Klikzink

Dakdoorvoer bij gefaseerde oplevering

Een dakdoorvoer is de plek waar de baan onderbroken wordt. De pijp staat er, het felswerk moet erlangs, en op die paar decimeter rond de doorvoer gebeurt het meeste dat later lekt. Bij een dak dat in één doorgaande klus wordt gelegd, is dat al een precisiepunt. Bij een gefaseerde oplevering komt er iets bij: het dak wordt niet in één beweging dichtgemaakt, maar in stukken, met tijd en soms weken ertussen. En als de doorvoer net op of naast die faseovergang valt, telt niet alleen hoe de baan om de pijp sluit, maar ook hoe twee fasen op elkaar aansluiten zonder dat de doorvoer tussen die twee werelden in verweest raakt.

Bij gefaseerde oplevering wordt een dak vaak per bouwdeel, per verdieping of per aannemingstermijn afgerond. De ene vleugel van een pand is klaar en wordt opgeleverd, de andere volgt drie maanden later. Of het dak wordt in twee seizoenen gelegd omdat de bouw dat tempo aanhoudt. In beide gevallen ontstaat een naad in het dakvlak die niet bedoeld was als detail, maar die er wel ligt: de rand van fase één, wachtend op fase twee. Staat daar een dakdoorvoer dichtbij, dan is de vraag niet alleen hoe de klem onder de fels om de pijp heen werkt, maar ook of die klem al vastligt voordat de volgende fase erbij komt, of dat hij openblijft tot het vervolg er is.

Wat er verandert aan de bevestiging

Onder normale omstandigheden bevestigt u de banen rond een doorvoer aan één stuk door: de klemmen liggen op hun plaats, de platen om de pijp heen sluiten aan op de doorgaande baan, en het vlak is af. Bij een gefaseerde oplevering moet u een keuze maken over waar die aansluiting eindigt zolang de volgende fase nog niet gelegd is. Een baan die halverwege stopt zonder klem is geen afgewerkt dak, het is een rand die wacht. Blinde bevestiging betekent hier dat u vooraf moet bepalen waar de laatste klem van fase één komt, en dat die klem zo ligt dat de eerstvolgende baan van fase twee er gewoon overheen kan klikken zonder dat u het dak van de eerste fase weer open moet maken.

Dat lijkt een kleine planningsvraag, maar bij een doorvoer wordt het een echte. De pijp zit vast op zijn plek, de dakopstand is gemetseld of gestort, en die positie verandert niet meer. Als de faseovergang net over die opstand heen valt, moet de bevestiging van de eerste fase al rekening houden met een baan die er later nog bijkomt en die om diezelfde pijp heen moet aansluiten. Werkt u dat aan als los eindpunt zonder die tweede fase in gedachten, dan loopt u het risico dat de klemmen van fase één de doorvoer aan één kant volledig omsluiten, en dat er voor de baan van fase twee geen ruimte meer over is om er goed tegenaan te klikken.

Waar een fase mag eindigen

De vraag is dus niet alleen hoe de doorvoer wordt afgewerkt, maar waar u de knip in het dakvlak legt ten opzichte van die doorvoer. Een fase-einde op een paar centimeter van de pijp is een zwakke plek in aanleg: het water dat van de doorvoer afloopt, moet dan meteen een naad tussen twee bouwfasen oversteken, en die naad is precies de plek waar temperatuurverschillen tussen leg-momenten het meest merkbaar zijn. Ligt fase één in de zomer en fase twee in de winter, dan heeft de eerste fase al een volledige uitzettingscyclus doorgemaakt voordat de tweede fase erbij komt, terwijl de doorvoer daar middenin ligt.

De praktische regel is dat u het fase-einde altijd een hele baanbreedte van de doorvoer vandaan legt, niet ernaast. Dat betekent dat de opstand rond de pijp, met alle plooiwerk en de klemmen die daar dichter bij elkaar staan, in één fase blijft en niet wordt doorgeknipt op de grens tussen twee opleveringen. Een aannemer die op tekening al met de fasering rekening houdt, kan dat meenemen in de volgorde van leggen: eerst het vlak met de doorvoer helemaal afronden, en de knip pas verderop zetten waar het felswerk weer regelmatig en zonder bijzonderheden doorloopt.

Wat er misgaat bij de verkeerde aanpak

Stel dat een dakdekker de doorvoer behandelt als bij een gewoon, ononderbroken dak: hij werkt de plooien rond de pijp keurig af, precies zoals wij uitleggen bij [de dakdoorvoer bij een klikdak](/bevestiging/dakdoorvoer), en gaat er dan van uit dat de volgende fase daar naadloos op aansluit, zonder te kijken of de klemposities dat toelaten. Drie maanden later komt de tweede ploeg, de tekening is er nog, maar de exacte klemafstand rond de opstand is niet vastgelegd. Om de aansluiting te maken, moet de nieuwe baan worden ingekort of ingepast op een plek waar de standaard klemafstand niet meer past. Het gevolg is een verbinding die weliswaar dicht lijkt, maar waar de klem niet op de bedoelde plaats zit en de baan dus meer speling heeft dan bedoeld.

Een ander scenario: de eerste fase wordt in de winter gelegd, bij een temperatuur waarbij de plaat nog vrij strak ligt. De tweede fase volgt in een warmere periode. Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar het zet nog steeds uit, en als de doorvoer precies op de naad tussen die twee temperatuurmomenten ligt, werkt de bevestiging van fase één op een andere lengte dan waarop hij gelegd is. Bij een doorlopend dak vangt de klem dat op over de volle lengte van de baan. Bij een fase-overgang die te dicht bij de doorvoer ligt, moet die opvang gebeuren op een stuk baan dat al is afgesloten en waar geen ruimte meer in de klem zit om dat verschil zonder spanning te absorberen.

Het komt er dus op neer dat een gefaseerde oplevering geen probleem is voor de bevestiging zolang de knip in het dakvlak op de juiste plek ligt. Het probleem ontstaat als de doorvoer en de faseovergang samenvallen, of als de tweede aannemer de klemposities van de eerste fase niet precies kent. Dat laatste is minder een technisch probleem dan een overdrachtsprobleem: leg bij oplevering van elke fase vast waar de laatste klem zit ten opzichte van de doorvoer, zodat de volgende ploeg niet moet gokken.

Wanneer dit niet de aangewezen route is

Bij een dak met veel doorvoeren dicht bij elkaar, zoals rond een groep loodrechte afvoeren of technische installaties, wordt het лastiger om elke doorvoer een hele baanbreedte van de faseovergang te houden; daarvoor verwijzen we naar wat er speelt bij een dak met veel dakdoorvoeren. En bij een dak dat toch al een groot, open vlak is zonder veel onderbrekingen, is de vraag anders: daar gaat het niet om hoeveel doorvoeren de fasering moeten overleven, maar om waar op dat lege vlak de knip zelf het minst opvalt en het minst risico geeft. Is uw dak zo'n geval, kijk dan eerst naar de indeling van het hele vlak voordat u de fasering rond één doorvoer vastlegt. Voor de meeste projecten met een enkele doorvoer en een duidelijke knip tussen twee bouwdelen geldt: leg de fase-overgang op afstand van de pijp, leg de klemposities vast op tekening, en zorg dat de tweede ploeg precies weet waar de eerste is gestopt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink