Klikzink
De vraag komt vaak van een opdrachtgever die net een offerte heeft gekregen voor het strippen van het dak en zich afvraagt of dat wel nodig is. Kan de nieuwe felsbaan niet gewoon over de bestaande dakpannen heen, zoals dat bij sommige andere dakbedekkingen kan? Het antwoord is nee, en dat heeft alles te maken met hoe onze banen vastzitten.
Onze banen worden blind bevestigd met klemmen die onder de fels liggen. Die klemmen worden vastgezet op een vlakke, aaneengesloten ondergrond: panlatten met daaronder beschot, of een daarmee vergelijkbare houten drager. Dakpannen zijn dat niet. Ze liggen los, in een golvend profiel, op een onderconstructie die is berekend op het gewicht en de vorm van pannen, niet op een strak stalen vlak dat er bovenop moet worden vastgeklemd. Een klem heeft iets nodig om in te grijpen dat recht en stevig is. Een pan biedt dat niet.
Het gaat niet alleen om vlakheid. Het gaat ook om wat er tussen de klem en het hout zit. Bij een traditioneel felsdak wordt er nogal eens geïmproviseerd met een tussenlaag om oneffenheden op te vangen, maar bij een klikverbinding werkt dat averechts. De klem moet de fels van de ene baan en de fels van de volgende met een vaste, herhaalbare kracht bij elkaar houden. Als daaronder een onvoorspelbare laag pannen, panlatten in wisselende hoogte en luchtspouw zit, verandert die kracht van punt tot punt. Op de ene plek klemt hij te vast, op de andere te los. Dat is geen theoretisch probleem: het is precies waar een klikverbinding op leunt, en het is dus precies waar we het niet los kunnen laten.
Er speelt ook iets met de doorboring, al lijkt dat tegenstrijdig. Onze platen worden nergens doorboord: de klem zit onder de fels, niet door de plaat. Maar de klem zelf wordt wel vastgezet, met schroeven, in de drager eronder. Die schroeven moeten in massief, drooghout kunnen bijten, op een vaste onderlinge afstand die past bij de werkende breedte van 475 mm. Dakpannen liggen daar willekeurig overheen, met nokken en overlappen die niet corresponderen met waar wij een klem nodig hebben. Zelfs als we een pan zouden weghalen op de plek van een klem, ligt de volgende klem een baanbreedte verderop op een andere pan, met een andere overlap. Er is geen regelmaat om op te bouwen.
Wat er in de praktijk gebeurt bij een aannemer die dit voor het eerst aanpakt, is dat hij op de bouwtekening ziet dat de sporenafstand en de panlatten er al liggen, en denkt dat hij een stap kan overslaan. Bij navraag blijkt dan dat de panlatten inderdaad blijven liggen, maar dat de pannen zelf, inclusief de gordingen die specifiek voor het pangewicht zijn berekend qua verdeling, er eerst af moeten. Dat is meer werk dan alleen het dakvlak leegtrekken; het is ook even kijken of het beschot onder de panlatten nog aaneengesloten en droog genoeg is om daar een klem op te zetten. Bij een dak van vijftig jaar oud is dat niet altijd het geval, en dan hoort dat gesprek eerder in het traject dan pas op de steiger.
Wat wij aannemers wél adviseren: de panlatten kunnen vaak blijven zitten als onderlegger voor nieuwe, op maat gezaagde regels, en het beschot blijft in de meeste gevallen gewoon liggen als drager voor onze klemmen. Dat scheelt sloopwerk. Het is dus niet zo dat het hele dak tot op de spanten wordt afgebroken; het is de pandekking zelf die eraf moet, en de rest van de onderconstructie wordt beoordeeld op vlakheid en draagkracht in plaats van vervangen. Bij een dak waar de panlatten in goede staat zijn en op de juiste maat liggen, is dat een reëel scenario dat de kosten van het traject drukt.
Dit is ook de plek om helder te zijn over waar dit ongunstiger uitpakt dan bij nieuwbouw. Bij nieuwbouw bepaalt de aannemer zelf de opbouw van dakbeschot en panlatten, afgestemd op onze klemmen vanaf de tekening. Bij een bestaand dak werkt hij met wat er al ligt, en dat is meestal ontworpen voor pannen, niet voor een klikverbinding. Dat betekent in de praktijk vaker een extra laag regelwerk, een extra controle op vochtschade onder de oude pannen, en een planning die rekening houdt met het feit dat het dak een tijd open ligt tussen het verwijderen van de pannen en het sluiten met de nieuwe felsbanen. Bij een pandak dat er verder goed bij staat is dat een kwestie van dagen; bij een dak met verrotte panlatten of een beschot dat al is aangevreten, duurt dat traject langer dan de offerte voor het klikdak alleen suggereert.
De volgorde op de bouw verandert hierdoor ook. Bij nieuwbouw leggen we het beschot, de klemmen en de banen in één doorgaande lijn. Bij een bestaand pandak is er eerst een sloopfase die niets met ons product te maken heeft, maar die wel bepaalt hoeveel vierkante meter er per dag daadwerkelijk dicht gaat. Een dakdekker die gewend is aan het tempo van kliksystemen op een leeg dak, moet dat tempo naar beneden bijstellen zolang de pannen er nog liggen.
Hoe dat verder gaat, van de eerste rij bij de dakvoet tot de nokafwerking, staat uitgebreider beschreven op de pagina over [een klikdak op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen), waar we ingaan op de opbouw die overblijft nadat de pannen weg zijn. Voor de aansluitingen langs de randen, bijvoorbeeld waar het nieuwe vlak overgaat in het bestaande boeiboord, is het verstandig om dat net zo vroeg mee te nemen als de keuze om de pannen te verwijderen; wij denken daar kosteloos in mee op tekening, ook als dat beschot nog niet is opgemeten.
Er is één situatie waarin wij aannemers afraden om door te zetten, en dat is wanneer het beschot onder de panlatten is aangetast door langdurig vochtige plekken, vaak te herkennen aan verkleuring rond de nok of de dakvoet. Een klem heeft houtvezel nodig om houvast te vinden; op verrot hout houdt geen enkele bevestiging, klikverbinding of schroef, wat het maakt. In dat geval is vervanging van dat deel van de onderconstructie geen extra kostenpost die we u liever niet noemen, maar een voorwaarde om het dak daarna daadwerkelijk voor lange tijd dicht te krijgen. Een aannemer die dat vooraf laat controleren, voorkomt dat hij halverwege de klus alsnog moet stilleggen om timmerwerk te doen waar hij niet op had gerekend.