Klikzink

De dilatatie tegenover bitumen

Elk gebouw beweegt. Een betonvloer zet uit bij warmte, een houten dakconstructie werkt met het seizoen mee, en op de plek waar twee bouwdelen samenkomen moet die beweging ergens heen kunnen. Dat is de dilatatie: een naad die niet dichtgemaakt wordt maar juist bewust open blijft, of op een manier is afgewerkt die meebeweegt zonder te scheuren. Hoe een dakbedekking met die naad omgaat, verschilt sterk tussen een gebrande of gekleefde laag en een mechanisch bevestigd systeem zoals het onze. Wij noemen dat verschil liever eerlijk dan verkopend, want op dit punt doet bitumen sommige dingen aantoonbaar beter.

Bitumen is in de basis een gegoten of gebrande laag. De rollen worden aan elkaar gelast met een brander of gekleefd met een primer, en het resultaat is een membraan dat over het hele oppervlak vastzit aan de ondergrond of aan zichzelf. Op een dilatatievoeg wordt dat membraan meestal in een lus gelegd, met extra materiaal en soms een los liggende strook erboven, zodat de voeg kan bewegen zonder dat het bitumen meteen meegetrokken wordt. Dat werkt, en het is een oplossing die al decennia meegaat. De zwakte zit in de herhaling van die beweging over jaren. Bitumen is een viskeus materiaal: het kruipt een beetje, het verhardt met de tijd, en een detail dat bij de oplevering soepel meebeweegt kan na tien of vijftien jaar stroever worden. Bij een dilatatie die dagelijks een paar millimeter open en dicht gaat, is dat precies de plek waar een oud membraan als eerste opengaat.

Bij een klikdak ligt de bevestiging anders, en dat verandert wat er bij de voeg gebeurt. De banen liggen los op klemmen die onder de fels zitten; er gaat geen schroef door de plaat, en de plaat kan in de lengte een stukje bewegen zonder dat er iets scheurt. Bij een dilatatievoeg zelf wordt die vrije beweging bewust groter gemaakt: de klem aan weerszijden van de voeg wordt zo gepositioneerd dat de plaat lokaal meer speling heeft, en de felsverbinding zelf blijft daarbij intact. Er is geen las en geen kleeflaag die op die ene plek het werk moet doen. De beweging wordt opgevangen door de constructie van het dak zelf, niet door een materiaal dat na verloop van tijd zijn souplesse verliest. Hoe wij dat in de praktijk opbouwen, leggen we uitgebreider uit bij [de dilatatie bij een klikdak](/bevestiging/dilatatie), en dat is de plek om te lezen hoe de klem daar precies staat.

Waar bitumen wint, is de continuïteit van het oppervlak. Een gelaste laag heeft in principe geen naden waar water op eigen kracht doorheen kan, behalve daar waar iemand een fout heeft gemaakt met de brander. Bij een klikdak liggen er felsen om de halve meter, en al zijn die felsen zelf niet de bron van een lek, het blijft een dak dat uit onderdelen bestaat in plaats van uit één gegoten vlak. Voor een complexe vorm met veel inwendige hoeken, opgaand werk tegen borstwering en een dakrand die overal net anders loopt, is bitumen vaak sneller aan te passen. Het materiaal plooit mee met de vorm; onze banen worden op de fabriek op maat gewalst en moeten dus vooraf goed opgemeten zijn. Bij een grillige plattegrond met veel bijzondere aansluitingen is dat een reëel argument voor bitumen, en wij zeggen dat liever hardop dan dat we het wegpoetsen.

Bij een lek verschilt de aanpak wezenlijk. Op een bitumen dak zoekt men de lekkage door het membraan te controleren op scheuren, losse randen en verouderde lasnaden, en een reparatie bestaat meestal uit het opnieuw branden van een stuk membraan over de beschadigde plek. Dat werk is specialistisch omdat het met open vuur gebeurt, en het weer moet meewerken: een natte of te koude dag is geen goede dag om te branden. Bij een klikdak is een lek zelden de fels zelf; vaker is het een verweerde doorvoer, een beschadiging door bijvoorbeeld hagel, of een detail dat niet goed is aangesloten. De reparatie bestaat dan uit het lichten van een enkele baan, waarbij de klemmen eronder loskomen en de baan zonder verder ingrijpen teruggelegd of vervangen kan worden. Er wordt niets gesmolten en er is geen brander nodig. Dat is meteen ook de reden waarom een dak zonder doorboringen niet vanzelf een dak zonder zwakke plekken is: de zwakte verschuift van de gelaste naad naar de doorvoeren en de kopse aansluitingen, en juist daar verdient de uitvoering evenveel aandacht als bij bitumen.

De levensduur van beide systemen wordt vaak in dezelfde adem genoemd, maar de manier waarop ze verouderen is anders. Bitumen veroudert geleidelijk over het hele oppervlak: de bovenlaag verbrost een beetje, de laseffecten worden stijver, en op een gegeven moment is een volledige vervanging logischer dan een lappendeken van reparaties. Een gecoat stalen klikdak veroudert vooral aan de coating, terwijl de klemverbinding zelf mechanisch blijft werken zoals op dag één. Dat betekent dat een dak dat plaatselijk beschadigd is, plaatselijk te repareren blijft, ook na een lange periode. Bij een monumentaal pand waar delen van het dak om andere redenen dan slijtage vervangen moeten worden, is dat verschil met bitumen goed te merken; hoe dat er in de praktijk uitziet bij een beschermd pand, staat verder uitgewerkt bij [de dilatatie bij een monument](/bevestiging/dilatatie/monument).

Er is ook een verschil in wat er gebeurt als de dilatatie zelf verkeerd is uitgevoerd. Bij bitumen leidt een te strak aangelegde voeg tot een scheur in het membraan zelf, precies op de plek waar het water dan ook naar binnen kan. Bij een klikdak leidt een dilatatie die geen ruimte krijgt tot iets anders: de plaat zoekt de beweging op waar hij die wel kan vinden, en dat kan een gedeukte of golvende plek zijn op een paar meter van de eigenlijke voeg. Het lekt dan niet meteen, maar de plaat staat wel onder spanning die er op termijn voor zorgt dat een klem los kan komen. Dat is een reden om de positie van elke dilatatievoeg al op de tekening te bepalen, en niet pas op het dak zelf te improviseren.

De keuze tussen beide systemen hangt dus niet af van welk materiaal in het algemeen beter is, maar van wat het gebouw vraagt op de plek van de voeg. Bij een vorm met veel bijzondere aansluitingen en weinig rechte vlakken is bitumen vaak praktischer, juist omdat het membraan zich naar de vorm voegt in plaats van andersom. Bij een groter, regelmatiger dakvlak waar de voeg op een vaste plek ligt en het gaat om een reparatie die zonder brander uitgevoerd moet kunnen worden, ligt een klikdak voor de hand. Wij denken daar liever vooraf over mee dan dat we achteraf uitleggen waarom een detail niet werkt, en dat meedenken op tekening kost bij ons niets.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink