Klikzink
Een bestaand dak met houten beschot is meestal geen probleem om over te leggen, maar het is wel een ander verhaal dan bij een nieuw dak. Bij nieuwbouw kiest de aannemer de dikte en de houtsoort van het beschot zelf, afgestemd op wat er op gaat komen. Bij een bestaand dak ligt dat al vast, en de vraag is dan of dat wat er ligt nog goed genoeg is om onze klemmen in te schroeven.
De klem waarmee de felsbanen vastzitten, wordt in het beschot geschroefd. Er gaat geen schroef door de zichtbare plaat, maar er gaat wel een schroef in het hout onder de fels. Die schroef moet houvast hebben, en dat houvast heet in vaktermen de uittrekwaarde. Bij nieuw, droog, dik naaldhout is die waarde ruim voldoende. Bij een dak dat er al twintig of dertig jaar ligt, is dat niet meer zo vanzelfsprekend.
Drie dingen bepalen of het bestaande beschot de klemmen kan dragen. De dikte van de planken of delen, de houtsoort, en de staat waarin het hout verkeert.
Dunne beschotdelen, zoals je ze nog wel tegenkomt op oudere schuren en bijgebouwen, geven een schroef weinig om in te bijten. De schroef zit er wel in, maar bij wind die aan het dakvlak trekt kan hij langzaam los gaan werken. Bij dikker beschot, zoals de gangbare 22 of 28 millimeter dikke delen op de gordingen, is dat anders. Daar heeft de schroef voldoende hout om zich in vast te zetten en blijft de uittrekwaarde ook op de lange termijn op peil.
De houtsoort maakt ook verschil. Zacht, snelgroeiend grenen houdt een schroef minder goed vast dan dichter, fijner besloten hout. Dat zie je niet aan de buitenkant van het dak, maar een dakdekker die het beschot van dichtbij bekijkt, ziet het meteen aan de nerf en het gewicht van het hout.
Dan het vocht. Hout dat nog vochtig is, of dat ooit vochtig is geweest en is gaan werken, is het grootste aandachtspunt bij een bestaand dak. Een plank die nat is geweest en weer is opgedroogd, is vaak niet meer helemaal recht. Er kunnen kieren zijn ontstaan tussen de delen, of het hout is een beetje gaan krommen. Een schroef die in zulk hout gaat, kan er goed in lijken te zitten op de dag dat hij erin gaat, en toch losser komen te staan zodra het hout nog verder krimpt of vervormt. Dat is geen zichtbaar probleem op het moment van leggen, het wordt pas een probleem jaren later.
Een bestaand houten beschot dat droog is, van voldoende dikte, en niet aangetast door houtworm of rot, is in de praktijk een prima ondergrond voor een klikdak. De aannemer die het dak opent voor de sanering, of die het beschot vanaf de binnenkant kan inspecteren via de kap, kan dat vrij eenvoudig vaststellen. Is het hout hard, recht en droog aanvoelend, dan is er in principe niets dat pleit tegen doorleggen op de bestaande ondergrond.
Dat scheelt aanzienlijk in het werk. Het oude beschot slopen, afvoeren en vervangen door nieuwe delen is een aparte bouwfase met eigen kosten en eigen tijd. Als dat overgeslagen kan worden omdat het bestaande beschot deugdelijk is, is dat een reƫel voordeel van deze bevestigingswijze: er is geen fels die gesoldeerd moet worden op een schoon, vlak, nieuw vlak. De klem accepteert wat er ligt, zolang dat wat er ligt zelf in orde is.
Er zijn ook gevallen waarin het antwoord ongunstiger uitpakt. Vochtschade is de belangrijkste. Een lekkage die jarenlang onopgemerkt is gebleven, laat vaak een plek beschot achter die zacht is geworden, of waar houtrot is begonnen. Op zo'n plek heeft een schroef niets om zich aan vast te houden, hoe strak hij ook wordt aangedraaid. Dat betekent niet automatisch dat het hele dak eraf moet: soms is het voldoende om de aangetaste delen lokaal te vervangen en de rest te laten liggen. Maar dat vraagt een inspectie voordat er wordt begonnen, niet pas als de eerste baan al ligt.
Ook te dun beschot, zoals je aantreft op sommige oudere bijgebouwen of schuren die met het oog op een lichte dakbedekking zijn gebouwd, is een reden om het te vervangen voordat er klemmen op geschroefd worden. Een dakdekker die op zo'n dak loopt en voelt dat het beschot meegeeft onder zijn voeten, weet meestal al genoeg. In dat geval is vervanging door nieuw, dik, droog beschot de stap die eerst gezet moet worden, en pas daarna is het de vraag hoe de felsbanen daarop bevestigd worden, zoals wij uitleggen bij [een klikdak op houten dakbeschot](/bevestiging/houten-dakbeschot).
Bij een bestaand dak is de inspectie dus geen formaliteit, het is de eerste stap die bepaalt hoe de rest van het werk verloopt. Een aannemer die een offerte maakt voor een dak dat overgezet wordt naar klikzink, doet er goed aan het beschot te laten beoordelen voordat de planning wordt vastgezet. Dat voorkomt dat er tijdens het leggen alsnog gestopt moet worden omdat een deel van het beschot niet houdt wat het moet houden.
Waar het beschot in orde is, verandert er in de rest van het werk niet zoveel ten opzichte van nieuwbouw. De klemmen gaan op dezelfde afstand, de banen klikken op dezelfde manier in elkaar, en de rest van het dak, van de nok tot de dakvoet, wordt op dezelfde manier afgewerkt als wij bijvoorbeeld beschrijven bij [de aansluiting op de dakvoet](/bevestiging/houten-dakbeschot/dakvoet). Het enige verschil zit in die ene stap vooraf: is dit hout nog goed genoeg om op te bouwen.
Voor een opdrachtgever die twijfelt of een oud dak gesaneerd moet worden of dat het beschot kan blijven liggen, is het antwoord dus niet met een simpel ja of nee te geven zonder dat er iemand op het dak is geweest. Droog, dik en gezond hout kan blijven liggen. Vochtig, dun of aangetast hout niet. Die beoordeling is aan het begin van het traject te maken, en scheelt daarna een hoop discussie over waarom een schroef ergens niet goed vastzit.