Klikzink

Verzinkte klem op gordingen zonder beschot

Een klem is de schakel tussen de fels en de constructie erachter. Bij Klikzink is dat een stalen klem, verzinkt zoals de baan zelf verzinkt is. Dat is geen toevallige keuze. Zet u een klem van een ander metaal onder een verzinkte baan, dan krijgt u op elk raakpunt twee metalen die water tussen zich in kunnen vasthouden en die niet gelijk verouderen. Met dezelfde basis aan beide kanten heeft u die koppeling niet. De klem en de plaat reageren hetzelfde op vocht, en er is geen zwakkere partner die eerder opgeeft dan de andere.

Waar de levensduur dan wel van afhangt

De zinklaag beschermt staal door zichzelf op te offeren op de plek waar hij beschadigd is. Snijd of stans je een klem uit een verzinkte plaat, dan ligt op die snijrand kaal staal, met aan weerszijden nog de laag zink die daar corrosie tegenhoudt. Hoe dik die laag daar is, bepaalt hoe lang die rand het houdt voordat er roest ontstaat die verder kruipt. Dat is geen kwestie van een dikke plaat kiezen en klaar; het gaat om de zinklaag op de plek van de snede, en die is bij een fabrieksmatig gestanste klem overal gelijk. Bij een klem die op de bouw met de hand is bijgeknipt, is dat minder zeker, en dat is een van de redenen om klemmen te gebruiken zoals ze geleverd worden, niet zoals ze op de bouwplaats zijn aangepast.

Geen beschot, dus geen doorlopend vlak

Bij een dak met beschot ligt er een dichte plaat onder de banen, en de klem kan daar in principe overal staan waar de aannemer hem nodig heeft. Zonder beschot is er alleen de gording, met lucht ertussen. De klem moet op hout staan, dus op de gording zelf, en nergens anders. Dat is meteen de reden waarom de afstand tussen de gordingen niet een detail is dat u later nog even aanpast: die afstand is de klemafstand. Staan de gordingen op 60 centimeter, dan staan de klemmen ook op 60 centimeter, punt voor punt volgend uit de constructie die er al ligt voordat de eerste baan wordt gelegd.

Die klemafstand is niet alleen een bevestigingsdetail, het is ook wat het dak aan wind kan verdragen. Een klem die verder van zijn buren af staat, moet een groter deel van de plaat op zijn plek houden. Bij dezelfde klem en dezelfde plaat is een dak met gordingen op 90 centimeter dus minder belastbaar dan datzelfde dak met gordingen op 60 centimeter. Dat is precies waarom wij dit uitleggen vanuit de bevestiging en niet vanuit het uiterlijk van het dak: de gordingmaat die een aannemer op de bouwtekening zet, legt van meet af aan vast hoeveel steun de fels straks heeft.

Waar dat in de praktijk toe leidt

Stel, een loods krijgt een stalen dakconstructie met gordingen op een maat die in eerste instantie is bepaald door de draagconstructie, niet door de dakbedekking die er later op komt. Wordt die maat pas laat afgestemd met de dakdekker, dan loopt u het risico dat de klemafstand net te ruim is voor de windbelasting op die locatie, en dat er dus achteraf niets aan te doen is zonder extra gordingen te plaatsen. Dat is een detail dat op tekening thuishoort, niet op de bouwplaats. Wij denken daarom kosteloos mee op tekening, juist om te voorkomen dat de gordingmaat en de klembehoefte elkaar pas ontmoeten als het dak al ontworpen is.

Een ander praktijkgeval: een agrarische schuur met houten gordingen die niet helemaal recht liggen, wat bij houtconstructies vaker voorkomt dan bij staal. Zonder beschot voelt de dakdekker die onregelmatigheid direct in de klem, want er is niets dat het vlak nog even gladstrijkt. Bij een dak met beschot verdwijnt een kleine oneffenheid in de plaat erboven. Zonder beschot legt u de fels feitelijk op de gording zelf, en een verzakte of gedraaide gording komt terug in het dakvlak. Dat is niet iets wat de klem zelf oplost; het is iets waar de houtconstructie op gecontroleerd moet zijn voordat de eerste baan erop komt.

Waar deze combinatie niet bij past

Een verzinkte klem op houten gordingen zonder beschot is een logische combinatie zolang de klem op de gording kan landen en de gordingafstand past bij de windbelasting die het dak moet kunnen hebben. Dat is niet vanzelfsprekend bij elke overspanning. Bij een dak met wijde gordingafstanden, zoals soms bij grote overkappingen met stalen liggers in plaats van dichte houten gordingen, is er simpelweg te weinig plek om de klem te zetten waar hij nodig is. Dan is een dichte ondergrond, of een tussenlaag die het aantal bevestigingspunten loskoppelt van de gordingmaat, meestal de betere keuze. Dat raakt aan de opbouw van het dak als geheel, met vragen over isolatie en ventilatie die wij hier niet behandelen; die staan uitgewerkt op klikfels.com.

Ook bij een gordingmaat die niet overeenkomt met de standaardmaten waarin klemmen worden aangeboden, moet u vooraf rekenen in plaats van achteraf passen. Wij leveren de banen op de millimeter afgekort, maar de klemafstand volgt uit de gording, niet uit de plaat. Die volgorde, eerst de constructie vastleggen en dan de bevestiging daarop afstemmen, is precies wat wij bedoelen als we zeggen dat dit iets anders is dan een schroef die overal even makkelijk gaat.

De overgang naar de rest van het dak

Deze klem staat nooit op zichzelf. Hoe hij op het rechte vlak werkt, is één ding; wat er bij een nok, een dakvoet of een gevelaansluiting gebeurt is een andere vraag, met andere krachten en andere aansluitingen. Wij behandelen die situaties apart, zoals wij uitleggen bij [het dakvlak op gordingen zonder beschot](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot) in algemene zin, en meer toegespitst bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/gordingen-zonder-beschot/nok) waar de klemafstand vaak dichter bij elkaar komt te liggen dan op het middenvlak. Wie een dak zonder beschot ontwerpt, doet er goed aan die overgangen al in de tekenfase te laten meewegen, in plaats van ze te zien als een detail dat de dakdekker ter plekke wel oplost.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink