Klikzink
Een traditioneel felsdak vraagt om een felsmachine en om iemand die daarmee is opgeleid. De naden worden op het dak zelf gevouwen of gesoldeerd, en dat is precisiewerk dat je niet in een middag leert. Onze banen werken anders: de fels is al gezet in de fabriek, op de wals, en op het dak klikt u de baan simpelweg in de klem die op de vorige baan is gezet. Dat verandert wie dit werk kan doen, maar het maakt er geen inpaksysteem van waar iedereen zomaar aan kan beginnen.
Een goede dakdekker die gewend is met plaatmateriaal te werken, leert het klikken. Niet in een uur, wel in een dag of twee op de eigen klus, met iemand erbij die het al heeft gedaan. Wat hij moet leren is niet het vouwen van de fels, dat is al gedaan. Wat hij moet leren is de klem recht zetten, de juiste tussenafstand aanhouden, de baan strak en haaks houden voordat hij vastklikt, en de opstartrij bij de dakvoet of de gevel zuiver leggen zodat alle volgende banen daarop voortbouwen. Een scheve eerste baan werkt door tot aan de nok. Dat is geen kwestie van kracht of gereedschap, het is een kwestie van kijken en meten voordat u klikt, niet erna.
Het gedeelte dat verdwijnt is het felsen zelf: het buigen en sluiten van de naad op locatie, met alle risico's van weer, temperatuur en handvaardigheid die daarbij horen. Het gedeelte dat blijft is alles eromheen. Aansluitingen bij doorvoeren, hoeken en overgangen vragen nog altijd om iemand die begrijpt hoe water zich gedraagt op een dakvlak en waar het naartoe wil bij slagregen of bij dooi na vorst. Een monteur die alleen het klikken kent maar niet snapt waarom een baan bij een hoekkeper anders aansluit dan in het midden van het vlak, legt een dak dat op het eerste gezicht klopt en bij de eerste storm ergens lekt. Klikzink maakt het leggen van het rechte vlak toegankelijker. Het maakt het lezen van een dak niet overbodig.
Bij een traditioneel felsdak ligt onder de banen meestal een dichte, stijve ondergrond: hout, een houtachtig plaatmateriaal of een volledig gesloten dek. Bij een stalen dakplaat, een damwand- of trapeziumprofiel, ligt de situatie anders. De klem waarmee onze banen vastzitten, wordt dan niet in massief hout gezet maar in dun plaatstaal, vaak 0,63 tot 0,75 mm dik. Daar is een andere schroef voor nodig dan in hout of in een dikkere stalen drager, met een ander type punt en een andere aandraaimoment. Een dakdekker die alleen gewend is te schroeven in houten dakbeschot, moet hier omschakelen. De schroef mag niet doorslaan in het gladde plaatstaal en niet te los blijven zitten, want dan trekt de klem bij de eerste flinke windvlaag al los.
Dat is de kern van het antwoord op de vraag wie dit kan leggen op een stalen dakplaat: iemand die weet werken met plaatstaal als drager, niet alleen met hout. De vaardigheid om een klikdak te leggen is deels overdraagbaar van hout naar staal, maar het schroefwerk zelf niet zomaar. Een monteur die dat verschil niet kent, zet de klem net zo vast als op een houten ondergrond en komt er te laat achter dat de bevestiging in dun staal zich anders gedraagt.
Een stalen dakplaat is stijver in de ene richting en slapper in de andere dan een houten dek, en dat merkt u vooral bij wind en bij temperatuurwisseling. Dun plaatstaal kan meetrillen bij harde windstoten op een manier die een houten dek niet doet. De klem onder de fels moet die trilling opvangen zonder dat de schroef in de loop van de tijd los gaat werken. Bovendien zet de stalen dakplaat zelf ook uit en krimpt hij met de temperatuur, net als onze banen dat doen, en die twee bewegingen lopen niet noodzakelijk synchroon. Onze felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink en zijn koud vouwbaar tot -15 graden, maar dat zegt iets over de baan zelf, niet over de drager waarop hij ligt. Wie de klemafstand en de ruimte voor beweging berekent alsof het dek van hout is, rekent verkeerd op staal.
Dit is dan ook een van de punten waar de uitkomst op een stalen dakplaat ongunstiger kan zijn dan op een houten ondergrond. Bij hout werkt de klem in een materiaal dat van zichzelf al wat meebeweegt en dempt. Bij dun staal werkt de klem in een materiaal dat stijver reageert en trillingen minder dempt, waardoor er preciezer gerekend en preciezer gemonteerd moet worden om dezelfde betrouwbaarheid te krijgen. Dat is geen reden om het niet te doen, het is een reden om het door iemand te laten doen die dit verschil kent en er in de uitvoering rekening mee houdt.
Een belangrijk verkoopargument van blinde bevestiging is dat er geen schroef door de zichtbare plaat gaat: de klem zit onder de fels, verscholen tussen twee banen. Op een stalen dakplaat verandert dat niets aan de bovenzijde, de plaat blijft vrij van doorboringen. Maar de klem moet wel ergens aan vastzitten, en dat is de schroef die in de stalen dakplaat zelf gaat, dus in de drager onder de klik-fels. Dat is een andere zwakke plek dan bij een traditioneel geschroefd dak, waar de zichtbare plaat zelf is doorboord en elk gaatje een potentieel lek is. Hier zit het risico verplaatst naar het aantal en de kwaliteit van de schroeven in de drager, niet naar de zichtbare bovenplaat. Wie dat verschil niet doorziet en denkt dat een klikdak op stalen ondergrond geen doorboringen meer kent, telt de risico's op de verkeerde plek.
Op de bouwplaats verandert er ook iets in de volgorde van werken. Bij hout kan de dakdekker vaak direct de klemmen zetten zodra het dek ligt. Bij een stalen dakplaat moet eerst worden vastgesteld of de plaatdikte en het type profiel geschikt zijn voor de klem die wordt gebruikt, en welke schroef daarbij hoort. Dat is een controle die vooraf hoort, niet iets dat de monteur op het dak zelf even bepaalt met de schroeven die hij toevallig bij zich heeft. Een aannemer die dit wil laten leggen door zijn eigen dakdekkersploeg, moet dus vooraf laten uitzoeken welke schroef en klemcombinatie bij de specifieke stalen dakplaat past, en dat is iets anders dan de vraag of zijn mensen het klikken zelf beheersen.
Er zijn situaties waarin een stalen dakplaat als drager voor klikbanen niet de gunstigste keuze is, ongeacht wie het legt. Bij zeer lichte, slappe damwandprofielen met grote overspanningen tussen de gordingen kan de plaat onder wind- of sneeuwbelasting meer doorbuigen dan een klem prettig vindt, en dan is een aanvullende drager of een andere ondergrond te overwegen. Ook als de bestaande stalen dakplaat al sporen van corrosie of vermoeidheid vertoont rond eerdere schroefgaten, is het risico dat nieuwe schroeven in verzwakt materiaal komen te zitten, met minder houvast dan berekend. In dat geval is het niet de vraag wie het kan leggen, maar of de ondergrond zelf nog geschikt is, en dat is een beoordeling die vooraf moet gebeuren, niet tijdens het monteren.
Als u overweegt klikzink te leggen op een bestaande of nieuwe stalen dakplaat, is het verstandig om de specificatie van die plaat, de dikte en het profiel, vooraf aan ons voor te leggen. Wij denken mee op tekening, dat kost niets, en we kunnen aangeven welke klem en welke schroef bij die ondergrond past. Voor de dakdekker zelf geldt: wie al met plaatstaal werkt en de overstap maakt naar klikbevestiging, is een dag of twee sneller ingewerkt dan bij het leren felsen, maar de kennis van schroeven in dun staal en van het gedrag van die ondergrond bij wind en temperatuur is niet iets dat het systeem zelf overneemt.