Klikzink
Een dakraam is altijd een gat in een verder gesloten vlak. Hoe dat gat wordt afgewerkt, bepaalt voor een groot deel of de aansluiting over twintig jaar nog droog staat. Bij bitumen gebeurt dat met een opgezette rand en lagen dakbedekking die tegen die rand omhoog worden gebrand of gekleefd. Bij onze felsbanen gebeurt het met een bakgoot en een inbouwkader waar de banen mechanisch op aansluiten, zonder dat er iets aan het dakraam zelf wordt vastgemaakt. Dat is een ander principe van waterafvoer, en het werkt door in wat er gebeurt als het misgaat.
In een bitumendak wordt rondom het dakraam eerst een opstand gemaakt, meestal van hout of van een geïsoleerd randprofiel. Daarover heen komt de dakbedekking, in stroken die worden opgewarmd en aangedrukt, of gekleefd met een koudlijm. De hoeken zijn het kwetsbaarst: daar moet de rol dakbedekking om een hoek van negentig graden heen, en daar wordt vaak met een extra stuk bijgewerkt. Hoe zorgvuldiger dat hoekwerk, hoe langer het dicht blijft. Bij een klikdak ligt er onder het dakraam een bakgoot die het water opvangt en naar de zijkanten afvoert, en de felsbanen lopen daar overheen zonder dat er op die plek een naad hoeft te worden gelast of gekleefd. Het aansluitprofiel is een vast onderdeel, geen bewerking die per dak anders uitpakt.
Bitumen als materiaal veroudert. De eerste jaren doet een aansluiting het goed, maar bitumen wordt onder invloed van uv en temperatuurwisseling na verloop van tijd stugger, en juist op de plek waar hij om een hoek is gevormd, staat hij onder spanning. Een naad bij een dakraam is dus niet voor de hele levensduur van het dak even sterk als op de dag dat hij werd gelegd. Onze felsbanen zijn van gecoat staal en werken niet op een gelaste of gekleefde naad, maar op een mechanische verbinding die niet week wordt en niet krimpt. Dat betekent niet dat er bij een klikdak nooit iets kan gaan schuiven of settelen, met name bij een bakgoot die verkeerd is gedimensioneerd of onvoldoende afschot heeft, maar het is een ander soort risico dan het geleidelijk verouderen van een kleeflaag.
Het is niet eerlijk om te doen alsof bitumen bij een dakraam alleen nadelen heeft. Bitumen is vloeibaar te verwerken in de zin dat een rol zich om vrijwel elke vorm heen laat leggen en plakken. Een onregelmatige opening, een dakraam dat net niet haaks op het vlak staat, of een combinatie van doorvoeren dicht bij elkaar: bitumen kan daar met wat vakmanschap altijd omheen worden gevormd. Bij een klikdak moet het aansluitprofiel passen op de maat en de plaatsing van het dakraam, en dat vraagt om een tekening vooraf. Wie een dakraam op een oude, niet helemaal rechte positie wil handhaven, heeft daar met bitumen meer vrijheid in dan met een vast kader. Ook is bitumen op korte termijn vaak sneller te herstellen door iemand die alleen bitumen gereedschap bij zich heeft: een brander en een extra laag, en de kleine lekkage is voorlopig gedicht.
Daar zit meteen het verschil in wat zo'n herstel oplevert. Een noodreparatie in bitumen is vaak een tijdelijke laag over een probleem dat onder het oppervlak blijft zitten: de kleeflaag onder de nieuwe strook was al aangetast, en die aantasting gaat door. Bij een klikdak is een lek bij het dakraam meestal terug te voeren op één plek: het aansluitprofiel, de bakgoot, of een klem die niet goed vastzit. Omdat de banen mechanisch vastzitten en niet aan elkaar gelast zijn, is een baan naast het dakraam los te maken zonder de rest van het dakvlak open te snijden. Dat is een andere reparatie dan bij bitumen, waar het gebruikelijk is om een stuk van de bestaande laag open te snijden en een nieuw stuk bij te lassen of te kleven, met het risico dat de aansluiting met het oude materiaal zelf weer een zwakke plek wordt.
Onder onze felsbanen zit de klem die de baan op zijn plaats houdt, en bij een dakraam zit de laatste klem vlak naast het aansluitprofiel. Die klem moet aansluiten op de maat van de baan die daar net wordt afgekort, wat betekent dat de plaatsing van het dakraam invloed heeft op waar een baan begint of eindigt. Bij bitumen speelt die vraag niet: de rol wordt gewoon om het dakraam heen gelegd, ongeacht waar op het dakvlak dat precies valt. Voor de aannemer die het werk voorbereidt, betekent dit dat het dakraam bij een klikdak op de tekening moet staan voordat de banen worden bestelen op maat, terwijl dat bij bitumen minder kritisch is omdat de rol zich achteraf om het gat heen plooit.
Een bitumendak vraagt periodiek onderhoud rond doorvoeren: controle op scheurtjes, blaasjes en loskomende randen, met name bij het dakraam waar de opstand het meest wordt belast door uitzetting van het kozijn zelf. Bij een klikdak is er bij het dakraam weinig te controleren dat niet visueel is: zit de klem nog vast, ligt het aansluitprofiel nog gelijk. Er is geen laag die vanuit zichzelf ouder wordt en op een dag opnieuw moet worden aangebracht. Dat scheelt op de lange termijn onderhoudsbezoeken, maar het scheelt niet de zorgvuldigheid bij de aanleg: een aansluitprofiel dat op de bouwplaats niet goed is gepast, blijft daarna een zwakke plek, net zoals een slecht gelegde bitumenhoek dat blijft.
Bij een dak met veel doorvoeren van uiteenlopende vorm, of bij een dakraam dat om bouwkundige redenen niet op een standaardmaat kan worden geplaatst, is bitumen vaak praktischer, omdat het zich om elke vorm heen laat leggen zonder dat er vooraf een kader op maat moet worden bepaald. Ook bij een dak dat al in bitumen is uitgevoerd en waar alleen het dakraam vervangen wordt, ligt het voor de hand om in het bestaande systeem te blijven werken. Onze felsbanen zijn een andere keuze wanneer het gaat om een nieuw dakvlak waarin het dakraam vooraf op tekening kan worden vastgelegd, en waar de aannemer liever met een vast aansluitprofiel werkt dan met een laag die per situatie opnieuw wordt gevormd.