Klikzink

Een brede felsbaan op bestaande dakpannen

Onze felsbanen zijn 475 mm werkende breedte, en dat is breder dan wat er van oudsher op een dak met panlatten wordt gelegd. Voor een dak dat nu nog met dakpannen ligt, betekent die breedte iets specifieks: er komen minder felsen per vierkante meter, dus minder klemmen, en die klemmen moeten elk een groter deel van de plaat vasthouden. Dat is geen probleem, maar het is wel iets om bewust in te richten voordat de eerste baan valt.

Eerst de ondergrond, want die bepaalt wat hier kan. Wij leggen niet over de bestaande dakpannen heen. Dat lijkt een voor de hand liggende keuze om tijd te besparen, maar een felsbaan heeft een vlakke, gesloten drager nodig om de klemmen op te schroeven en om het paneel zelf iets te geven om tegenaan te liggen. Pannen liggen nooit vlak genoeg voor dat doel, en de klem zou dan op een punt steunen dat kan verschuiven of inklinken. De pannen gaan er dus af. Wat overblijft, zijn de panlatten en het beschot of de tengels daaronder, en dat is de ondergrond waarop wij verder bouwen. Hoe die opbouw er precies uitziet in verhouding tot isolatie en ventilatie, staat beschreven op klikfels.com; hier gaat het alleen over wat die ondergrond moet kunnen dragen.

Minder naden, minder klemmen per vierkante meter

Een smallere baan van bijvoorbeeld 350 mm heeft op elke strekkende meter dak meer felsen nodig dan onze 475 mm. Meer felsen betekent meer klemmen, en meer klemmen betekent dat de belasting van wind, sneeuwlast en eigen gewicht over meer punten verdeeld wordt. Kies je voor de bredere baan, dan verdwijnen er felsen, en daarmee verdwijnen ook klempunten. Dat scheelt tijd bij het leggen: er is minder om op te lijnen, minder klemmen om te plaatsen en te sluiten, en het dak is sneller dicht. Voor een dakdekker die op een steile kap met wisselend weer werkt, is dat een reëel voordeel, vooral als het dak op meerdere dagen verdeeld moet worden.

De andere kant van diezelfde rekensom is dat elke overgebleven klem meer moet dragen. Waar bij een smallere baan de belasting fijn verdeeld is over veel klempunten, moet bij ons bij een brede baan elke klem een groter stuk plaat vasthouden bij windbelasting en bij de bewegingen die temperatuurwisseling met zich meebrengt. Dat is de ruil die deze baanbreedte met zich meebrengt: minder werk om te leggen, maar minder marge per bevestigingspunt als er iets niet klopt met de ondergrond.

Wat een klem eigenlijk vasthoudt

De klem zit onder de fels en pakt de opstaande rand van de plaat vast zonder dat er een schroef doorheen gaat. De schroef zit in de klem zelf, die op de ondergrond is vastgezet, en de plaat klikt daar vervolgens overheen. Bij een smalle baan zit die klem relatief dicht bij het midden van elk paneel, en het deel van de plaat dat tussen twee klemmen vrij ligt, is beperkt. Bij een brede baan van 475 mm ligt er tussen twee felsen een aanzienlijk groter vlak plaatstaal dat nergens is vastgezet, behalve aan de zijranden.

Dat middenvlak is waar de aandacht naar toe moet. Bij wind kan een groot, onbevestigd vlak gaan resoneren of klapperen, vooral als het van dun materiaal is en aan de onderzijde niet ondersteund wordt door een volledig gesloten drager. Onze platen zijn 0,55 mm dik en wegen ongeveer 5 kg per vierkante meter, wat op zichzelf voldoende stevigheid geeft voor een normale toepassing, maar de manier waarop het vlak ondersteund wordt bepaalt of dat gewicht ook rust blijft geven bij windstoten. Daarom leveren we het vlak in drie uitvoeringen: vlak, met een verstijvingsril, of met micro-lines. Op zinklook.com wordt het verschil tussen die drie vanuit het uiterlijk beschreven, maar de ril en de micro-lines zijn ook functioneel: ze breken het vlakke oppervlak op en maken het minder gevoelig voor trillen tussen de felsen. Bij een brede baan op een dak dat aan veel wind blootstaat, is dat een overweging die net zo zwaar weegt als de vraag hoe het vlak eruitziet.

Waar de grens ligt bij deze ondergrond

Panlatten zijn bedoeld om dakpannen te dragen, verdeeld over hun eigen bevestigingspunten, en niet om een doorlopend, gesloten vlak te vormen. Als de bestaande panlatten te ver uit elkaar liggen of ongelijk verspringen, ontstaat er onder de nieuwe felsbaan een oneffen drager waarop de klemmen niet allemaal even goed kunnen aansluiten. Bij een smalle baan met veel klempunten valt een enkele ongelijke plek nog te verdelen over de buren. Bij een brede baan met minder klempunten heeft elke klem meer invloed op hoe het paneel er ligt, en een oneffenheid onder één klem werkt dan door in een groter deel van het dak.

De praktische consequentie is dat wij bij een breed paneel op een dak dat eerst pannen droeg, altijd kijken of er een aanvullend, vlak beschot nodig is boven op de bestaande panlatten, in plaats van rechtstreeks op de latten te bevestigen. Dat is geen automatisme voor elk dak, maar het is wel de vraag die bij deze baanbreedte eerder aan de orde komt dan bij een smallere. Een architect die op tekening al met ons meedenkt, kan dat meteen meenemen; dat meedenken kost niets en voorkomt dat de aannemer op de bouwplaats zelf moet bepalen of de ondergrond geschikt is.

De rand van het dak vraagt om diezelfde aandacht, maar dan net andersom: bij de dakvoet, de goot of de nok komen kortere stukken paneel en meer aansluitingen samen op een klein oppervlak, en daar telt de breedte van de baan minder dan de manier waarop de rand zelf is opgebouwd, zoals wij uitleggen bij [de dakvoet op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/dakvoet). Op het vlakke deel van het dak, waar de brede baan zijn tijdwinst laat zien, is het vooral de tussenruimte tussen de felsen die vraagt om een doordachte ondergrond en, waar nodig, om de uitvoering met ril of micro-lines.

Wat wij hier ook meenemen is uitzetting, want een brede plaat zet in absolute maat meer uit dan een smalle, ook al is de uitzettingscoëfficiënt van ons Sendzimir verzinkte staal met de Pural-coating hetzelfde. Een paneel van 475 mm beweegt bij temperatuurwisseling meer dan een paneel van 350 mm, simpelweg omdat er meer materiaal is om te bewegen. De klem is daarop gemaakt: hij laat de plaat in de lengterichting glijden zonder dat de bevestiging zelf meebeweegt. Bij koud weer, tot -15 graden, is het materiaal nog gewoon te verwerken; het is bij het leggen zelf dat je met vorst rekening houdt, niet bij de uitzetting nadien.

Voor een dak dat eerst met pannen lag, is de brede baan dus vooral een vraag van voorbereiding. Het aantal klempunten daalt, de belasting per klem stijgt, en de ondergrond moet vlak en gesloten genoeg zijn om dat aan te kunnen. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en er zijn monsters van de drie kleuren en de drie vlakuitvoeringen beschikbaar om te bekijken welke uitvoering bij het dak en de wind op die locatie past.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink