Klikzink
Een dakkapel is voor elke dakbedekker een ander project dan een doorlopend vlak. Er zijn vier zijden tegelijk die moeten aansluiten: het voordakvlak, de twee zijkanten en de bovenkant tegen het hoofddak. De banen die daar liggen, moeten rond de kapel worden ingedeeld, wat vaak kortere stukken en meer inkortingen betekent dan op een groot open dakvlak. Wij leggen dat elders uit, zoals wij uitleggen bij de dakkapel bij een klikdak, maar op deze pagina kijken we naar één ding: hoe de platen daar vastzitten, en wat dat scheelt tegenover geschroefde damwand.
Damwand is de meest gebruikte dakbedekking op dakkapellen, en niet zonder reden. Het is een profielplaat die snel te leggen is en die met zelfborende schroeven door de plaat heen op de gording of het dakbeschot wordt vastgezet. Bij een gemiddelde dakkapel gaat het al snel om enkele tientallen tot enkele honderden schroeven, afhankelijk van de afmeting en de overlap die wordt aangehouden. Elke schroef gaat door een rubber ring, en die ring is de plek waar het uiteindelijk misgaat. Rubber verhardt onder zon en temperatuurwisseling, krimpt een fractie, en op een dakkapel met vier hellingen en dus vier windrichtingen krijgt dat rubber overal een andere belasting. Na een aantal jaren is het normaal dat een deel van die ringen niet meer aansluit zoals op dag één.
Dat is meteen het punt waar de vergelijking eerlijk moet zijn: één verweerde ring op honderden is meestal geen probleem. Het is pas een probleem als het samenvalt met een andere zwakte, een verstopte hoek waar water blijft staan, een schroef die niet haaks is ingedraaid, een overlap die net iets te kort is genomen omdat de laatste baan tegen de zijkant van de kapel moest passen. Op een dakkapel, met zijn opeenstapeling van hoeken en aansluitingen, is de kans op zo'n samenloop groter dan op een rechte kap. Dat is niet aan het materiaal te wijten, het is de vorm van het dak die het lastiger maakt.
Bij onze felsbanen zit er geen schroef in de plaat. De klem waarmee de baan vastzit, grijpt onder de opstaande fels, en die klem wordt op zijn beurt vastgeschroefd op de ondergrond. De plaat zelf wordt dus nooit doorboord. Op een dakkapel betekent dat: geen honderden gaten verspreid over vier kleine vlakken, maar een reeks naden die dicht blijven omdat er niets doorheen gaat. Waar bij damwand elke schroef een potentiële zwakke plek is die na verloop van tijd opnieuw beoordeeld moet worden, ligt bij een klikdak de aandacht ergens anders: bij de vier aansluitingen zelf, waar de baan om de kapel heen of tegen de kapel aan moet worden afgewerkt.
Want een dak zonder doorboringen heeft niet geen zwakke plekken, het heeft andere. Bij een dakkapel is dat vooral de plek waar het voordakvlak overgaat in de zijkant, en de plek waar de bovenrand van de kapel tegen het hoofddak aansluit. Daar moet de baan om een hoek heen gevouwen worden of moet een aparte hoekstrook worden bijgemaakt, en dat werk vraagt precisie in het zetwerk, niet in het schroeven. Wie gewend is aan damwand en voor het eerst een klikdak op een dakkapel legt, merkt dat de aandacht verschuift van de installatiesnelheid van de platen naar de zorgvuldigheid bij de hoeken. Dat is ook precies waarom we op andere pagina's apart ingaan op onderdelen als de aansluiting bij een dak met veel doorvoeren of bij een groot open dakvlak: de bevestiging is hetzelfde principe, maar wat er per situatie om vraagt, verschilt.
Een tweede verschil zit in wat er gebeurt als het materiaal beweegt. Damwand zet uit en krimpt met temperatuur, en bij een geschroefde plaat moet die beweging worden opgevangen door het gat rond de schroef, vaak met een iets ruimer boorgat dan de schroefdiameter. Op een groot vlak valt dat te verdelen over veel schroeven. Op een dakkapel, waar de platen vaak korter zijn en de aansluitingen dichter bij elkaar liggen, is er minder ruimte om die beweging te verdelen, en drukt de uitzetting eerder op de rand van een schroefgat dan op het midden van de plaat. Bij onze banen ligt de klem los onder de fels, met ruimte om te schuiven wanneer de plaat werkt. Onze platen zetten ook zelf minder uit dan zink, ongeveer half zoveel, maar het is vooral de klem die de beweging opvangt zonder dat er materiaal om een vast punt heen moet vervormen.
Waar moeten we het aan damwand toegeven. Damwand is lichter te verwerken op plekken waar snelheid alles is en waar de vorm van het dak eenvoudig is: een rechte kap zonder veel hoeken. Op een dakkapel met een standaardvorm, weinig aansluitingen en een beperkt budget is damwand nog steeds een degelijke keuze, en het is niet zo dat elke dakkapel per se een klikdak nodig heeft. Wie op zoek is naar de laagste kostprijs per vierkante meter en bereid is om over twintig jaar de rubber ringen te laten controleren of vervangen, kiest met damwand niet verkeerd. Onze platen zijn interessanter op het moment dat de zichtbaarheid van de kapel meespeelt, of wanneer de opdrachtgever niet wil dat er over enkele decennia een inspectie van honderden schroefpunten nodig is.
De klem onder onze fels is bovendien blind gemonteerd, wat betekent dat er aan de buitenkant nergens een schroefkop te zien is. Bij een dakkapel, die vaak op ooghoogte vanaf de straat zichtbaar is, telt dat net iets meer dan op een hoofddak dat je alleen van ver ziet. Dat raakt het uiterlijk, en dat onderwerp behandelen we liever op de pagina die daarvoor bedoeld is, maar de reden dat er niets te zien is, ligt wel bij de bevestiging: er is simpelweg niets dat door de plaat heen gaat.
In de praktijk zien wij dat de keuze tussen damwand en een klikdak op een dakkapel niet wordt bepaald door welk systeem in het algemeen beter is, maar door wat er op die specifieke kapel gebeurt. Een kapel met een flauwe helling stelt andere eisen dan een kapel op een steil dak, en een kapel die deel is van een monument vraagt weer iets anders dan een nieuwbouwkapel. Voor die situaties hebben we apart uitgewerkt hoe de bevestiging zich gedraagt, zodat wie een dakkapel voor zich heeft kan nagaan welke omstandigheden voor zijn project het zwaarst wegen.