Klikzink
Op een dak ligt een baan op zijn plek. De klem onder de fels houdt hem tegen opwaaien en tegen verschuiven bij uitzetting, maar het gewicht van de plaat rust voor een groot deel op de ondergrond zelf. Op een gevel is dat anders. Een verticale baan hangt aan zijn bevestiging. Elke klem draagt mee aan het gewicht van de baan erboven, van de bovenkant tot aan de onderkant. Dat verandert wat je van een klem vraagt, en het is de reden dat wij op gevels vaak roestvaststalen klemmen adviseren in plaats van verzinktstalen.
Roestvaststaal corrodeert nauwelijks, ook niet onder aanhoudend vocht of bij een gevel die noordelijk gesitueerd is en lang nat blijft. Op een dak met voldoende helling loopt water snel weg en droogt de klem net zo snel mee. Op een verticale gevel loopt het water wel af, maar de aansluitdetails, de kader rond een raam, een overstek dat minder overstek geeft dan gedacht, houden vaker een plek vochtig. Een klem die daar jaren blootgesteld staat aan afstromend water, eventueel met chloriden uit de lucht bij een gevel dicht bij de kust, moet dat aankunnen zonder zelf aan te tasten. Roestvaststaal doet dat; verzinkt staal uiteindelijk minder goed, omdat de zinklaag op de klem zelf een eindige levensduur heeft.
Bij een dak van, zeg, vier meter lengte hangt er bovenaan weinig gewicht boven een klem halverwege. Bij een gevel van dezelfde lengte, verticaal gemonteerd, draagt de onderste klem het gewicht van de hele baan erboven. Bij een baan van vijf kilo per vierkante meter en een werkende breedte van 475 millimeter loopt dat bij een paar meter hoogte al op tot een gewicht dat een klem echt moet kunnen dragen, niet alleen moet kunnen vasthouden tegen windbelasting. Dat vraagt om een klem die niet alleen corrosiebestendig is, maar ook mechanisch sterk genoeg voor een trekbelasting die op een dak nauwelijks voorkomt. Wij kiezen de klem en de tussenafstand daarop af, en dat gaat verder dan het materiaal alleen: het gaat ook om hoe vaak een klem in de ondergrond verankerd wordt.
De baan zelf blijft Sendzimir verzinkt staal met een organische coating, ook op een gevel. Die coating, vijftig micrometer GreenCoat Pural BT, zit tussen het verzinkte staal en de buitenlucht, en ook tussen het verzinkte staal en de klem waar de fels om de klem heen sluit. Op dat contactpunt raken twee metalen elkaar: het verzinkte staal van de plaat en het roestvaststaal van de klem. Dat is geen theoretisch punt. Twee ongelijke metalen die vochtig contact maken, kunnen elkaar galvanisch beïnvloeden, waarbij het minder edele metaal, in dit geval het zink, versneld corrodeert op de plek waar het contact maakt. Op een dak speelt dat risico ook, maar minder uitgesproken, omdat een hellend dak minder lang water op een detail laat staan dan een verticale gevel waar regen soms uren langs een en dezelfde lijn afloopt.
Daarom is de manier waarop de klem de fels raakt, en niet alleen het materiaal van de klem zelf, onderdeel van hoe wij een gevelproject uitwerken. De coating op de plaat zorgt voor een barrière tussen het zink en de omgeving, ook op de plek van de klem, en de vorm van de klem is erop gemaakt dat er geen scherpe randen of drukpunten ontstaan die die coating na verloop van tijd beschadigen. Een klem die goed past bij deze plaatdikte van 0,55 millimeter grijpt de fels vast zonder hem te vervormen op een manier die de coating aantast.
Op een dak duwt de wind vooral opwaarts, tegen een vlak dat al hoort te liggen. Op een gevel duwt de wind er recht tegenaan, en zuigt hij er soms ook aan, afhankelijk van de plek op het gebouw en van of het om een hoek gaat of om een vlak midden op de gevel. Bij hoekpartijen en bij gevels op grotere hoogte is de windbelasting op een verticale baan vaak groter dan bij eenzelfde oppervlak op een dak, simpelweg omdat de wind langs een gebouw versnelt naarmate hij hoger komt. Dat vraagt om een klemafstand die daarop is afgestemd, dichter bij elkaar dan op een rustig dakvlak op de begane laag zou hoeven.
Water gedraagt zich ook anders. Op een dak stroomt het van hoog naar laag over de fels naar de dakvoet of de goot. Op een gevel loopt het langs de fels naar beneden, maar het kan bij wind ook enigszins zijwaarts bewegen, tegen de fels aan in plaats van er alleen langs. Bij een goed uitgevoerde klikverbinding blijft dat geen probleem, omdat de klem onder de fels zit en er geen doorboring is waar water bij kan komen. Maar het is wel een van de redenen waarom wij bij verticale toepassing kijken naar de volledige lengte van de baan in één stuk, zonder onnodige naden halverwege een gevelvlak, en naar hoe de onderste rand van de gevelbeplating aansluit op het metselwerk of de kozijnen eronder. Die aansluiting werken wij hier niet verder uit, dat is eigen aan andere details, maar de bevestiging zelf loopt er wel op door: de onderste klem in een verticale baan draagt niet alleen gewicht, hij vangt ook het meeste water op zijn weg naar beneden.
Roestvaststalen klemmen zijn niet overal nodig. Op een dak met een normale opstelling, weg van zilte lucht en zonder aanhoudend vochtige details, voldoet een verzinktstalen klem doorgaans prima, en is er geen reden om voor het duurdere roestvaststaal te kiezen. Ook op een gevel die grotendeels droog blijft, bijvoorbeeld onder een fors overstek, is de winst van roestvaststaal beperkter dan op een gevel die volledig aan weer en wind blootstaat. De keuze hangt dus niet alleen af van dak of gevel, maar van hoe lang een detail vochtig blijft en hoe zwaar de wind- en gewichtsbelasting op die specifieke plek is.
Omgekeerd is roestvaststaal ook geen garantie tegen elke vorm van slijtage. Waar de klem mechanisch overbelast wordt, door een tussenafstand die te ruim is gekozen voor het gewicht van een lange verticale baan, helpt een beter materiaal niet tegen een verkeerde maatvoering. Wij bekijken daarom bij elk gevelproject de lengte van de banen, de hoogte van het gebouw en de windzone samen, voordat we het materiaal van de klem en de afstand tussen de klemmen vastleggen. Wilt u een gevelproject laten uitwerken op tekening, dat kijken wij graag met u mee, kosteloos en zonder verplichting.