Klikzink

De dakdoorvoer op een gevel in plaats van een dak

Een dakdoorvoer is op zichzelf al de meest kwetsbare plek in een felsdak. De baan wordt onderbroken, er komt een rond of vierkant object doorheen, en precies daar moet het water alsnog naar beneden lopen zonder dat het bij die onderbreking naar binnen kan. Op een gevel komt daar een tweede complicatie bij: de baan hangt niet, hij staat niet, hij loopt verticaal langs de doorvoer heen, en de klemmen die de plaat vasthouden dragen op die plek niet alleen windbelasting maar ook een deel van het eigen gewicht van de baan erboven.

Op een dakvlak rust een baan voor een groot deel op de ondergrond. De klemmen onder de fels houden de plaat op zijn plaats en vangen wind en uitzetting op, maar de plaat zelf ligt. Op een gevel is dat anders. De baan hangt aan zijn bevestigingspunten, van klem naar klem naar boven toe, en elke onderbreking in die lijn is een plek waar de kracht ergens anders naartoe moet. Bij een dakdoorvoer op een gevel betekent dat: de klemmen direct naast de doorvoer nemen het gewicht over van het stuk baan dat er niet meer doorloopt. Zet die klemmen te ver uit elkaar, of laat je de bevestiging rond de doorvoer te licht, dan gaat de plaat daar juist trekken op het moment dat hij ook nog moet uitzetten met temperatuur.

En dat uitzetten is bij een verticale doorvoer een ander verhaal dan bij een horizontale. Op een dak zet de baan overwegend in de lengte uit, van dakvoet naar nok, en de klemmen zijn daarop berekend. Op een gevel loopt de uitzettingsrichting van de baan mee met de looprichting van de plaat, dus verticaal, en een doorvoer die dwars op die richting staat vormt een vast punt in een baan die eromheen wil bewegen. Bij ons materiaal is die beweging kleiner dan bij zink, ons stalen felsbaan zet ongeveer half zoveel uit, maar kleiner is niet nul. Rond een doorvoer moet de klemafstand daarop worden afgestemd, niet op de standaard die voor een ongestoord vlak geldt.

Waar het misgaat is bijna altijd bij de kraag om de doorvoer heen, niet bij de doorvoer zelf. De pijp is meestal wel goed afgedicht met een manchet of een loden kraag die om de buis sluit. Het probleem zit in hoe die kraag aan de felsbaan wordt gekoppeld. Op een gevel loopt het water niet naar de doorvoer toe zoals op een plat dakvlak, het loopt er juist langs, van boven naar onder, en het moet om de doorvoer heen worden geleid voordat het weer verder naar beneden kan. Dat vraagt een inbouwstuk dat de baan boven de doorvoer laat aflopen naar de zijkanten, met een eigen bevestiging die los staat van de klemmen op de rest van de baan. Wordt dat inbouwstuk star aan de omringende platen gekoppeld, dan neemt het de uitzetting van de hele gevel op zich en scheurt de kraag daar als eerste.

Een voorbeeld uit de praktijk: een technische ruimte tegen een gevel met een enkele afvoerpijp erdoorheen, halverwege de hoogte van het vlak. De platen liepen daar in banen van ruim vier meter, van de onderaansluiting tot de bovenrand. Bij de eerste uitvoering was de doorvoer simpelweg ingepast in de bestaande baanindeling, met de kraag rechtstreeks aan de fels van de omliggende platen bevestigd. Na twee winters begon de kraag daar los te trekken, niet doordat het materiaal het niet aankon, maar doordat de volledige lengte-uitzetting van vier meter baan zich concentreerde op dat ene punt. De oplossing was niet een sterkere kraag, maar een kortere vaste sectie: de baan rond de doorvoer werd opgedeeld in een eigen stuk met eigen klemmen, los van de lange banen ernaast, zodat de uitzetting zich verdeelt in plaats van zich op te stapelen bij de doorvoer.

De volgorde op de bouw is bij een gevel ook net iets anders dan bij een dak. Op een dakvlak werkt men doorgaans van de dakvoet naar de nok, en een doorvoer wordt ingepast zodra die hoogte in de looprichting wordt bereikt, zoals ook geldt voor de aansluiting bij de nok. Op een gevel werkt men van onder naar boven langs de verticale banen, en een doorvoer op halve hoogte betekent dat de onderste banen al vaststaan voordat de doorvoer aan de beurt is. Dat is precies waarom de klemafstand rond de doorvoer vooraf op tekening moet staan en niet ter plekke bedacht kan worden: de platen erboven en ernaast liggen er dan al, en een fout in de maatvoering van het inbouwstuk is achteraf niet zomaar te herstellen zonder platen los te maken.

De blinde bevestiging werkt hier in het voordeel, maar vraagt wel om precisie. Omdat er geen schroef door de plaat gaat, is er ook geen doorboring die op de gok bijgezet kan worden als de klem net niet goed uitkomt naast de doorvoer. Bij een systeem met doorschroeven kan een installateur ter plekke een extra bevestigingspunt zetten als de situatie dat vraagt. Bij klikbevestiging ligt de plaats van elke klem vast in de opbouw van de plaat en het inbouwstuk, en dat moet dus vooraf klوppen. Wij denken daarom mee op tekening zodra een doorvoer op een gevel voorkomt, kosteloos, en leveren de platen en het inbouwstuk op maat zodat de klemafstand rond de doorvoer al klopt voordat het materiaal de fabriek verlaat.

Een dakdoorvoer op een gevel is dus geen kwestie van een standaard inbouwstuk dat ergens wordt bijgeplaatst. Het is een onderbreking in een verticaal lopende, hangende baan, met een eigen bevestigingslogica die los staat van de rest van het vlak. Waar dat naast een andere aansluiting komt, zoals bij het boeiboord of bij een raam in de gevel, zoals wij uitleggen bij [het dakraam op een gevel](/bevestiging/gevel/dakraam), telt dezelfde regel: het vaste punt in een uitzettende baan moet klein genoeg zijn om de beweging op te vangen, en de klemmen ernaast moeten het extra gewicht kunnen dragen dat door de onderbreking ontstaat. Wilt u een dakdoorvoer op een gevel laten uitwerken, stuur dan de positie en de doorsnede van de doorvoer mee met de gevelindeling, en wij rekenen de klemafstand en het inbouwstuk daarop terug.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink