Klikzink

Dakkapel op een gevel in plaats van een dak

Een dakkapel op een schuin dak is een onderbreking in een verder gelijkmatig vlak: banen die aflopen naar de goot, en die je even omleiden langs zijkant, bovenkant en onderdorpel. Op een gevel is dat anders. Daar staat de dakkapel niet in een hellend vlak dat toch al naar één kant afwatert, maar in een verticaal vlak waar de banen zelf al rechtop staan. De dakkapel wordt dan een dakvlak in een gevelvlak, met vier aansluitingen die tegelijk om aandacht vragen: links, rechts, onder en boven het kozijn. Dat verandert hoe u de banen indeelt en waar de bevestiging het werk moet doen.

Op een schuin dak hangt een deel van het gewicht van een baan op de ondergrond; de klem onder de fels houdt de baan vooral zijwaarts vast en laat de uitzetting toe. Op een gevel draagt de bevestiging de volledige baan, van boven naar onderen. Dat is het eerste verschil dat u voelt zodra er een dakkapel in dat gevelvlak zit: de klemmen rond de kapel moeten niet alleen de aansluiting dicht houden, ze moeten ook een deel van de baan dragen dat door de onderbreking korter is dan de rest. Een baan die van goot tot dakrand loopt heeft over die hele lengte steunpunten. Een baan die stopt op de kapel en verderop weer begint, heeft twee kortere stukken met ieder hun eigen ophanging. Reken dus niet met de klemafstand van een doorlopende baan, maar met wat een kort stuk nodig heeft om niet te gaan hangen.

De indeling rond het kozijn

Rond een dakkapel op een gevel is de indeling van de banen het eerste dat u vastlegt, nog voor er een klem wordt gezet. Bij verticale banen wilt u het liefst geen halve baan direct naast het kozijn, omdat een smalle reststrook nauwelijks steun heeft en bij wind gaat trillen op zijn bevestigingspunten. In de praktijk verschuift u de baanindeling van de hele gevel een stukje, zodat de banen die tegen de kapel aankomen breed genoeg blijven om normaal geklemd te worden. Dat is geen kwestie van zorgvuldig sjabloneren, het is een rekenoefening die u vooraf op tekening maakt, en die wij bij Klikzink zonder kosten meedenken als u ons de maten van de gevel en de kapel doorgeeft.

Boven het kozijn loopt de fels van de baan gewoon door, maar de klem net boven de kapel krijgt een dubbele taak: hij draagt het stuk baan boven de kapel en vangt de aansluiting op de kapelafdekking op. Dat vraagt om een klem die iets dichter op de rand van de kapel wordt gezet dan het standaard klempatroon zou aangeven. Onder het kozijn, op de onderdorpel, gebeurt het omgekeerde: daar stopt de baan en moet de onderkant zelf gedragen worden zonder dat er verderop nog een klem komt om op te vangen. Een baan die daar te lang doorloopt zonder extra bevestiging, gaat na verloop van tijd zichtbaar buigen op die plek, niet meteen, maar wel binnen een paar jaar.

Water dat anders loopt, wind die anders trekt

Op een schuin dak loopt water van de kapel af naar de goot, in dezelfde richting als de rest van het water op het dak. Op een gevel loopt het water langs de kapel naar beneden, maar het komt van boven de kapel ook opeens tegen een obstakel aan dat het water opzij moet dwingen. Voor de banen zelf verandert dat weinig, maar voor de klemmen rond de zijkant van de kapel wel: die moeten de baan zo vasthouden dat er geen ruimte ontstaat waar water even blijft staan voor het verder naar onderen gaat. Dat is een detail dat u oplost door de klemmen op de juiste hoogte te zetten, niet door de fels zelf aan te passen, want de fels blijft op alle standen 35 mm en haaks staand.

Wind trekt op een gevel ook anders dan op een dak. Een dakvlak krijgt overwegend druk of onderdruk over het hele vlak, min of meer gelijk verdeeld. Een gevel met een dakkapel erin krijgt lokaal een andere windbelasting, precies rond die kapel, omdat de wind langs de zijkanten van de kapel versnelt. Voor de klemmen betekent dat, dat de klemafstand rond de kapel niet zomaar hetzelfde kan zijn als op de rest van de gevel. Wij geven op basis van de maten van de kapel en de plek op de gevel aan waar u dichter moet klemmen, en dat wijkt per project af; een vrijstaande kapel op een windrijke locatie vraagt om een andere indeling dan een kapel die tussen twee andere gevels beschut ligt.

Uitzetting die niet vrij kan bewegen

Stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en de klem onder de fels is er juist op gemaakt om die beweging op te vangen zonder dat de plaat gaat golven. Rond een dakkapel is die vrije beweging beperkter dan op een vlak zonder onderbreking. Een baan die van boven de kapel doorloopt tot aan de nok heeft die hele lengte om uit te zetten en te krimpen; een baan die stopt op de rand van de kapel heeft nog maar een kort stuk, en dat stuk zit ook nog vast aan de aansluiting op de kapelafdekking. Als die aansluiting star is uitgevoerd, zonder ruimte voor die kleine beweging, gaat de spanning zoeken naar de zwakste schakel. Dat is meestal niet de plaat zelf, die buigt makkelijk mee, maar de klem die het dichtst bij de aansluiting zit. Die kan na een paar jaar van uitzetten en krimpen iets losser komen te zitten dan de rest, en dat merkt u pas als de baan er net niet meer helemaal recht bij ligt.

De oplossing is niet om de klem zelf zwaarder te maken, maar om de aansluiting op de kapel zo te maken dat er een beetje beweging in mag zitten, net zoals dat ook geldt voor de aansluiting op een gevel in het algemeen, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting van een klikdak op een gevel](/bevestiging/gevel). Bij een dakkapel is dat principe niet anders, alleen zit het op vier plekken tegelijk in plaats van op één doorlopende rand, en dat maakt de indeling van de klemmen rond de kapel nauwkeuriger werk dan rond een enkele gevelaansluiting.

Waar het misgaat als de indeling niet klopt

De meest voorkomende fout bij een dakkapel op een gevel is dat de baanindeling wordt bepaald door het aanzicht in plaats van door de bevestiging. Een dakdekker die de banen zo legt dat ze er symmetrisch uitzien rond het kozijn, maar daarbij een smalle reststrook naast de kapel laat staan, zet zichzelf klem: die reststrook heeft te weinig breedte om de klemmen op de normale afstand te zetten, en verdicht ze te dicht bij elkaar, dan houdt de fels de spanning niet goed op en gaat de baan juist daar het eerst golven. Andersom, een reststrook die te breed wordt gemaakt om dat te voorkomen, verstoort weer de aansluiting boven en onder het kozijn.

Een tweede fout is de volgorde op de bouw. Bij een gevel zonder kapel legt u de banen van onder naar boven of omgekeerd, in een vaste volgorde die u niet onderbreekt. Met een kapel in het vlak moet u eerst de aansluitingen rond de kapel voorbereiden, met klemmen op de juiste afstand, voordat u de banen daaromheen dichtklikt. Wordt dat omgedraaid, legt u eerst de gevel dicht en pas daarna de kapel erin, dan moet u banen die al vastzitten weer los maken om de klemmen rond de kapel op maat te krijgen. Dat is met een klikverbinding wel mogelijk, in tegenstelling tot een gesoldeerde naad, maar het kost tijd die u er met een goede volgorde vooraf niet aan kwijt was geweest.

Wilt u een dakkapel op een gevel laten leggen, geef ons dan de maten van de gevel en de kapel; wij denken op tekening mee over de baanindeling rond het kozijn, zonder dat daar kosten aan hangen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink