Klikzink

De dakdoorvoer op bestaande dakpannen

Een dakdoorvoer is de plek waar iets door het dakvlak heen moet: een ventilatiepijp, een rookkanaal, een afvoer van een cv-ketel. Op een dak met dakpannen betekent dat een onderbreking in het patroon van de pannen, opgevuld met loodslabben of een kunststof manchet. Op een dak met onze felsbanen betekent het iets anders: de baan zelf wordt onderbroken, en juist op die plek moet de klemverbinding en de aansluiting rondom de pijp weer waterdicht worden gemaakt zonder dat er een schroef door de plaat gaat.

Dat laatste is meteen het verschil met hoe dakdekkers een dakdoorvoer op een pannendak gewend zijn op te lossen. Bij pannen wordt er vaak met een manchet gewerkt die om de pijp klemt en onder de bovenliggende pannen schuift, met een beetje speling omdat pannen toch nooit helemaal vlak liggen. Bij een felsbaan werkt dat niet. De ondergrond is een strak, vlak metalen vlak, en de doorvoer moet daar met dezelfde precisie op aansluiten als de baan zelf op de klem aansluit. Er is geen ruimte om iets scheef te leggen en het toch dicht te krijgen met een extra laag bitumen.

Waarom we niet over de bestaande pannen heen leggen

Wij krijgen regelmatig de vraag of onze banen over bestaande dakpannen heen gelegd kunnen worden, met de doorvoer erin verwerkt als een soort pleister op de wonde. Dat doen we niet, en de dakdoorvoer laat precies zien waarom. Een pijp door het dakvlak moet op een vlakke, stabiele ondergrond staan om rondom goed af te kunnen dichten. Liggen daaronder nog de oude pannen, dan zit er een oneffen, golvend vlak onder de nieuwe bevestiging. De klem die onder onze fels zit heeft een vlakke aanlegging nodig om goed te sluiten, en rond een doorvoer is die vlakheid nog belangrijker dan waar dan ook op het dak: hier moet een randafwerking strak aansluiten op een rond of vierkant profiel, en dat vergt een ondergrond die niet meebeweegt.

Daarom is de keus bij een dakdoorvoer altijd: pannen eraf, of pannen laten liggen en er los van werken op de bestaande dakconstructie. In de praktijk kiezen aannemers meestal voor het eerste, zeker rond een doorvoer, omdat het beschot en de panlatten daar toch al bloot moeten komen om de doorvoerbuis goed in te kunnen passen. De pannen gaan er lokaal of over het hele vlak af, het beschot komt in het zicht, en dat beschot is de ondergrond waarop wij verder werken. Hoe die keuze voor de rest van het dakvlak uitpakt, staat uitgebreider beschreven op de pagina over [een klikdak op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen); hier gaat het alleen over wat er rond die ene pijp gebeurt.

Hoe de bevestiging rond de doorvoer loopt

Zodra het beschot vrij ligt, wordt er rond de plek van de doorvoer een opstand gemaakt, meestal met een stalen kraag of een gefabriceerde manchet die aansluit op de vorm van de pijp. Die opstand wordt op het beschot vastgezet, los van de felsbanen zelf. De banen lopen tot tegen die opstand aan en worden daar met een aparte inzetstuk of een gefabriceerd hoekstuk aangesloten, dat op zijn beurt weer onder de fels van de aangrenzende baan schuift en daar door de klem wordt vastgehouden. Er komt dus geen schroef in het vlak van de baan zelf, maar wel een vaste, mechanische bevestiging aan de opstand rond de pijp. Die opstand is de enige plek rond de doorvoer waar echt doorboord wordt, en dat is bewust: die doorboring zit op een punt waar de detaillering toch al specifiek gemaakt moet worden, niet in het vlakke deel van het dak waar wij net de doorboringen willen vermijden.

De volgorde op de bouw is hierbij belangrijk. De opstand rond de doorvoer moet er staan voordat de omliggende banen gelegd worden, niet erna. Leggen dakdekkers eerst het hele vlak dicht en willen ze daarna pas de doorvoer inpassen, dan moeten ze een al geklikte baan weer openbreken om de aansluiting te kunnen maken. Dat is met een klikverbinding niet onmogelijk, maar wel onhandig, en het risico op een baan die daarna niet meer helemaal gelijk ligt met de rest is reëel. Wij adviseren daarom altijd om eerst alle doorvoeren, opstanden en aansluitpunten te plaatsen en pas daarna de vlakke banen ertussen te leggen en te klikken.

Waar het misgaat

De meeste lekkages bij een dakdoorvoer ontstaan niet bij de pijp zelf, maar bij de naad tussen de opstand en de omliggende felsbaan. Als die naad niet consequent onder de fels van de volgende baan doorloopt, maar er half tegenaan of half overheen gelegd wordt, ontstaat er een kier die bij regen van de verkeerde kant water opvangt. Dat is een detail dat je met het blote oog soms niet ziet als het dak eenmaal dicht is, maar dat bij de eerste stevige regenval al zichtbaar wordt binnen.

Een tweede foutbron is uitzetting. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar rond een vaste, star bevestigde opstand is er nog steeds beweging in het metaal bij temperatuurwisselingen. Wordt de aansluiting tussen baan en opstand te strak of te star gemaakt, zonder enige ruimte voor die beweging, dan kan er op de lange termijn spanning ontstaan op precies de plek waar de klemverbinding het meest kwetsbaar is: aan het uiteinde van een baan, tegen een vast punt aan. Een goed uitgevoerde aansluiting houdt daar rekening mee door de baan niet helemaal star tegen de opstand te zetten, maar door de klem net iets speling te geven op die laatste meter.

Een derde punt is de plaatsing van de doorvoer ten opzichte van de banen zelf. Een pijp die precies op de naad tussen twee felsbanen uitkomt, is een ongelukkige plek: daar moet dan aan twee kanten een aansluiting gemaakt worden in plaats van aan één kant in het midden van een baan. Bij een dak dat nog ontworpen wordt, kan de positie van de doorvoer nog verplaatst worden zodat die midden op een baan valt. Bij een bestaand pannendak met een bestaande doorvoer ligt die positie al vast, en moet de dakdekker met de bestaande maatvoering werken. Dat is een van de redenen waarom we op tekening meedenken over de indeling van het vlak voordat de banen op maat gewalst worden: een doorvoer die al ergens staat, bepaalt mee waar de naden van de banen het beste kunnen vallen.

De dakdoorvoer is daarmee een klein onderdeel van het dak, maar een van de details waar de bevestiging het meest bepalend is voor of het dak op de lange termijn droog blijft. Andere onderbrekingen in het vlak, zoals bij een schoorsteen of een dakraam, kennen een vergelijkbare logica maar een eigen uitvoering; die staan behandeld op de pagina's over [de schoorsteen op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/schoorsteen) en over het dakraam. Bij een dakdoorvoer is de kern steeds hetzelfde: eerst de opstand, dan de banen ertegenaan, en geen doorboring in het vlak zelf.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink