Klikzink
Een dakkapel verandert een rustig dakvlak in vier aansluitingen tegelijk. Onder de kapel loopt het hoofddakvlak door, links en rechts sluit u aan op de zijkanten, en boven de kapel moet het water dat van boven komt om de kapel heen naar de goot. Dat is geen detail dat u er even bij doet nadat de rest van het dak gelegd is. Het is iets waar u de baanindeling van het hele vlak op afstemt, en dat begint al voordat de eerste baan geklikt wordt.
Bij een felsdak dat op de bouw gesoldeerd wordt, lost een dakdekker een dakkapel vaak op met stukwerk: een baan die ter plekke wordt aangepast, een naad die extra aandacht krijgt, een soldeerverbinding die om de kapel heen buigt. Bij onze banen werkt dat anders, omdat de bevestiging blind is en de klemmen onder de fels vastliggen op een vooraf bepaalde plek. Dat betekent dat u de indeling van de banen rond de kapel vooraf moet uitdenken, niet tijdens het leggen.
De aansluiting onder de kapel is de eenvoudigste van de vier. Daar lopen de banen door zoals ze al liepen, en de kapel staat er als het ware op. De klemmen onder die banen zijn niet anders dan elders op het dak.
De aansluitingen aan de zijkanten van de kapel zijn een ander verhaal. Daar moet een baan ophouden waar de kapel begint, en dat betekent dat de baanbreedte op die plek niet vrij is. Werkt u met een baan van 475 mm werkende breedte, dan valt de rand van de kapel zelden precies op een baangrens. U kunt de banen rond de kapel invoegen op de millimeter, wat kan omdat wij op maat afkorten, of u kunt de kapel positioneren in overleg met de baanindeling voordat er iets bekapt is. Een aannemer die op tekening laat meedenken over waar de kapel precies komt, wint daar later tijd op de bouwplaats mee.
Boven de kapel ligt de zwaarste aansluiting, omdat daar het water van het hele bovenliggende dakvlak samenkomt en om de kapel heen geleid moet worden. Dat is een plek waar de klem alleen niet volstaat: hier werkt u met een overgang die het water actief stuurt, meestal in de vorm van een sierlijst of een geïntegreerde goot boven de kapel. De klemmen onder de banen die naar die overgang toelopen, moeten op de juiste plek zitten zodat de aansluiting zelf niet onder trek komt te staan.
Bij een dakvlak zonder onderbrekingen kunt u een eind komen met een vaste baanmaat en een beetje ruimte aan de rand. Bij een dakkapel werkt die vrijheid averechts. De kapel staat vast op een plek in het dakvlak, en de banen moeten daar op aansluiten zonder dat u halverwege een baan een verbinding krijgt die niet bedoeld was. Dat betekent dat de tekening waarop de kapel staat, ook de tekening is waarop de baanindeling wordt vastgelegd, inclusief de klempositie per baan.
In de praktijk komt dat neer op een keer extra meten voordat er gewalst wordt. Een dakdekker die de kapel al heeft staan of exact weet waar die komt, geeft die maten door, en de banen komen op maat aan zodat de zijkanten van de kapel precies uitkomen op een baangrens of op een vooraf bepaalde inkorting. Doet u dat niet, dan moet er op de bouwplaats een baan worden aangepast, en dat is precies het werk dat u met blinde bevestiging en levering op maat had willen vermijden.
Omdat er geen schroef door de plaat gaat, is er bij de kapel geen risico dat een doorboring vlak naast de aansluiting een zwakke plek toevoegt op precies de plaats waar het water al onder druk staat. Dat is een reëel voordeel bij een detail waar van drie kanten water samenkomt. Maar de klem zelf lost het detail niet op. De klem zorgt dat een baan blijft liggen en mag uitzetten zonder te knarsen of te scheuren; de aansluiting bij de kapel is het werk van een goede overgangsconstructie, niet van de klem alleen.
Dat verklaart ook waarom een dakkapel op een felsdak niet per se sneller gaat dan op een dak zonder klik. De klemmen maken het leggen van het vlakke deel van het dak sneller, en dat scheelt tijd die u kunt besteden aan het detail bij de kapel zelf. Reken er niet op dat de kapel zelf ook sneller gaat, want daar is precisie belangrijker dan snelheid.
Een felsdak zet uit met de temperatuur, en onze stalen banen doen dat ongeveer half zoveel als zinken banen. Bij een dakkapel is dat relevant omdat de kapel een vast punt in het dakvlak is waar de banen niet vrij tegenaan mogen groeien. De klemmen laten de baan in de lengte bewegen zonder dat de bevestiging zelf meebeweegt, en bij een dakkapel telt dat net iets meer omdat de baan aan één kant vastloopt tegen een onderbreking in plaats van vrij door te lopen naar de goot. Hoe u die baan precies laat eindigen bij de kapel, en hoeveel ruimte voor beweging u daar inbouwt, is onderdeel van dezelfde tekening waarop de klempositie staat.
Deze pagina gaat over hoe de bevestiging zich verhoudt tot een dakkapel als onderbreking in het vlak. Hoe steil of vlak het dak rond die kapel mag zijn, wat dat betekent voor de opbouw onder de banen, en vanaf welke helling dit systeem toepasbaar is, staat beschreven op klikfels.com. Wilt u weten hoe de kleur en de belijning van de banen rond een kapel eruitzien, dan vindt u dat op zinklook.com.
Wat u nu kunt doen, is de tekening van de kapel meenemen naar het moment waarop u de banen bestelt, in plaats van pas op de bouwplaats te bepalen waar de zijkanten precies uitkomen. Meedenken op tekening kost niets, en hoe eerder de klempositie en de baanindeling rond de kapel vastliggen, hoe minder er op de bouw nog aangepast moet worden.