar ook de volledige randconstructie te vervangen voordat er wordt geklikt. Voor de andere randdetails van hetzelfde dak, zoals de aansluiting bij de gevel of de overgang naar de dakrand zelf, gelden vergelijkbare vragen over doorboring en draagkracht, maar dat behandelen wij apart omdat de bewegingsrichting daar weer anders ligt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink