Klikzink

De dakkapel bij een monument

Een dakkapel bij een monument staat bijna nooit op zichzelf. De kapel zit in een dakvlak dat al onder toezicht staat, en dat toezicht gaat niet alleen over hoe het eruit ziet. Het gaat ook over wat er in de bestaande constructie mag worden vastgezet, hoeveel doorvoeringen er acceptabel zijn, en hoe het aanzicht vanaf de straat blijft kloppen met wat er ooit is goedgekeurd. Dat is een andere opgave dan een gewone dakkapel op een gewoon dak, en de bevestiging van de felsbanen speelt daarin een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou denken.

Bij een dakkapel op een monumentaal dakvlak ontstaat altijd een dakvlak in een dakvlak. De kapel heeft een eigen dak, met een voorzijde, twee zijkanten en een aansluiting op het bestaande dakvlak eronder. Dat zijn in de praktijk vier aansluitingen die tegelijk om aandacht vragen: de nok van de kapel, de twee zijkanten waar het kapeldak het hellende vlak raakt, en de onderaansluiting waar het water van de kapel weer in het hoofddak moet komen. Op een gewoon dak leg je die vier aansluitingen zoals het valt. Bij een monument leg je ze zoals het mag, en dat is niet altijd hetzelfde.

De banen om de kapel heen moeten daarom al bij de indeling rekening houden met die vier randen. Waar op een vlak dakvlak de baanbreedte en de plaatsing vrij kunnen worden gekozen, moet bij een dakkapel de indeling vaak terugrekenen vanaf de kapel: hoe komt de laatste volle baan naast de zijkant van de kapel te liggen, hoe voorkom je een smal reststrookje net naast de opstand, en hoe zorg je dat de fels die tegen de kapel aanloopt nog goed bereikbaar is voor de klem. Dat is geen kwestie van het dak vol leggen en de kapel er dan uitsnijden. Het is andersom: eerst de kapel, dan de indeling van het vlak daaromheen. Dat is dezelfde volgorde die wij beschrijven bij de dakkapel bij een groot open dakvlak, maar bij een monument komt er een laag bovenop: de indeling moet ook nog verdedigbaar zijn richting de welstand, omdat de zichtbare naden onderdeel zijn van wat er is beoordeeld.

Hier wordt de blinde bevestiging het eigenlijke argument. Bij een monument ligt er vaak een beperking op wat er zichtbaar mag zijn op het dakvlak en wat er in de onderliggende constructie mag worden geschroefd. Een oud dak heeft soms een authentieke gordingconstructie die niet zomaar vol gaten mag, of een dakbeschot dat als onderdeel van het monument is aangemerkt en niet doorboord mag worden zonder overleg. Onze banen klikken in elkaar over een klem die onder de fels ligt, blind bevestigd, zonder dat er een schroef door de plaat zelf gaat. Dat betekent niet dat er helemaal niets wordt vastgezet in de ondergrond, de klemmen moeten ergens op steunen, maar het aantal doorboringen in het zichtvlak is nul en het aantal bevestigingspunten in de constructie is beperkt tot waar de klemstroken liggen. Bij een monument is dat vaak precies het verschil tussen een dak dat wordt goedgekeurd en een dak waarover eerst een aanvullende toelichting moet worden geschreven.

Wat er misgaat als je dit aanpakt als een gewoon dak

De fout die het vaakst wordt gemaakt, is de dakkapel bij een monument behandelen als een dakkapel op een willekeurig ander dak: eerst het hoofdvlak vol leggen met een standaardindeling, en de kapel er daarna tussen persen. Dat werkt op een nieuwbouwdak, waar de opdrachtgever weinig omkijkt heeft naar de precieze plek van elke naad. Bij een monument levert het twee problemen op. Ten eerste ontstaan er bij de kapel vaak smalle restbanen of onhandige aansluitingen, omdat de indeling niet vanaf de kapel is opgebouwd. Dat is esthetisch een probleem juist op de plek waar de welstandscommissie het meest kijkt. Ten tweede wordt de bevestiging rond de kapel dan vaak improviserend opgelost: een extra schroef hier, een stukje loodslabbe daar, om het dicht te krijgen. Op een gewoon dak is dat een kwestie van net iets minder netjes. Bij een monument is het een kwestie van een detail dat niet meer overeenkomt met wat is vergund, en dat is een ander soort probleem, met een andere afhandeling.

Een tweede vergissing is denken dat de blinde bevestiging vanzelf volstaat om aan alle eisen te voldoen, zonder de aansluitingen zelf aan te passen aan de situatie. De klem onder de fels lost het zichtbare schroefgat op, maar de manier waarop de banen aflopen naar de kapel, hoe de nok van de kapel wordt afgewerkt en hoe de zijstroken tegen het opgaande werk komen, blijft precisiewerk dat per situatie verschilt. Zoals wij uitleggen bij de dakkapel bij een klikdak, verandert de aanwezigheid van een kapel de opbouw van het hele vlak, en dat geldt bij een monument des te sterker omdat er minder ruimte is om een onhandige aansluiting later te verbloemen met een dekprofiel dat niet in de oorspronkelijke lijn past.

Er is ook een verschil in tempo dat vaak wordt onderschat. Bij een monument ligt de bouwsnelheid meestal lager dan de plaatlegging zelf toelaat, omdat er tussendoor wordt overlegd, gecontroleerd en soms aangepast. Een dak dat in een dag dicht kan, wordt bij een monument vaak gefaseerd uitgevoerd rond de kapel, met een moment van stilstand voor overleg tussen het leggen van het hoofdvlak en het aansluiten van de kapel. Dat is geen probleem voor de klikverbinding zelf, de banen liggen los tot ze zijn vastgeklikt en kunnen dus wachten, maar het is wel iets waarmee in de planning rekening moet worden gehouden. Wie ervan uitgaat dat een monumentaal dak in hetzelfde tempo dichtgaat als een vergelijkbaar oppervlak op een nieuwbouwwoning, komt op de bouwplaats voor een verrassing die niets met het materiaal te maken heeft, maar alles met de omgeving waarin het wordt gelegd.

De uitzetting van de platen verandert niet door de monumentale status, maar de ruimte om daarmee om te gaan kan wel kleiner zijn. Rond een dakkapel liggen de banen al korter en zitten er al meer randen dicht bij elkaar. Bij een monument komt daar vaak nog bij dat de goot, de daktrim of de aansluiting op de gevel een vaste, historische maat heeft die niet zomaar wordt aangepast om de plaatlegging comfortabeler te maken. Dat betekent dat de speling die nodig is bij uitzetting, hoe beperkt ook door de gestaalde plaat, precies op de juiste plek in de detaillering moet worden voorzien, in plaats van ergens waar het net toevallig past.

Wie een dakkapel bij een monument voorbereidt, doet er goed aan om de vier aansluitingen van de kapel als vertrekpunt te nemen voor de hele indeling van het dakvlak, en om vooraf in kaart te brengen wat er in de bestaande constructie wel en niet mag worden bevestigd. Bij Klikzink denken wij daarin mee op tekening, kosteloos, en leveren wij de banen op maat aangepast aan die indeling.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink