Klikzink

De dakkapel tegenover bitumen als dakbedekking

Een dakkapel voegt geen extra vlak toe, hij voegt er vier toe. Boven de kapel loopt het hoofdvlak door, links en rechts sluiten de zijkanten aan op het dakvlak, en onder de kapel moet het water dat van boven komt om de kapel heen naar de goot. Bij een bitumen dak lost de dakdekker dat op met een dakbedekking die overal om de kapel heen kan worden opgetrokken, tegen de zijkanten omhoog, onder de vensterbank door en aan de onderkant weer over het dakvlak uit. Bij een geklikte felsbaan ligt dat anders, want de banen lopen in een richting en moeten rond de kapel worden ingedeeld voordat de eerste baan wordt gelegd.

Dat is het verschil dat deze pagina behandelt: niet hoe de kapel zelf wordt afgewerkt, maar hoe de twee bevestigingsmethoden omgaan met een obstakel midden in het dakvlak. Bitumen is een gebrande of gekleefde laag, aaneengesloten en vormbaar. Onze banen zijn mechanisch bevestigd, blind geklemd onder de fels, en hebben een vaste breedte en een vaste looprichting. Beide oplossen dat probleem, maar niet op dezelfde manier, en niet met dezelfde gevolgen op de lange termijn.

Hoe bitumen de kapel omvouwt

Bitumen dakbedekking wordt in banen gebrand of gekleefd op de ondergrond, en rond een dakkapel worden die banen gewoon doorgetrokken en opgezet tegen de kapelwanden. De dakdekker snijdt de bitumen op maat, vouwt hem om de hoeken en brandt of plakt de naden dicht. Het voordeel daarvan is duidelijk: bitumen is een aaneengesloten vlak dat zich naar de vorm van de kapel voegt, en er zijn geen naden die precies op de plek van de kapel moeten uitkomen. Een onregelmatige kapelvorm, een schuine zijwand, een kapel die niet in het midden van het dakvlak staat, dat is voor bitumen geen probleem. Het materiaal gaat overal mee.

Dat is ook waar bitumen het beter doet dan een geklikte baan, en dat mag hier gezegd worden. Bij een complexe kapelvorm, met afwijkende hoeken of een asymmetrische plaatsing, is de vormvrijheid van bitumen een reëel voordeel. Onze banen zijn recht en hebben een vaste werkende breedte van 475 mm. Rond een kapel moeten ze worden ingekort, ingepast en soms met een extra baan aangevuld om de juiste maat te krijgen. Dat is te doen, en het gebeurt op de bouw met banen die op de millimeter zijn afgekort, maar het vraagt een indeling vooraf. Bij bitumen hoeft dat niet, de dakdekker werkt de vorm gewoon om.

Waarom de laag zelf een ander soort risico heeft

De keerzijde van een aaneengesloten laag is dat de sterkte van het hele dak afhangt van de sterkte van die laag, en vooral van de naden. Bitumen wordt aan elkaar gebrand of gekleefd, en rond een dakkapel zitten relatief veel naden dicht bij elkaar: de aansluiting boven de kapel, de twee zijkanten, en de onderaansluiting bij de goot. Elke naad is een plek waar de hechting het moet houden, en na verloop van jaren is dat precies waar bitumen kan gaan verouderen. De laag wordt stugger, de naad kan los gaan trekken door de bewegingen van het dak, en dan ontstaat een lek dat niet altijd meteen zichtbaar is, omdat het water eerst een stukje over de onderconstructie kan lopen voordat het binnen komt.

Een geklikte felsbaan heeft geen naad in die zin. De banen klikken in elkaar over een klem die onder de fels zit, en die verbinding is mechanisch, niet chemisch. Er is niets dat kan verouderen door UV of temperatuur op de manier waarop een gebrande naad dat kan. Rond de kapel worden de banen ingedeeld zodat de opstaande fels op de juiste plek uitkomt, en de aansluiting op de kapelwanden gebeurt met plaatwerk dat op dezelfde manier mechanisch vastzit. Er is geen laag die aan elkaar gesmolten moet worden, en dus ook geen naad die na twintig jaar de zwakke schakel is.

Wat er gebeurt als het toch lekt

Het verschil wordt het duidelijkst zichtbaar op het moment dat er een lek is, en dat is niet omdat het ene systeem meer lekt dan het andere. Het gaat over wat er dan gebeurt. Bij bitumen rond een dakkapel is een lek vaak lastig te lokaliseren, omdat water dat bij een naad naar binnen komt eerst over de onderconstructie kan lopen voordat het zichtbaar wordt, soms wel een meter verderop. De dakdekker moet dan de bitumen openleggen om de naad te vinden, en de reparatie bestaat uit het opnieuw branden of kleven van een stuk laag. Dat werk is weer weersafhankelijk, want branden bij regen of vorst is geen optie.

Bij een geklikte felsbaan is een lek meestal preciezer te herleiden, omdat het water via de fels naar een specifieke klem of aansluiting gaat en niet zomaar over de hele onderconstructie verspreidt. Een baan die beschadigd is, klikt los te maken en te vervangen zonder de naastliggende banen open te breken, en dat kan bij elke temperatuur, want er wordt niets gebrand of gekleefd. Dat is meteen ook een van de dingen die het verschil maakt bij winterwerk, al gaat het daar op een andere pagina dieper op in.

De indeling rond de kapel als apart aandachtspunt

Omdat onze banen in een vaste richting lopen en een vaste breedte hebben, moet de indeling rond een dakkapel vooraf worden bepaald. Dat betekent dat wij, of de dakdekker, op tekening uitzoeken waar de felsen precies moeten vallen ten opzichte van de kapelzijkanten, zodat er geen halve baan overblijft die lastig aan te sluiten is. Dat meedenken op tekening kost niets, en het scheelt op de bouw uitzoekwerk dat anders ter plekke moet gebeuren, met resten die niet passen en een aansluiting die er slordig uitziet. Bij bitumen is die indeling niet nodig, omdat de laag zich aanpast aan wat er nodig is. Dat is precies het punt waar bitumen minder voorbereiding vraagt en onze banen meer.

Daar staat tegenover dat de banen na plaatsing niet meer bewegen op de manier waarop een gebrande laag dat over jaren wel doet. Onze platen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en die uitzetting wordt opgevangen door de klem, niet door de naad. Rond een kapel, waar vier vlakken samenkomen en de spanningen dus ook vanuit vier richtingen kunnen optreden, is dat een reëel verschil met een aaneengesloten laag die op die plek juist het meest onder spanning staat.

Wat dit betekent voor de keuze

Bij een eenvoudige, rechte dakkapel op een overzichtelijk dakvlak is het verschil tussen de twee methodes vooral een kwestie van voorbereiding: bitumen kan er meteen omheen, onze banen moeten eerst worden ingedeeld. Bij een dakkapel met een onregelmatige vorm, of op een dakvlak waar de kapel niet symmetrisch staat, is bitumen door zijn vormvrijheid soms eenvoudiger toe te passen, en dat mag gezegd worden zonder omwegen. Wie kiest voor een geklikte felsbaan rond een dakkapel, kiest voor iets meer werk vooraf op tekening, in ruil voor een aansluiting die niet afhankelijk is van een gebrande naad die na jaren de eerste plek is waar het misgaat.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink