Klikzink
Een betonnen dak is de meest solide ondergrond die u kunt tegenkomen, en tegelijk de ondergrond waarop onze klemmen het minst rechtstreeks werken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het ligt aan hoe onze bevestiging is ontworpen. De klemmen waarop de felsbanen klikken, zitten vast aan een drager: een houten regel, een metalen gording of een ander profiel waar de klem in kan grijpen en waar hij nog een beetje kan meebewegen als de plaat uitzet. In beton gaat dat niet. Beton beweegt niet mee, en een klem die star in het beton zou zitten, staat op gespannen voet met wat de baan erboven juist moet kunnen: een paar millimeter per strekkende meter opschuiven bij temperatuurwisseling. Daarom komt er bij een betonnen ondergrond altijd iets tussen: een regelwerk, meestal van hout of van een lichte stalen constructie, dat op zijn beurt aan het beton wordt bevestigd.
De vraag of het bestaande dak kan blijven liggen, is dus niet in de eerste plaats een vraag over onze klemmen. Het is een vraag over dat regelwerk: kan het worden vastgezet in het beton dat er al ligt, en is dat beton daar geschikt voor.
Bij een bestaand plat of licht hellend betonnen dak, zoals u aantreft bij veel utiliteitsgebouwen, garages en oudere woningen met een betonnen dakvloer, is de eerste vraag niet of onze banen erop passen, maar wat er nu al op het beton ligt. Vaak is dat een dakbedekking: bitumen, EPDM of een andere kunststof laag, met daaronder soms nog een isolatielaag. Als die opbouw droog is, goed vastzit en niet is aangetast, kan die in veel gevallen blijven liggen. Het regelwerk komt daar dan overheen, en wordt met langere ankers of chemische pluggen door die opbouw heen in het beton verankerd. Dat is precies waar de doorboring hier om de hoek komt: niet de doorboring van onze platen, die blijven blind bevestigd, maar de doorboring van het beton om het regelwerk te verankeren. Die doorboringen zijn gepland, beperkt in aantal, en liggen onder de nieuwe dakopbouw. Ze zijn dus iets anders dan de honderden schroefgaten die een traditioneel bevestigd dak door de plaat heen zou hebben.
Een aannemer die op deze manier een garagedak aanpakt, hoeft de bestaande bitumen laag dan ook niet weg te halen als die nog in orde is. Hij zet er een regelwerk op, controleert of de pluggen voldoende trekkracht halen in het onderliggende beton, en legt daar de felsbanen op. Dat scheelt sloopwerk en afvoer, en het scheelt vooral tijd: er hoeft niets uitgehard te zijn en er is geen wachttijd voor lijm of mortel.
Het omslagpunt zit in de kwaliteit van het beton zelf, en in wat er al in zit. Oud beton kan zijn aangetast door vocht dat jarenlang onder een lekkende dakbedekking heeft gestaan. Dat beton is aan de oppervlakte vaak nog hard genoeg om op te lopen, maar mist de trekvastheid die een plug nodig heeft om houvast te vinden. Een plug die in verweerd beton wordt gezet, kan er bij een rukwind zomaar weer uit komen, en dan helpt het niet dat de klem daarboven perfect functioneert: het probleem zit een laag dieper.
Ook bekisting met veel wapening dicht onder het oppervlak is een aandachtspunt. Een plug die per ongeluk tegen een wapeningsstaaf botst, gaat niet zo diep als bedoeld, en houdt dan minder dan berekend. Bij een bestaand dak is niet altijd bekend waar die wapening precies loopt, terwijl dat bij nieuwbouw nog op tekening staat. Dat is een reƫel verschil tussen een bestaand en een nieuw betonnen dak, en het is de reden dat wij bij renovatie altijd aanraden om vooraf te laten beoordelen of het beton voldoende trekvastigheid heeft op de plekken waar het regelwerk komt te hangen. Soms is dat met een eenvoudige uittrekproef op een paar pluggen al te zien.
