Klikzink

Boeiboord op bestaande dakpannen bevestigen

Het boeiboord staat rechtop, het dakvlak ligt schuin, en precies op die knik moet een naad dicht blijven die door twee verschillende constructies wordt bewogen. Op een dak met bestaande dakpannen speelt daar nog iets doorheen: de ondergrond bestaat al, ligt er al jaren, en wij sluiten daarop aan zonder de pannen zelf te belasten of te beschadigen.

We beginnen met een keuze die we op al onze pagina's over deze ondergrond herhalen omdat hij overal terugkomt: de pannen blijven liggen of gaan er in hun geheel af. Wij leggen nooit een felsbaan over bestaande pannen heen. Een pan is een los, stijf element dat op de panlat rust en bij druk van boven kan verschuiven, breken of de laag onder zich beschadigen. Boven op pannen bevestigen we dus niets, ook niet aan de rand. Bij het boeiboord betekent dat concreet: waar de rand van het dakvlak het boeiboord ontmoet, ligt onze bevestiging in het hout dat er al onder zit, niet in of op het pandek.

Waar de klem grip zoekt

Onder de pannen liggen panlatten, en onder de panlatten ligt vaak een dakbeschot of een tengellat-constructie. Dat hout is precies waar onze klemmen aangrijpen. Bij het boeiboord komt er een extra houten onderdeel bij, de boeiplank zelf, die meestal als verticaal aangebrachte plank op de kopse kanten van de gordingen of spanten is gemonteerd. Die plank moet stevig genoeg zijn om een doorlopende rij klemmen te dragen, want de felsbaan die over het dakvlak naar beneden loopt, buigt bij het boeiboord om en zet zich daar voort in het verticale vlak.

In de praktijk controleren we eerst of die boeiplank zelf goed vastzit en niet is verzwakt door houtrot of een oude bevestiging die er al jaren in zit te verweren. Een boeiboord dat op zich prima recht en glad oogt, kan aan de achterkant al jaren vocht hebben getrokken via een lekkende dakrand erboven, zoals we ook beschrijven bij [de dakrand op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/dakrand). Als het hout daar zacht is, heeft een klem daar niets aan, hoe strak de fels ook in elkaar klikt. Dat is dus het eerste dat we op de bouw beoordelen, voordat er één klem in gaat: is de ondergrond zelf nog dragend.

De knik tussen twee bewegingen

Het dakvlak zet uit onder de zon, vooral in de lengte van de banen. Het boeiboord, verticaal en meestal kort van stuk per veld, beweegt anders: minder, en in een andere richting. Op de plek waar beide samenkomen, moet de bevestiging dat verschil kunnen opvangen zonder dat de naad openscheurt of gaat piepen. Onze klemconstructie is daar niet toevallig geschikt voor: omdat de klem de baan niet vastschroeft maar vasthoudt met ruimte om te schuiven, kan de plaat bij het boeiboord de knik volgen zonder dat er scheurspanning op de bevestigingspunten komt te staan. Bij een geschroefde rand zou elke schroef een vast punt zijn waar die spanning zich verzamelt, en dat is precies waar een traditioneel afgewerkt boeiboord na een aantal jaren gaat lekken: niet in het midden van het vlak, maar bij de schroeven langs de rand.

Wie dit met een enkele lange strook wil oplossen die zowel het laatste stuk dakvlak als het hele boeiboord bedekt, loopt tegen een praktisch probleem aan. Zo'n strook moet op twee plekken anders bevestigd worden terwijl hij fysiek één plaat blijft, en dat vraagt om een klem die op de knik zelf nog grip houdt terwijl de plaat daar juist het meest wil bewegen. Wij werken daarom liever met een aparte aansluiting: de laatste klem op het dakvlak zit vlak voor de knik, en de eerste klem op het boeiboord zit vlak erna, met een overlap die de naad afdekt maar de twee bewegingen niet aan elkaar knoopt.

Wat er anders is dan bij een nieuwe ondergrond

Op een nieuw dak leggen we panlatten en boeiplanken zelf aan, op de maat die onze klemmen nodig hebben. Bij bestaande dakpannen ligt die maat al vast, en die past niet altijd. Een boeiplank die twintig jaar geleden is aangebracht voor een dakpan met een andere overstek, kan net te smal of te ver naar achteren zitten voor onze klemafstand. Dan meten we op de bouw exact uit waar de klemmen kunnen komen en werken we de baanlengte daar op af in de werkplaats, want onze banen worden op de millimeter afgekort geleverd. Dat is ander werk dan bij nieuwbouw: daar bepaalt de leverancier de maat, hier bepaalt de bestaande situatie hem.

Een tweede verschil is de aansluiting op de dakrand zelf, waar het boeiboord in feite de onderkant van vormt. Bij bestaande pannen ligt de rand van het dakvlak vaak al met een gootlijst of muurplaat afgewerkt die niet gemaakt is met een klikbevestiging in het achterhoofd. We passen ons profiel op die bestaande situatie aan in plaats van andersom, en dat vraagt soms om een extra regel hout die we eerst aanbrengen voordat de eerste klem erop kan.

Waar het misgaat als het fout wordt aangepakt

De meest gemaakt fout is haast: de laatste rij pannen wordt verwijderd, de boeiplank wordt zichtbaar oud bevonden maar toch hergebruikt omdat vervangen tijd kost, en de klemmen worden erin gezet zonder dat iemand met een schroevendraaier heeft getest of het hout nog vast zit. Een paar jaar later komt de fels bij het boeiboord los te staan, niet omdat de klik het begeeft, maar omdat de plank waarin de klem zat is gaan meebewegen met het vocht dat er al zat voordat wij kwamen.

Een tweede fout is de knik zelf te strak maken, met te veel klemmen dicht bij elkaar rond de hoek, in de veronderstelling dat meer bevestiging altijd beter is. Dat werkt averechts: juist op de knik moet de plaat kunnen schuiven, en een opeenstapeling van klemmen precies daar beperkt die beweging tot het punt waar de plaat gaat golven of, in het ergste geval, om de klem heen gaat scheuren.

Een derde fout raakt niet het boeiboord zelf maar de plek waar het aansluit op andere onderdelen. Bij een boeiboord dat om een hoek van het huis heen doorloopt naar de gevel, moet de bevestiging op die hoek net zo los blijven staan als bij de knik met het dakvlak; wie dat vergeet en de hoek behandelt als een vast punt, herhaalt op kleinere schaal het probleem dat we hierboven al beschreven, iets wat ook terugkomt bij de aansluiting op een gevel elders in dit huis, zoals te lezen valt bij [de gevelaansluiting op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/gevelaansluiting).

Wat we vooraf altijd checken

Voordat we een offerte maken voor het boeiboord op een bestaand dak, vragen we altijd om foto's van de bestaande situatie, of we komen zelf kijken. We willen weten of de boeiplank recht is, of hij nog draagkracht heeft, en welke klemafstand de bestaande houtmaat toelaat. Dat meedenken, ook op tekening, kost niets, en het scheelt op de bouw een hoop gepuzzel achteraf met een klem die net niet op de juiste plek in het hout grip krijgt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink