Klikzink
De dakvoet is de plek waar het meeste gebeurt. Hier loopt al het water van het dakvlak samen en eraf, hier staat de wind het hardst aan de plaat te trekken, en hier zit de eerste klem van de hele belegging. Als er ergens op een dak een zwakke plek gaat zitten, is de kans het grootst dat die aan de onderrand ligt. Dat geldt voor een klikdak, en het geldt net zo goed voor een dak van geschroefde damwand. Het verschil zit in wat daar precies vastzit, en waaraan.
Bij damwand wordt de plaat aan de onderrand, en verder over het hele dakvlak, met schroeven op de ondergrond gezet. Elke schroef gaat dwars door de plaat heen, door een rubber ring die de doorboring moet afdichten, de gording in. Op een gemiddeld dakvlak zijn dat er, afhankelijk van de golfslag en de plaatbreedte, al snel honderden. Aan de dakvoet zitten ze het dichtst bij elkaar, omdat daar de windbelasting het hoogst wordt gerekend. Elke schroef is een plek waar de plaat is opengemaakt en weer dicht moet worden gehouden door een ring die niet van staal is.
Bij onze felsbanen zit aan de onderrand een klem die onder de fels grijpt. De plaat zelf is nergens doorboord, aan de dakvoet niet en verder over het vlak niet. De klem houdt vast door vorm en klemkracht, niet door een gat dat is dichtgemaakt. Aan de onderrand krijgt die eerste klem wel de meeste trek, want de wind pakt het dakvlak daar het eerst en het hardst. Daarom zetten we aan de dakvoet de klemmen dichter op elkaar dan hoger op het dak. Het principe verandert niet, de dichtheid van de bevestiging wel.
Een rubber ring wordt met de jaren hard en krimpt een fractie. Bij honderden schroeven per dakvlak is de kans dat er op een gegeven moment één ring gaat lekken niet nul, en aan de dakvoet, waar het meeste water samenkomt en de meeste druk staat, valt dat als eerste op. Dat is geen storingsscenario dat we verzinnen, het is inherent aan een verbinding die door de plaat heen gaat: er ontstaat een gat, en een gat moet afgedicht blijven. Onze naad heeft dat probleem niet, simpelweg omdat er geen gat is om open te laten gaan.
Het zou niet eerlijk zijn te doen alsof damwand alleen nadelen heeft aan de dakvoet. Een geschroefde verbinding is meteen te zien en te controleren. Een dakdekker die een dakvlak overloopt, ziet in één oogopslag welke schroef mist, scheef zit of los is gaan staan, en kan die met een schroevendraaier meteen bijzetten. Bij een klikverbinding zit de klem verborgen onder de fels. Die is niet zichtbaar na te lopen zonder de baan open te maken, wat in de praktijk niet gebeurt: de klem doet zijn werk of hij doet dat niet, en dat blijkt niet uit een visuele inspectie maar uit hoe de baan het jarenlang volhoudt.
Damwand is daarnaast een bevestiging die zich makkelijk laat repareren als er op een dakvlak toch iets loskomt, bijvoorbeeld na een storm. Een schroef vervangen is werk van een paar minuten met gereedschap dat iedere dakdekker op de auto heeft. Bij een klikdak is dat lokaal herstellen van een klem een ingreep die vraagt dat je de baan er ter plaatse uit haalt, iets terugbrengt in dezelfde volgorde als bij de aanleg. Dat is niet ingewikkeld, maar het is een andere handeling dan een schroef aandraaien.
Er is ook een verschil in wat een leek ervan begrijpt. Een geschroefde damwand laat zien hoe hij vastzit: je kijkt naar de schroeven en weet wat je ziet. Een opdrachtgever die voor het eerst een klikdak besteld heeft, moet erop vertrouwen dat er onder die fels iets zit dat hij niet ziet en niet kan narekenen op het oog. Dat vertrouwen moet ergens op gebaseerd zijn, en dat is precies waarom we op tekening laten zien hoe de klemverdeling aan de dakvoet wordt opgebouwd, in plaats van te vragen het zomaar aan te nemen.
Het voordeel van een bevestiging zonder doorboring zit niet in het aantal schroeven dat je bespaart, het zit in wat er over twintig jaar met die dakvoet gebeurt. Een gat dat er niet is, kan niet gaan lekken. Dat is de kern van het verschil, en het is precies aan de onderrand waar dat het meest telt, omdat daar het water zich verzamelt voordat het de goot bereikt. Een lekkage bij de dakvoet van een geschroefd dak zit vaak niet in de plaat zelf maar in een van de ringen die daar het dichtst opeen staan.
Onze platen zetten door temperatuurschommelingen ongeveer half zoveel uit als zink, en bij een dakvoet die over de volle breedte van het dak loopt, telt die uitzetting op. De klem onder de fels is zo ontworpen dat de baan in de lengte kan bewegen zonder dat de bevestiging daar spanning van krijgt. Bij een geschroefde verbinding kan een plaat die wil uitzetten dat niet zomaar doen, de schroef houdt hem daar vast waar hij zit. Op de lange duur is dat een van de dingen die bij damwand tot vermoeiing rond het gat kunnen leiden, precies op de plek waar de rubber ring al onder druk staat.
De keuze tussen deze twee systemen ligt niet alleen bij de dakvoet. Damwand is vaak de voor de hand liggende keuze bij utilitaire daken waar het uiterlijk van de onderrand geen rol speelt en waar snelheid en beschikbaarheid van materiaal zwaarder wegen dan een strakke, blinde bevestiging. Onze felsbanen zijn dan weer geen knock-out voor elk project: bij een heel klein dakvlak met een enkele rij, waar de aanlooptijd van de juiste gereedschappen en klemopbouw niet in verhouding staat tot het werk, kan geschroefde damwand praktischer zijn.
Wat wij aanbieden is een dakvoet die geen gaten heeft om dicht te houden, met een klemverdeling die aan de onderrand bewust dichter op elkaar staat omdat daar de meeste trek zit. Of dat voor uw project de juiste keuze is, hangt af van het dakvlak, de belasting en wat u van de onderrand verwacht na twintig jaar. We denken daar kosteloos in mee op tekening, en er liggen monsters van de drie kleuren klaar om te bekijken hoe de fels aan de rand er in het echt bij ligt.