Klikzink
Onze felsbanen zitten niet met schroeven door de plaat vast. Ze klikken over een klem die onder de fels ligt, en die klem is van aluminium. Dat is geen toevallige keuze. Aluminium is licht, het corrodeert niet uit zichzelf, en het laat zich goed vervormen zonder te scheuren. Voor een blinde bevestiging die twintig jaar en langer meegaat, zijn dat de eigenschappen die u wilt. Maar aluminium op staal is geen neutrale combinatie, en op een dunne stalen dakplaat komt daar nog een tweede laag bij: de drager zelf beweegt anders dan een dik dakbeschot.
Waar we het hier over hebben is een damwand- of trapeziumplaat als ondergrond. Dat is een geprofileerde, relatief dunne stalen plaat, vaak tussen de 0,7 en 1 millimeter, die als dakdrager dient in utiliteitsbouw, agrarische bebouwing en industriehallen. De klem wordt daar niet in een houten regel of een dik dakbeschot geschroefd, maar rechtstreeks in de top van het staalprofiel. Dat vraagt een andere schroef, een andere aandraaimoment en een ander gevoel voor wat de ondergrond aankan dan wanneer u op hout werkt.
Een klem van staal op een stalen plaat zou op het eerste gezicht logisch lijken: gelijk materiaal, gelijk gedrag. In de praktijk werkt dat averechts. Staal op staal, zeker als het verzinkingslaagje ergens beschadigd raakt tijdens montage, geeft een groter risico op doorroesten op precies de plek waar u het niet wilt: het bevestigingspunt. Aluminium corrodeert zelf niet op die manier, en dat is de reden dat we voor de klem daarvoor kiezen.
Dat heeft een keerzijde. Aluminium en staal vormen samen een galvanisch koppel zodra er vocht en zuurstof bij kunnen. Zolang de coating van de dakplaat en de behandeling van de klem intact zijn, gebeurt er niets. Komt er een beschadiging, een krasje van het schroeven, een randje waar water blijft staan, dan kan op die ene plek versnelde corrosie ontstaan. Dat is de reden dat we op het contactvlak tussen klem en plaat altijd een scheiding aanbrengen, meestal in de vorm van een coating of een tussenlaag die het directe metaal-op-metaal contact wegneemt. Zonder die scheiding zou de winst van een roestvrije klem deels weer verloren gaan op de plek waar hij de plaat raakt.
Staal en aluminium zetten niet evenveel uit bij temperatuurwisseling. Aluminium beweegt merkbaar meer dan staal bij dezelfde temperatuurstijging. Bij een dakbaan van tien meter, van winterkou naar een hete zomerdag op het dak, loopt dat verschil op tot een paar millimeter over de lengte van de baan. Dat verschil moet ergens landen, en bij ons zit dat in de klem zelf.
De klem is zo gevormd dat de fels erover kan glijden terwijl hij toch grip houdt. Dat glijden is geen speling die u tegenkomt als gebrek; het is de manier waarop het systeem de spanning tussen twee materialen met een verschillende uitzettingscoëfficiënt opvangt zonder dat er scheuren, kreuken of losse plekken ontstaan. Bij een stalen dakplaat als drager komt daar een derde beweging bij: het profiel van de damwandplaat zet zelf ook uit, en bij grote temperatuurschommelingen, bijvoorbeeld bij een ongeïsoleerde loods, kan dat profiel meebewegen met de zon. De klem moet dan niet alleen het verschil tussen aluminium en de stalen felsbaan opvangen, maar ook de eigen beweging van de drager waarin hij is verankerd.
In de praktijk merkt u dit als volgt: op een hal van vijftig meter lang leggen we de banen niet aan één stuk door zonder overweging van de looprichting van de dilatatie. We werken met vaste punten en glijdende punten in het klemsysteem, zodat één deel van het dak de beweging opvangt en niet elke klem op elk punt evenveel moet werken. Dat is meer rekenwerk aan de voorkant, maar het voorkomt dat een enkele klem op de duur overbelast raakt.
Op een houten regel drukt een schroef zich vast in vezels die meegeven en houvast bieden over de hele lengte van de draad. In een stalen damwandplaat van 0,75 millimeter is dat anders. De schroef moet zijn eigen draad in het metaal snijden, met een puntje dat scherp genoeg is om door de coating en het staal heen te komen zonder de plaat te scheuren of te vervormen. Te weinig aandraaimoment en de verbinding houdt niet; te veel en u trekt een bult in de plaat of drukt de klem scheef.
Damwand- en trapeziumplaten liggen vaak op stalen gordingen die door windbelasting, verkeer op het dak of installaties op het dak lichte trillingen doorgeven. Dat is een ander gedrag dan een houten dakbeschot, dat trillingen dempt in plaats van doorgeeft. Op een stalen drager kan een schroefverbinding die net iets te los zit, op termijn gaan werken: een fractie van een millimeter speling die bij elke trilling groter wordt. Bij onze klemmen ligt de belasting niet op een enkele schroef die de hele felsbaan draagt, maar verdeeld over meerdere klempunten per baan. Daardoor hangt de stevigheid van het dak niet af van één verbinding die het net wel of net niet houdt, en dat is precies waarom we bij stalen damwandplaten extra aandacht besteden aan de klemafstand: op een dunne, trillingsgevoelige drager kiezen we vaker voor een kleinere afstand tussen de klemmen dan op een massieve houten ondergrond.
Deze combinatie, aluminium klem op stalen damwandplaat, is gangbaar bij loodsen, bedrijfshallen en agrarische gebouwen waar de dakconstructie zelf al van staal is en er geen houten beschot tussen zit. Het voordeel is dat u geen extra houten drager hoeft aan te brengen: de klem gaat direct de damwandplaat in, wat een bouwlaag en dus tijd bespaart.
Het is minder voor de hand liggend bij een dun, licht geprofileerde plaat die weinig materiaaldikte overhoudt voor een betrouwbare schroefverbinding, of bij een damwandplaat die al zichtbare tekenen van corrosie of vervorming vertoont. In dat geval is de plaat zelf al niet meer de stevige drager die de klem nodig heeft, en dan gaat het probleem niet over de klem, maar over de ondergrond. Ook bij extreme temperatuurschommelingen zonder isolatie, zoals bij een ongeïsoleerde stalen loods in fel zonlicht, moet u vooraf goed doorrekenen hoeveel beweging de klem en de drager samen te verwerken krijgen, en dat is iets waar we op tekening graag in meedenken voordat er iets op het dak ligt.
De vraag die u zichzelf vooraf kunt stellen is niet alleen hoe dik de damwandplaat is, maar ook hoe het gebouw er in gebruik bij staat: verwarmd of onverwarmd, met of zonder trillingsbron op het dak, in een kustklimaat met veel vocht of juist droog en landinwaarts. Die antwoorden bepalen samen met de plaatdikte of deze combinatie voor uw project de juiste is, en welke klemafstand daarbij past.