Er zijn ook gevallen waarin het bestaande dak weliswaar draagkracht genoeg heeft, maar de opbouw eronder niet meer voldoet: verzadigde isolatie, een dakbedekking die op meerdere plekken lekt, of een dakvloer die niet meer op de juiste afschot ligt. Dan is het antwoord op de vraag of het klikdak op het bestaande dak kan, strikt genomen ja voor wat de bevestiging betreft, maar nee voor wat verstandig is. Een nieuwe felsbaan boven op een verzadigde isolatielaag legt het probleem niet op, het legt het probleem toe.
Op hout of op een stalen dakconstructie kan de klem in veel gevallen rechtstreeks op de gording of de regel worden bevestigd, zonder extra tussenlaag om mee te rekenen. Bij beton is dat regelwerk een verplichte extra stap, en dat kost twee dingen die u bij andere ondergronden niet of minder heeft: extra hoogte, en een extra controlepunt in de bouwvolgorde. De extra hoogte van het regelwerk kan van belang zijn bij aansluitingen op bestaande opgaande delen, zoals een borstwering, en moet dus vooraf in de tekening zijn meegenomen, niet achteraf bij het leggen worden ontdekt. Het extra controlepunt is de verankering zelf: die moet zijn gecontroleerd voordat de eerste baan wordt geklikt, want een klem die goed vastklikt op een regel die zelf los zit, geeft een vals gevoel van stevigheid.
Dat is de reden dat wij bij een betonnen ondergrond altijd adviseren om het regelwerk als een apart bouwonderdeel te behandelen, met een eigen controle, in plaats van het te zien als een klein tussenstapje op weg naar de felsbanen.
Op een houten of stalen bestaand dak is die tussenstap er niet, of is die veel eenvoudiger, omdat de klem daar vaak direct op de bestaande drager kan. Wie dus kiest tussen renovatie van een houten dak en renovatie van een betonnen dak, moet weten dat het werk op het betonnen dak niet per se moeilijker is, maar wel een stap extra heeft die zorgvuldig gepland moet worden. Dat is precies het punt waarop meedenken op tekening vooraf zijn waarde toont: als vooraf duidelijk is waar het regelwerk moet komen en waarop het wordt verankerd, is er op de bouw geen discussie meer over of het beton het wel houdt.
In de praktijk verloopt een renovatie van een bestaand betonnen dak met onze felsbanen meestal in deze volgorde: eerst een beoordeling van het bestaande dakoppervlak en de bestaande opbouw, dan een keuze of die opbouw blijft liggen of wordt verwijderd, vervolgens de montage van het regelwerk met pluggen of ankers die zijn afgestemd op de staat van het beton, en pas daarna het leggen van de klemmen en de felsbanen zelf. Dat laatste deel, het klikken van de banen, gaat net zo vlot als op elke andere ondergrond, omdat de klem niet merkt of hij op een regel boven beton zit of op een regel boven hout. Het verschil zit volledig in de stappen die daarvoor liggen.
Voor een architect of opdrachtgever die twijfelt of renovatie zinvol is, is het antwoord dus genuanceerd: het bestaande betonnen dak kan blijven liggen als drager, mits het beton zelf nog voldoende trekvastigheid heeft voor de verankering en de opbouw daarboven droog en intact is. Is dat niet het geval, dan is het niet de felsbaan die tegenhoudt, maar de ondergrond die eerst herstel nodig heeft voordat er iets nieuws op kan.
Voor wie dit overweegt is het verstandig om die beoordeling van het bestaande beton als eerste stap te zetten, liefst nog voordat het regelwerk en de felsbanen op tekening staan, zodat blijkt of dit een renovatie is die op het bestaande dak kan verder bouwen, of een renovatie die met een dakvloer begint die eerst orde op zaken moet stellen.