Klikzink
Een pijp door het dakvlak is de plek waar de baan of de laag onderbroken wordt. Op dat ene punt moet iets anders dan het gewone dakoppervlak het water tegenhouden, en dat is precies waarom de meeste daklekkages daar ontstaan en niet midden op het vlak. Wie een dak beoordeelt op de bevestiging, moet dus vooral kijken naar wat er bij de doorvoer gebeurt, niet naar wat er op de rest van het dak gebeurt.
Bij een bitumen dakbedekking wordt de doorvoer meestal opgelost met een manchet of een opstand van bitumen zelf, gebrand of gekleefd rond de pijp. De laag wordt daar warm gemaakt of met een kleefmiddel aangedrukt, en de verbinding met de rest van het dakvlak ontstaat door smelten of hechten. Dat werkt, en het is een gangbare methode die al decennia gebruikt wordt. Maar de kwaliteit van die verbinding hangt sterk af van de temperatuur op het moment van aanbrengen, de vaardigheid van degene die het brandt of plakt, en de conditie van het ondergrondmateriaal op dat exacte punt. Een randje dat niet goed doorwarmd is, of een hoek bij de pijp die net iets te snel is afgekoeld, is een zwakke plek die je aan de buitenkant niet ziet.
Bij onze felsbanen ligt dat anders, omdat er helemaal geen laag gesmolten of gekleefd wordt. De banen liggen los boven het dakvlak, vastgeklikt over klemmen, en bij een doorvoer wordt er een aparte manchet of loodslab om de pijp gezet die vervolgens onder de fels van de aangrenzende baan doorloopt. Er is geen hechting nodig omdat het water niet via een kleeflaag wordt tegengehouden maar via de vorm: overlappingen en de fels zelf zorgen dat regenwater wegloopt in plaats van naar binnen te trekken. Dat is een principieel ander uitgangspunt dan bitumen, waar de dichtheid van het materiaal zelf de barrière is.
Het is niet eerlijk om te doen alsof bitumen bij doorvoeren zonder meer de zwakkere keuze is. Bij complexe, onregelmatige doorvoeren, denk aan een bundel leidingen die schuin door het dak gaat, of een doorvoer die vlak langs een opstaande rand zit, kan een gegoten of gebrande bitumen oplossing zich beter aanpassen aan de vorm. Bitumen is in verwarmde staat vloeibaar en kan om elke hoek heen gevormd worden zonder dat er een aparte plaatwerkoplossing bedacht moet worden. Bij ons moet voor zo'n lastige doorvoer vaak een manchet op maat gemaakt of aangepast worden, en dat is meer werk dan bij bitumen, waar de vloeibare laag zich vanzelf om de vorm heen legt.
Ook bij een dak met heel veel doorvoeren dicht bij elkaar, zoals bij installaties met meerdere afvoeren en doorgangen vlak naast elkaar, kan bitumen praktischer zijn omdat de laag in één beweging om alle pijpen heen aangebracht wordt. Bij klikbanen moet voor elke doorvoer opnieuw de baan onderbroken en aangesloten worden, wat bij een dak met veel doorvoeren meer handelingen betekent. Wie met die situatie te maken heeft, leest daar meer over bij [de dakdoorvoer bij veel dakdoorvoeren](/bevestiging/dakdoorvoer/veel-doorvoeren).
Het echte verschil zit niet in hoe vaak het misgaat, maar in wat er gebeurt als het wel misgaat. Bij een bitumen doorvoer die is gaan lekken, is de oorzaak vaak niet met het oog te zien: een haarscheurtje in de gebrande naad, een stukje dat los is gekomen door verzakking van de pijp, of veroudering van het materiaal na jaren zon en vorst. Om dat te repareren moet de oude laag rond de pijp weggesneden worden en opnieuw gebrand of gekleefd worden, wat weer vraagt om een vlam of een verwarmingstoestel op het dak, met dezelfde afhankelijkheid van weer en vakmanschap als bij de eerste keer aanbrengen.
Bij onze bevestiging is een lek bij een doorvoer meestal terug te voeren op een manchet die niet goed aansluit, een klem die verschoven is, of een overlap die niet voldoende is. Omdat er niets gesmolten of gekleefd is, is de reparatie vaak een kwestie van de manchet losmaken, opnieuw plaatsen en de klemmen weer vastzetten. Dat kan zonder open vuur en zonder dat het hele dakvlak eromheen aangetast wordt. Het is dus niet zo dat er bij ons nooit iets lekt bij een doorvoer, het is wel zo dat de reparatie losstaat van de rest van het dak in plaats van dat er een stuk laag opnieuw aangebracht moet worden.
Levensduur is hier een ander woord dan bij bitumen. Bitumen veroudert als materiaal: het wordt na jaren stugger, kan scheuren bij temperatuurschommelingen, en de hechting van een reparatieplek is nooit precies gelijk aan een verse laag. Onze coating en het onderliggende plaatmateriaal zijn niet aan diezelfde veroudering onderhevig op de manier dat een kleeflaag dat is, maar dat betekent niet dat een doorvoer voor altijd dicht blijft. Een klem kan verschuiven door herhaalde uitzetting van de plaat, vooral bij grote temperatuurverschillen, en dat is precies waarom we bij een doorvoer altijd wat extra bewegingsruimte inbouwen rond de manchet.
Bij een gewoon stuk dakvlak lopen onze banen van nok tot goot zonder onderbreking, met de fels als enige verbinding tussen twee stroken plaatmateriaal. Bij een doorvoer moet die baan onderbroken worden, en dat betekent dat er op die plek een extra las of aansluiting nodig is die niet bestaat op de rest van het dak. Dat is meteen de reden waarom een dakdoorvoer bij ons om een andere aanpak vraagt dan bij een vlak zonder obstakels, zoals wij uitleggen bij [de dakdoorvoer bij een groot open dakvlak](/bevestiging/dakdoorvoer/groot-dakvlak). Bij bitumen is dat onderscheid kleiner, omdat de laag toch al één doorlopend geheel is dat gewoon om de pijp heen gevormd wordt in plaats van onderbroken te worden.
Dat verschil in aanpak werkt ook door in de volgorde op de bouw. Bij bitumen kan de doorvoer worden meegenomen in dezelfde werkgang als de rest van de dakbedekking, met dezelfde ploeg en hetzelfde materiaal. Bij klikbanen is de doorvoer vaak een apart onderdeel dat na het leggen van de banen wordt afgewerkt, met een andere maatvoering en soms een ander materiaal voor de manchet. Dat kost een extra stap in de planning, maar het voordeel is dat die stap niet afhankelijk is van droog weer of een minimale temperatuur, terwijl het branden van bitumen dat wel is.
Bij een dak met een heel grillige vorm, veel schuine doorvoeren of een combinatie van doorvoeren en opstanden die dicht bij elkaar liggen, is bitumen vaak praktischer omdat het zich vloeibaar aanpast aan elke vorm zonder dat er telkens een nieuwe plaatoplossing bedacht moet worden. Ook bij een dak dat al bitumen heeft en waar alleen de doorvoer vervangen moet worden, ligt het voor de hand om in hetzelfde systeem te blijven werken in plaats van een compleet ander bevestigingsprincipe op één punt te introduceren. Wij zijn dan ook niet de partij die zegt dat elke doorvoer beter met klikbanen kan; het is een kwestie van wat er al ligt, hoeveel doorvoeren er zijn, en hoe grillig de vorm van het dak rond die doorvoeren is.