Klikzink
Op een nieuw dak kiest u zelf welke metalen naast elkaar liggen. Op een bestaand dak ligt dat al vast. Er hangt een koperen hemelwaterafvoer, er zit een loden slabbe om de schoorsteen, of er ligt aluminium dakrandprofiel dat twintig jaar geleden is meegenomen met de renovatie. Als u daar staal tegenaan zet, of het is nu de fels van een dakbedekking of de klem die hem vasthoudt, ontstaat er een contact tussen twee metalen dat niet neutraal is. Het ene metaal gaat eraan, en dat is met regelmaat het metaal waarop u net uw nieuwe dak heeft gelegd.
Het principe is bekend genoeg om er kort over te zijn. Metalen hebben een elektrochemische rangorde. Staan er twee met een verschillend potentiaal in contact, en is er vocht dat geleidt, dan ontstaat er een stroompje dat het onedelste metaal langzaam oplost. Koper en lood zijn edel. Zink en aluminium zijn dat veel minder. Verzinkt staal, de basis van onze felsbanen, zit daar dus aan de kwetsbare kant. Niet omdat het een slecht materiaal is, maar omdat het naast koper of lood altijd het metaal is dat moet inleveren.
Op een nieuwbouwdak is dit een keuze op tekening: u bepaalt de materialen en dus ook welke combinaties u vermijdt. Bij renovatie op een bestaand bitumendak ligt het net iets anders, want het bitumen zelf isoleert. Een dakbaan van bitumen geleidt niet, en zolang die laag intact blijft en droog is, is er tussen het oude metalen onderdeel en de nieuwe felsbaan geen contact via de ondergrond. Het probleem ontstaat op de plek waar dat niet meer zo is: waar de klem door het bitumen heen gaat om aan de onderliggende drager vast te zitten, of waar een nieuwe felsbaan een bestaand metalen onderdeel rechtstreeks raakt, bijvoorbeeld bij een aansluiting op een koperen afvoerpijp of een loden schoorsteenslabbe.
De klem zelf is geen probleem. Die gaat door het bitumen en de eventuele oude dakbedekking heen, tot in de drager, en daar zit hij geïsoleerd van elk ander metaal dat ergens anders op het dak ligt. Het wordt anders zodra twee metalen oppervlakken elkaar direct raken, met vocht ertussen dat als geleider dienstdoet. Dat is precies het punt waar wij aandacht aan besteden zoals ook bij de aansluiting op de schoorsteen op een bestaand bitumendak, waar een loden slabbe en een nieuwe felsbaan al snel dicht bij elkaar komen.
Het meest voorkomende voorbeeld is de koperen hemelwaterafvoer. Bij veel oudere bitumendaken is de afvoer in koper uitgevoerd, terwijl de rest van het dak in bitumen ligt. Vervangt u het bitumen door een felsdak in verzinkt staal, en laat het koperen kraaggootje of de koperen doorvoer gewoon zitten omdat hij nog goed is, dan ontstaat op de plek waar de nieuwe felsbaan de koperen rand overlapt een direct metaal-op-metaal contact. Regenwater dat over het koper naar de felsbaan loopt, neemt daarbij sporen koper mee die op het staal terechtkomen en daar de aantasting versnellen, ook op plekken die het koper zelf niet raken. Dat is een ander mechanisme dan een gewone lekkage, en het is precies waarom wij deze materiaalcombinatie los behandelen van de vraag hoe de klik zelf vastzit.
Een tweede voorbeeld is de loden slabbe rond een schoorsteen of een dakdoorvoer. Lood wordt bij renovatie vaak hergebruikt, want het is duurzaam materiaal en vervangen kost geld zonder dat de slabbe zelf kapot is. Ligt daar straks een nieuwe felsbaan tegenaan, dan is het contactvlak klein maar wel aanwezig, meestal net onder de kraag waar het hemelwater zich verzamelt. Bij een dakraam speelt hetzelfde als de oude aluminium randafwerking blijft zitten en de nieuwe felsbaan er direct op aansluit; aluminium en verzinkt staal liggen dicht bij elkaar in de rangorde, dus dat contact is minder ernstig dan koper of lood, maar niet nul.
De oplossing is niet ingewikkeld en ook niet duur: een isolerende laag tussen de twee metalen die het contact onderbreekt. Dat kan een reep bitumen zijn, een kunststof folie, of een coating die specifiek voor dit doel bedoeld is. Belangrijk is dat die laag blijft zitten en niet na een paar jaar wegslijt door wind, vuil of het gewicht van het water dat erover loopt. Bij een overlap tussen felsbaan en koperen afvoer leggen wij daarom altijd een scheidingslaag aan die net iets breder is dan het contactvlak zelf, zodat er geen randje overblijft waar het toch nog kan gebeuren.
Bij bestaande daken is er nog een tweede overweging die niet met de materiaalkeuze te maken heeft, maar er wel bovenop komt: is het onderliggende dakbeschot of de bestaande drager nog sterk genoeg om de klem te dragen. Die vraag speelt op elk detail van een bitumenrenovatie, ook los van welk metaal er ooit heeft gelegen, en die behandelen wij breder bij een klikdak op een bestaand bitumendak.
Er zijn situaties waarin scheiden niet de handigste route is. Een oude koperen dakgoot die toch al aan het einde van zijn levensduur is, vervangt u bij een renovatie vaak in één moeite mee, juist omdat een scheidingslaag bij een goot minder goed stand houdt dan bij een rechte overlap. Regenwater blijft er langer op staan, vuil hoopt zich op, en een isolerende laag die daar constant onder druk staat, is minder betrouwbaar dan een goot die u in hetzelfde materiaal als de rest van het dak uitvoert. Dat is een andere afweging dan bij de kilgoot op een bestaand bitumendak, waar het vooral om de afvoercapaciteit gaat, maar de twee vragen komen bij een oude koperen goot wel samen.
Ook bij een kleine loden slabbe die toch al los begint te zitten, is vervangen door dezelfde felsband als de rest van het dak vaak eenvoudiger dan een scheidingslaag inpassen op een plek die te klein is om goed te bewerken. Dat is een afweging die u per detail maakt, niet in het algemeen: een grote, goed toegankelijke koperen afvoer scheidt u liever, een klein en kwetsbaar loden randje vervangt u liever.
Dit gaat niet over de vraag of staal en bitumen samen kunnen; die twee zitten elkaar niet in de weg, zolang de klem droog en stevig in de drager zit. Het gaat ook niet over kleur of uitstraling van het metaal dat u kiest, dat is een andere overweging die met deze pagina niets te maken heeft. Het gaat specifiek over het punt waar twee metalen oppervlakken elkaar raken en waar vocht als geleider kan werken. Op een nieuw dak is dat een ontwerpkeuze die u vooraf maakt. Op een bestaand bitumendak waar u een deel vervangt en een deel laat zitten, is het een vraag die u bij elke aansluiting apart moet stellen: welk ander metaal ligt hier al, en raakt mijn nieuwe felsbaan dat rechtstreeks aan.