Klikzink

De dakkapel tegenover EPDM: twee bevestigingen

Een dakkapel is voor een dak wat een aanbouw is voor een huis: een nieuw vlak dat tegen het bestaande vlak aan moet, met een dak erop, twee zijkanten en een onderaansluiting die allemaal water moeten keren op het punt waar ze samenkomen. Bij een groot open dakvlak leg je banen van dakvoet tot nok en ben je klaar. Bij een dakkapel begint het pas als de banen bij de kapel aankomen, want daar moeten ze ingedeeld worden rondom een obstakel dat aan alle kanten aansluiting vraagt. Hoe die aansluiting wordt gemaakt, verschilt sterk tussen een dak van EPDM en een dak van klikfelsbanen. Het is het overwegen waard voordat de knoop wordt doorgehakt, want beide manieren hebben hun sterke kant.

EPDM: één vel, rondom gekleefd of geballast

EPDM is een rubberdoek, geleverd in banen die op maat gesneden en aan elkaar gelijmd worden tot één vlak. Rond een dakkapel betekent dat: het doek wordt om de kapel heen gevouwen, in de hoeken ingesneden en opgeplooid, en op de opstanden vastgezet met contactlijm of met mechanische bevestiging onder een afwerklat. Bij een dakkapel op een plat dak, waar EPDM het meest wordt toegepast, is dat een bekende klus voor een dakdekker die met rubber werkt: de hoeken zijn het lastigste punt, omdat daar het doek niet vlak ligt maar om een uitstekend volume heen moet. Een geoefende dakdekker legt de plooi zo dat er geen spanning op het materiaal blijft staan, en plakt of laat vervolgens de randen dicht met een naad die getest kan worden op onderdruk. Dat is precies waarom EPDM hier goed werkt: het is een membraam, geen plaatmateriaal, en een membraam kan zich om een vorm heen leggen zonder dat er een naad ter hoogte van de hoek zelf moet vallen. Bij een ronde of een schuine dakkapel is dat een reëel voordeel. Rubber volgt de vorm, staal wordt in stukken om de vorm heen gelegd.

De klikband: vier aansluitingen, elk met een eigen afwerkprofiel

Bij klikfelsbanen ligt het anders, omdat het geen doek is maar een reeks stijve platen die elk hun eigen richting hebben. Rond een dakkapel worden de banen die er recht op aflopen, kortgeknipt en aangesloten met een inkeeplood of een aansluitprofiel dat aansluit op de fels. De banen die evenwijdig langs de kapel lopen, moeten op maat worden ingedeeld zodat de klikvoeg niet net op de hoek van de kapel valt, want daar is geen ruimte voor de klem. Dat betekent dat de indeling van het dakvlak al bij de tekening rekening moet houden met waar de kapel komt te staan. Bij een enkele kapel op een verder rustig vlak is dat een kwestie van de baanbreedte een paar centimeter verschuiven. Bij twee kapellen naast elkaar, of een kapel die niet in het midden van het vlak staat, wordt die indeling een rekenpuzzel die vooraf om aandacht vraagt en niet meer op het dak zelf opgelost kan worden. Dat is de andere kant van blinde bevestiging: omdat er geen schroef door de plaat gaat, kan een baan ook niet zomaar ergens vastgezet worden waar het net handig valt. De klem zit op een vaste plek onder de fels, en die plek is al bepaald voordat de baan gelegd wordt.

Waar het water heen moet: langs vier zijden in plaats van rond één vorm

Het wezenlijke verschil zit in hoe het water bij de kapel wordt weggeleid. Bij EPDM loopt het water over het membraam en wordt het bij de kapel opgevangen door het doek dat tegen de opstand omhoog loopt en daar mechanisch of met lijm is afgewerkt. Er is in principe één vlak, ononderbroken, dat plaatselijk een andere vorm aanneemt. Bij een klikdak lopen de felsbanen het water af in de lengterichting van de baan, en bij de kapel moet dat water actief omgeleid worden: langs de zijkant van de kapel naar beneden, over een keperstuk of een goot die het water van de kapel opvangt en naar de eerstvolgende baan brengt. Dat is een detail met een aansluitprofiel, geen doorlopend materiaal, en het moet op de juiste plek onder de volgende fels gestoken of erover gelegd worden zodat het geheel een sluitend geheel blijft zonder dat er ergens een naad tegen de wind in open staat. Dit is precies het detail dat op de pagina over de dakkapel bij een klikdak wordt uitgewerkt; hier gaat het erom hoe dat verschilt van de rubberoplossing.

Waar EPDM het beter doet

Het is niet eerlijk om te doen alsof klikbanen hier zonder nadeel zijn. Bij een dakkapel met een complexe vorm, een ronde uitbouw, of een dakkapel die schuin in het vlak staat ten opzichte van de nok, is EPDM eenvoudiger te plaatsen. Het membraam plooit mee, en een dakdekker die het gewend is, legt een sluitende hoek zonder dat er een aansluitprofiel op maat gemaakt moet worden. Bij klikbanen moet voor elke afwijkende hoek een plaatwerker of de fabriek een profiel op maat leveren, en dat kost tijd in de voorbereiding die bij EPDM niet nodig is. Ook bij een dakkapel die pas na de bouw van het dak wordt toegevoegd, is EPDM eenvoudiger aan te passen: het doek kan lokaal open geknipt en opnieuw gelijmd worden. Bij een klikdak moet voor een latere toevoeging een deel van de banen worden opengeklikt, wat kan, maar wel vraagt dat er precies bekend is waar de klemmen zitten en hoe ver een baan zonder schade teruggeschoven kan worden.

Waar de klikband het beter doet

Daar staat tegenover dat een klikdak bij de rechte aansluitingen, en dat is de meeste dakkapellen, sneller dicht is en minder afhankelijk is van een goede lijmverbinding die na jaren nog moet houden. EPDM-lijmverbindingen zijn een vakwerk dat bij een slordige uitvoering na jaren kan gaan loslaten, vooral op de hoeken waar de spanning het grootst is. Een klikverbinding zit mechanisch vast, niet chemisch, en de klem verandert niet met de jaren zoals lijm dat kan doen. Ook is er bij klikbanen geen open vlak van rubber dat op een dakkapel al gauw zichtbaar zwart of grijs afsteekt tegen een gevel in een andere kleur; de felsbanen kunnen in dezelfde kleur en hetzelfde materiaal om de kapel heen worden gelegd als op het grote vlak, wat qua uitstraling meer een geheel maakt. Dat raakt het uiterlijk, en daarover gaat deze site niet verder; dat staat op zinklook.com.

De vier aansluitingen, in de praktijk

Bij een dakkapel op een klikdak zijn er in feite vier situaties die elk hun eigen oplossing vragen: het vlak boven de kapel, waar de banen doorlopen en alleen ingekort worden, het vlak onder de kapel, waar het water van de kapel wordt opgevangen en verder afgevoerd, en de twee zijkanten, waar de banen langs de opstand van de kapel lopen en met een aansluitprofiel tegen de gevel van de kapel worden afgewerkt. Bij EPDM zijn dat ook vier situaties, maar ze worden alle vier met hetzelfde materiaal en dezelfde techniek opgelost: het doek wordt overal om de vorm heen gevouwen en gelijmd. Dat maakt EPDM in de uitvoering eenvoudiger te overzien voor wie het voor het eerst doet, terwijl bij klikbanen voor elke van de vier situaties een ander onderdeel uit het systeem nodig is en de volgorde van leggen vooraf moet kloppen.

Wanneer welke keuze past

Bij een rechte, eenvoudige dakkapel op een dak dat toch al in klikfelsbanen wordt uitgevoerd, is het voor de hand liggend om de kapel in hetzelfde systeem mee te nemen: de aansluitprofielen zijn bekend, en het scheelt een tweede vakdiscipline op het dak. Bij een dakkapel met een ongewone vorm, of bij een dak dat om andere redenen toch al in EPDM ligt, is het voor de hand liggend om de kapel in EPDM mee te nemen en niet twee materialen te mengen die elk hun eigen aansluitdetail hebben op de overgang. Het mengen van beide systemen op één dakkapel, met EPDM op het platte deel en klikbanen op het schuine deel, komt voor, maar vraagt een overgangsdetail dat voor beide materialen goed is uitgedacht, en dat is iets om vooraf op tekening te laten meedenken in plaats van op het dak zelf te bepalen.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink