Klikzink

Het dakraam op een flauwe helling

Een dakraam is altijd een gat in het vlak, en rond dat gat moet het water dat op de banen valt worden omgeleid. Op een steil dak gaat dat vanzelf: de helling doet het werk, water haast zich naar de goot en heeft weinig tijd om ergens te blijven staan. Onder de zes tot ongeveer vijftien graden werkt dat anders. Water blijft langer op het vlak liggen, zoekt de weg van de minste weerstand, en dat is precies waar de opstaande fels van een dakraam een barrière moet vormen die op een steil dak minder hoeft te presteren.

Wij leveren de banen met een fels van 35 mm, standaard, ongeacht de helling. Wat verandert is niet de fels op de plaat zelf, maar de opbouw van de aansluiting rond het kozijn: de hoogte waarop het water tegen de opstand mag komen, en het aantal keren dat een strook om een hoek moet voordat hij weer vlak ligt. Op een flauw dak rekenen wij en de dakdekker met een grotere marge, omdat water dat blijft staan bij wind ook tegen de wind in kan kruipen. Een opstand die op een steil dak ruim voldoende is, kan op zes graden net te laag blijken bij een harde bui uit de verkeerde hoek.

Waarom een gat in het vlak hier zwaarder telt

Bij een gewoon vlak zonder onderbrekingen ligt de bevestiging simpel: klemmen onder de fels, om de zoveel centimeter, en de baan schuift bij temperatuurverschil vrij over die klemmen heen. Rond een dakraam is dat vlak onderbroken. Er lopen randstroken, een bovenaansluiting, een onderaansluiting en meestal een paar overgangsstukken tussen de kozijnflenzen en de felsbanen zelf. Elke overgang is een plek waar water even een andere weg zoekt dan de hoofdrichting van het dak, en op een flauwe helling heeft het water de tijd om die andere weg ook te vinden.

Op een steil dak vergeeft een iets te korte overlap zichzelf vaak, simpelweg omdat het water er niet lang genoeg blijft om door te dringen. Op een flauw dak vergeeft niets zich. Een aansluiting die is ontworpen zoals bij een steil dak, met dezelfde overlapmaten en dezelfde hoogte van de opstaande randen, is precies het detail dat na een paar jaar lekkage geeft rond het kozijn, terwijl de rest van het dak droog blijft. Dat is ook het verschil met het dakraam op een steil dak, waar de helling zelf een deel van het werk doet dat hier bij het detail moet liggen.

Wat er aan de bevestiging verandert

De klemmen onder de fels blijven hetzelfde systeem, blind, geen doorboringen in het vlak. Wat verandert is de dichtheid en de plaatsing rond het kozijn. Waar op een steil dak de klemmen op reguliere afstand kunnen doorlopen tot aan de rand van het gat, leggen wij rond een dakraam op een flauw dak de klemmen dichter bij elkaar in de eerste en laatste baan naast het kozijn. Niet omdat de plaat daar meer kracht te verduren krijgt, maar omdat een baan die rond een opening ligt minder ruimte heeft om vrij te bewegen, en wij die beweging willen opvangen zonder dat de aansluiting onder spanning komt.

Dat raakt ook de uitzetting. Onze stalen banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en dat is precies waarom een klikdak op deze manier gemaakt wordt: de klem laat de plaat bewegen zonder dat er een schroefgat uitscheurt. Rond een dakraam is die bewegingsruimte kleiner, want de baan wordt aan één kant vastgehouden door de kozijnaansluiting. Wij houden daar bewust rekening mee in de maatvoering van de strook die tegen het kozijn aanloopt, zodat die strook niet als enige de volledige uitzetting van het aangrenzende vlak moet opvangen.

Waar het misgaat als je het aanpakt als een steil dak

De meest voorkomende fout is een aansluiting die is opgebouwd volgens een vast detail, zonder dat er is gekeken naar de helling van dat specifieke dak. Een dakdekker die tien keer een dakraam op een steil dak heeft gezet, herhaalt die maten bijna automatisch. Op zes graden geeft dat drie problemen die op vijfentwintig graden niet optreden.

Ten eerste blijft er water tegen de onderaansluiting van het kozijn staan, en als de opstaande rand daar even hoog is als op een steil dak, komt dat water er op een dag met veel neerslag gewoon overheen. Ten tweede: zijaansluitingen die op een steil dak met één overlap volstaan, hebben op een flauw dak vaak een tweede kering nodig, omdat water dat van boven het kozijn afkomt niet recht naar beneden loopt maar zijwaarts uitwaaiert over het vlak. Ten derde is er de volgorde van leggen: bij een steil dak kan de dakdekker van boven naar onder werken en rekenen op de zwaartekracht om fouten te maskeren. Op een flauw dak werkt die genade niet, en moet elke overlap op zichzelf dicht zijn, niet dicht dankzij de helling.

De praktijk op de bouw

Op de bouwplaats betekent dit dat het detail rond een dakraam op een flauw dak meer voorbereiding vraagt dan het lijkt. Wij denken daarom mee op tekening, kosteloos, en dat is precies waar dat meedenken het meeste oplevert: niet in de kleur of de plaatdikte, maar in de vraag hoe de aansluiting rond dit specifieke kozijn op deze specifieke helling wordt opgebouwd. Een tekening waarop staat welke strook waar overlapt, en hoeveel hoger de opstand langs het kozijn komt dan de standaardmaat, bespaart een dakdekker een discussie op het dak zelf, op het moment dat de banen al liggen en aanpassen een stuk lastiger is.

Een andere praktische kant is de volgorde van monteren. Bij een dakraam op een vlak met voldoende helling kan de aansluiting soms in één werkgang mee met de rest van het vlak. Bij een flauwe helling raden wij aan de aansluiting rond het kozijn eerst te maken, los te testen op afwatering, en pas daarna de omliggende banen aan te sluiten. Dat kost iets meer tijd op de bouw, maar het voorkomt dat een fout in het detail wordt afgedekt door de banen ernaast, waar hij pas jaren later zichtbaar wordt als een vochtplek binnen.

Voor gevallen waarin een dakraam samenvalt met andere complicaties, zoals meerdere doorvoeren dicht bij elkaar, is de opbouw net weer anders; dat behandelen wij apart bij [het dakraam bij veel dakdoorvoeren](/bevestiging/dakraam/veel-doorvoeren). En omdat de vraag hoe hoog een opstand mag of moet zijn ook samenhangt met de minimale dakhelling waarvoor het systeem is toegelaten, is dat verder uitgewerkt op klikfels.com; hier gaat het vooral om wat die helling betekent voor de manier waarop de fels en de klemmen rond het kozijn worden ingezet, niet om de norm zelf.

Wat een flauwe helling dus vraagt, is geen ander systeem maar een andere maatvoering: hogere opstanden, meer overlappen, klemmen die dichter bij elkaar liggen rond de opening, en een volgorde van werken die niet op de zwaartekracht rekent om kleine onnauwkeurigheden te vergeven. Wie dat detail behandelt zoals op een steil dak, bouwt een zwakke plek in die pas na een paar seizoenen aan het licht komt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink