Klikzink

Roestvaststalen klem bij gordingen zonder beschot

Op een dak zonder beschot ligt de klem niet op een dichte plaat, maar direct op de gording. Dat verandert twee dingen die op een dicht dak geen aandacht vragen: het materiaal van de klem, en de afstand waarop hij mag staan. Deze pagina gaat over die twee.

Een roestvaststalen klem, waarom eigenlijk

Onze felsbanen zijn van verzinkt staal met een organische coating. Die coating houdt vocht en zuurstof bij het zink weg, en dat werkt zolang de coating heel is en zolang er geen ander metaal is dat de balans verstoort. Bij een klem gaat het om het laatste. Een klem van gewoon verzinkt staal, of van een ander metaal dan roestvaststaal, kan in combinatie met de zinklaag van de baan een galvanisch koppel vormen zodra er vocht bij komt. Het ene metaal offert zich dan op aan het andere; welk metaal dat is, hangt af van de combinatie, maar de uitkomst is bijna altijd dat een van de twee sneller aantast dan wanneer hij alleen had gelegen. Roestvaststaal reageert niet op die manier met verzinkt staal. Er is geen meetbare stroom tussen de twee metalen die de een ten koste van de ander laat verdwijnen. Daarom is de klem die onder onze fels zit, uitgevoerd in roestvaststaal, en niet omdat het toevallig een sterker metaal is.

Dat speelt op elk dak met onze banen, ook op een dicht dak met beschot. Maar op een dak zonder beschot springt het meer in het oog, want daar is de klem het enige contactpunt tussen de baan en de constructie. Er is geen tussenlaag, geen folie, geen beschot dat de klem en de gording van elkaar scheidt. De klem raakt de baan aan de ene kant en de gording aan de andere kant, en die twee contactvlakken zijn dus de plekken waar het wel of niet misgaat. Bij de gording is dat meestal hout, en hout en roestvaststaal geven onderling geen probleem van dit soort. Bij de baan is het de zinklaag onder de coating, en daar is roestvaststaal de keuze die niet vooruitloopt op een probleem dat zich pas na jaren laat zien.

Alleen de gording, geen vlak ertussen

Op een dicht dak ligt de klem op een aaneengesloten ondergrond en kan hij, binnen de regels van de opbouw, vrijwel overal staan waar de baan dat nodig heeft. Zonder beschot is dat anders. Er is geen doorlopend vlak om op te schroeven of te klemmen; er zijn alleen de balken. Elke klem moet dus op een gording terechtkomen, en tussen twee gordingen in is er simpelweg geen plek om een klem te bevestigen.

Dat betekent dat de afstand tussen de gordingen niet een detail is dat u achteraf bijstelt, maar een gegeven waar de klembevestiging zich naar moet voegen. Staat een gording te ver van de volgende, dan is de klemafstand groter dan wenselijk zou zijn op een dicht dak, en daarmee ligt er meer wind op elke klem die er wel staat. Een dak wordt niet losgetrokken doordat het staal het niet aankan; het wordt losgetrokken op het punt waar de bevestiging het meeste te verduren krijgt, en dat is precies waarom de gordingafstand op dit type ondergrond direct doorwerkt in wat het dak aan wind kan hebben. Waar op een dicht dak de klemafstand een vrije keuze binnen een bandbreedte is, is die hier vastgelegd door een balkenpatroon dat al lag voordat de eerste baan werd gelegd.

In de praktijk merkt u dit terug bij de voorbereiding. Op een dicht dak kunt u de klemafstand op tekening zetten los van de onderliggende constructie. Zonder beschot moet die tekening beginnen bij het gordingpatroon, en pas daarna bij de baan. Ligt de gording bijvoorbeeld op een grotere onderlinge afstand dan voor de belasting op die plek nodig is, dan is de oplossing niet een extra klem tussen twee gordingen in verzinnen, want die plek is er niet. De oplossing ligt bij de constructie zelf: een extra gording, of een andere hart-op-hartmaat voordat de baan er komt.

Wat de klem hier wel en niet vasthoudt

De klem houdt de baan vast op het punt waar hij zit, en verdeelt de trek die op de baan komt te staan naar de gording onder hem. Dat is dezelfde werking als op een dicht dak. Het verschil zit in de marge. Op een dicht beschot kan een klem die net iets zwaarder belast wordt dan gepland, dat vaak nog aan zonder dat het meteen een probleem wordt, omdat de belasting zich via het beschot enigszins verdeelt. Zonder die tussenlaag draagt elke klem alleen wat er op zijn eigen stuk gording aankomt. Er is geen achterliggend vlak dat meehelpt.

Dat is precies waarom deze bevestiging op deze ondergrond zich niet gedraagt als op een dicht dak, en waarom wij op tekening altijd naar de balkenmaat vragen voordat we de klemafstand vastleggen. Een schroefbevestiging zou hier hetzelfde probleem hebben, met dit verschil: bij een schroef die door de plaat gaat, komt er een gat bij elke gording, en elk van die gaten is een plek waar water een weg naar binnen kan zoeken als de afdichting ooit niet meer optimaal is. Bij onze klem is er geen doorboring. De plaat blijft heel; de klem grijpt onder de fels, niet door het vlak. Op een dicht dak is dat voordeel er ook, maar dan is het een van de vele redenen om voor blinde bevestiging te kiezen. Zonder beschot is het bovendien de reden waarom een lekkage door een doorboring hier helemaal niet aan de orde is, terwijl de vraag naar de klemafstand des te dringender wordt.

Uitzetting speelt hier ook mee, en op dezelfde manier als op elk ander dak met deze banen: de klem is zo gemaakt dat de baan onder invloed van temperatuur iets kan bewegen zonder dat de klem meebeweegt of los raakt. Dat verandert niet doordat er geen beschot onder ligt. Wat wel verandert, is dat de klem zijn houvast aan de gording ontleent en niet aan een doorlopend vlak, en dat die gording dus recht en stevig genoeg moet zijn om die klem al die jaren op zijn plek te houden.

Waar dit niet de goede oplossing is

Een gordingdak zonder beschot werkt goed zolang het gordingpatroon regelmatig is en de afstand tussen de gordingen past bij de belasting die op die plek te verwachten is. Waar dat patroon onregelmatig is, of waar gordingen op grotere afstand liggen dan voor de klemafstand nodig is, is de eerste stap niet het aanpassen van de klem maar het aanpassen van de constructie. Een klem die net naast een gording moet worden gezet omdat de tekening niet klopt, is geen klem die goed vastzit.

Er zijn ook situaties waarbij een gesloten vlak, al is het dun, meer armslag geeft: bij een complexe vorm met veel randen en aansluitingen kan een dichte ondergrond de bevestiging eenvoudiger maken dan wanneer alles op het balkenpatroon moet passen. Dat is een afweging die per project verschilt en die niet aan de klem ligt, maar aan de ondergrond die voor het dak gekozen wordt.

Wij denken op tekening mee over de gordingmaat in verhouding tot de klembevestiging, zonder kosten voor dat meedenken. Wie de balkenmaat al vastligt heeft, kan die aan ons doorgeven voordat de banen op maat gewalst worden.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink