Klikzink
De dakvoet is de plek waar al het water van het dakvlak samenkomt en naar de goot of de gevel wordt geleid. Het is ook de plek waar de wind het hardst aan het dakvlak trekt, omdat de onderrand het eerste punt is waar een windvlaag onder het materiaal grip kan krijgen. Bij een klikdak zit hier de eerste klem van de baan, en die klem staat dus, samen met de eindstrip, het meest onder trek. Bij EPDM ligt dat anders, en die twee manieren van vastzetten geven de dakvoet ieder hun eigen zwakke plek en hun eigen sterke kant.
EPDM wordt als aaneengesloten rubberdoek over het dak gelegd en aan de onderrand meestal mechanisch bevestigd met een trim, of vastgekleefd met contactlijm, soms in combinatie met ballast op het vlak zelf. De doek is naadloos waar hij niet gelast hoeft te worden, en dat is meteen het sterke punt tegenover een felsdak: bij EPDM is er geen fels en geen klem die apart aandacht nodig heeft, er is één vlak dat aan de randen wordt afgewerkt. Bij een klikdak bestaat het dakvlak uit banen die ieder aan de fels in elkaar grijpen, en aan de onderrand moet elke baan afzonderlijk worden vastgezet. Dat is meer bevestigingswerk per meter dakvoet, maar het levert ook meer regelmaat op: iedere klem doet hetzelfde werk op dezelfde manier, terwijl bij EPDM de kwaliteit van de lijmverbinding of de trim afhangt van hoe die ene rand is uitgevoerd.
Bij een gekleefde EPDM-rand hangt de houdkracht af van de kwaliteit van de lijmverbinding: de ondergrond moet schoon en droog zijn, de lijm moet goed uitharden, en de temperatuur tijdens het werk moet daarvoor geschikt zijn. Een lijmverbinding die niet goed is aangedrukt of die is aangebracht bij een verkeerde temperatuur, laat dat niet meteen zien. Pas na een paar jaar, als de rand begint te trekken bij storm, wordt duidelijk of de hechting deugde. Bij een geballaste rand ligt dat anders: daar houdt het gewicht van de ballast de rand op zijn plek, en dat werkt zolang de ballast blijft liggen en niet wordt verplaatst door diezelfde wind die aan de rand trekt.
Bij Klikzink zit de eerste klem onder de fels van de eerste baan, mechanisch vastgezet in het onderliggende beleg. Die klem is meteen bij het leggen te controleren: hij zit vast of hij zit niet vast, er is geen uithardingstijd en geen weersafhankelijkheid die achteraf pas blijkt. Dat is de winst van een mechanische bevestiging tegenover een gelijmde: je ziet tijdens het werk of het goed zit, in plaats van pas na verloop van tijd. Daar staat tegenover dat een mechanische klem een doorboring in het onderliggende beleg vraagt op die plek, terwijl een volledig gekleefde EPDM-rand geen enkele doorboring nodig heeft. Wie om welke reden dan ook geen enkele penetratie in het dakbeleg wil, ook niet aan de rand, kiest daarmee eerder voor een volledig gekleefde EPDM-oplossing dan voor een klikdak.
De onderrand van een dak krijgt bij storm de hoogste belasting van het hele dakvlak, dat geldt voor beide systemen. Bij EPDM is dat een bekend en goed doorgerekend probleem: er bestaan windzuigberekeningen voor daktrim, hart-op-hart-afstanden voor de bevestiging, en duidelijke regels voor de overlap van de rand. Die kennis is breed verspreid in de dakbedekkersbranche, want EPDM ligt al decennia op platte en licht hellende daken en de dakvoet is daar uitgebreid op onderzocht.
Bij een klikdak is de eerste klem het punt dat als eerste moet worden gecontroleerd bij twijfel over windbelasting, en de dichtheid van de klemmen op de eerste strekkende meters ligt vaak dichter bij elkaar dan verderop op het dakvlak. Dat is geen zwakte van het systeem, het is een logisch gevolg van waar de trek het grootst is. Het verschil met EPDM is dat bij een felsdak die extra aandacht zichtbaar in het beeld zit, in de vorm van klemmen die iets dichter opeen staan, terwijl bij EPDM die extra aandacht in de trim of de lijmnaad schuilt en van buiten niet te zien is.
Het is voor de geloofwaardigheid van deze vergelijking nodig om ronduit te zeggen waar EPDM de dakvoet eenvoudiger maakt. Rond een hoek, langs een schoorsteen die vlak bij de rand staat, of bij een dakvoet met een grillige vorm, is een aaneengesloten rubberdoek makkelijker om heen te leggen dan stalen banen die recht aflopen naar de rand. EPDM plooit mee met een vorm, een felsbaan niet: die moet worden ingemeten en op maat afgekort, en bij een onregelmatige rand betekent dat meer paswerk en meer aparte eindstukken. Bij een dakvoet die in een rechte lijn loopt, is dat verschil er niet, maar bij een grillige rand is EPDM aan de onderrand vaak sneller dicht te maken.
Ook bij een zeer lage dakhelling, waar water aan de rand langzaam wegloopt en lang op het beleg blijft staan, is EPDM als volledig gesloten rubberdoek zonder enige naad aan de onderrand een bekende en bewezen keuze. Een klikdak kan ook bij een lage helling dicht zijn, maar dat is een vraag over de hele dakopbouw en hoort dus eerder op de pagina over de dakvoet op een flauwe helling dan hier.
De kracht van een geklemde dakvoet zit niet in het idee dat klemmen per definitie beter zijn dan lijm, maar in het feit dat je een klem kunt zien en voelen zitten op het moment dat hij wordt gelegd. Een dakdekker die de eerste baan aan de dakvoet legt, klikt de fels over de klem en die klem grijpt vast; er is geen wachttijd, geen minimumtemperatuur voor de lijm, geen controle die pas de volgende dag kan. Dat is prettig op een bouwplaats waar de planning strak staat en waar niemand op uitharding wil wachten voordat de volgende baan erop kan.
Daar staat tegenover dat een gekleefde EPDM-rand, eenmaal goed uitgehard, een volledig vlakke en naadloze overgang geeft zonder enig zichtbaar bevestigingspunt. Bij een klikdak is de klem onder de fels verstopt en dus ook niet te zien vanaf de grond, maar de fels zelf, met zijn opstaande rand van 35 millimeter, blijft wel een lijnenspel in het dakvlak dat bij EPDM ontbreekt. Wie een volkomen vlak en lijnloos dakoppervlak wil, ook aan de rand, komt bij zinklook.com terecht voor hoe dat beeld wordt bepaald; dat is hier niet de vraag.
Bij een rechte, goed te overziene dakvoet op een dak met voldoende helling, waar snelheid en directe controle tijdens het leggen zwaarder wegen dan het kunnen meebuigen om een grillige rand, is een geklemd felsdak een logische keuze. De eerste klem is dan een bekend en beheersbaar aandachtspunt, geen verrassing. Bij een dakvoet met veel hoeken, bij een zeer lage helling waarbij water lang blijft staan, of wanneer er om andere redenen geen enkele doorboring in het beleg mag komen, is EPDM met een volledig gekleefde rand vaak de praktischere weg.
Wie twijfelt over welke van de twee bij een specifieke dakvoet past, kan de tekening met de randdetails aan ons voorleggen. Meedenken op tekening kost niets, en dan wordt in dat concrete geval duidelijk of een geklemde rand of een gekleefde rand de logische keuze is.