Klikzink

De dakrand op stalen dakplaat leggen

De dakrand is de zijkant van het dakvlak, de baan die het laatst ligt voordat het dak overgaat in de gevel of de windveer. Op deze plek staat de wind er niet loodrecht op, maar grijpt hij van opzij aan, langs de rand van het vlak. Dat is een ander soort belasting dan in het midden van het dak, en de bevestiging moet daar iets voor doen. Bij een geschroefde plaat lost men dat meestal op met een extra schroef hier en daar. Bij een klikbaan werkt dat anders: wij passen de afstand tussen de klemmen aan, niet het aantal schroeven per klem.

Onder elke felsbaan zitten klemmen die de baan aan de ondergrond vastzetten zonder dat er een schroef door de plaat zelf gaat. In het midden van een dakvlak staan die klemmen op een afstand die past bij de gewone windbelasting daar. Aan de rand van het dak, over de volle lengte van de laatste baan of twee, wordt die afstand kleiner. Meer klemmen per strekkende meter, dezelfde klem, hetzelfde principe, maar dichter opeen. Dat is het enige dat er in de bevestiging verandert: niet een ander soort klem, niet een dikkere plaat, gewoon een kleinere maat tussen de bevestigingspunten.

Wat de ondergrond met de klem doet

Op deze pagina gaat het om één ondergrond: de stalen dakplaat als drager, meestal een damwand- of trapeziumprofiel, dun staal met een golf of een rib erin. Dat is een ander verhaal dan een houten dakbeschot of een betonnen dek. Op hout of beton zit de klem in een dikkere, stugere laag en gedraagt de schroef zich voorspelbaar: hij trekt aan, blijft aantrekken, en verandert daarna niet meer.

Op een stalen dakplaat zit de klem in materiaal van misschien zeven of acht tiende millimeter dik. De schroef die de klem vasthoudt, moet dat dunne staal grijpen zonder het op te scheuren, en moet dat blijven doen terwijl de plaat onder de klem zelf ook nog beweegt: door temperatuurverschil zet de dakplaat een fractie uit en in, door windbelasting buigt hij een fractie mee. Bij de klemmen in het midden van het dak is dat een verwaarloosbaar effect, verdeeld over veel bevestigingspunten. Aan de rand, waar de windbelasting het grootst is en de klemafstand toch al kleiner staat, telt elke schroef zwaarder mee. Een schroef die op een damwandplaat net niet goed grijpt, valt in het midden van het dak niet meteen op. Aan de rand, waar de belasting het hoogst is, is dat de schroef die het eerst gaat werken en het eerst gaat verraden of hij goed zat.

Waar de bevestiging kwetsbaar wordt

Het verschil tussen een geschroefd dak en een geklikt dak zit niet in de vraag of er een zwakke plek is, maar in waar die zwakke plek ligt. Een geschroefde plaat heeft zijn kwetsbare punt bij elke schroefgang door de bovenplaat: daar zit een gat, een afdichtring, en een risico op lekkage als die ring verhardt of de schroef los gaat trillen. Onze banen hebben die doorboringen niet in het zichtvlak; de klem zit onder de fels, buiten het weer. Maar de klem moet wel ergens aan de ondergrond vastzitten, en op een stalen dakplaat is dat met een schroef in dun staal. Dat is de plek waar de aandacht naar toe moet, juist aan de dakrand, waar de klemafstand kleiner is en dus meer van die schroeven per meter zitten.

Een aannemer die op een damwandplaat werkt, herkent het probleem meestal als de schroef in de bovenflens van de damwand komt in plaats van in de rib. De bovenflens buigt onder wind veel makkelijker mee dan de rib, die stijver is doordat hij de vorm van de golf volgt. Aan de rand van het dak, waar de belasting het hoogst is, is dat verschil van belang: een klem die op de flens is bevestigd, staat op een stuk plaat dat onder windbelasting een fractie meebeweegt, en dat leidt op termijn tot speling in de schroefgang. Op een rustiger plek in het dak valt dat te verwaarlozen; op de rand, waar de klemafstand al is verkleind om de extra belasting op te vangen, komt die speling eerder aan het licht.

Hoe de volgorde langs de rand loopt

Op de bouw betekent dit dat de laatste baan of twee langs elke lange zijde van het dak met een andere maatvoering wordt gelegd dan de rest van het vlak. De klemmen daar staan dichter opeen, wat betekent dat de dakdekker meer bevestigingspunten per strekkende meter zet, maar niet een ander type klem gebruikt en niet een dikkere baan legt. De volgorde blijft hetzelfde: eerst de klemmen op de ondergrond, dan de baan erover, dan de volgende baan die inklikt over de fels van de vorige. Alleen de tussenafstand van de klemmen wisselt, en dat wisselt niet geleidelijk maar met een duidelijke knik op de plek waar het middenvlak overgaat in de randzone.

Op een stalen dakplaat komt daar één controlepunt bij dat op hout of beton niet speelt: de dakdekker moet weten waar de rib van de damwand zit, want daar hoort de schroef, niet in de vlakke flens ertussen. Bij een dakvlak met een standaardmaat damwandplaat is dat een vaste rastermaat, en een ervaren ploeg legt de klemmen daar automatisch op af. Bij een dakrand die niet op een rond aantal ribben uitkomt, wat bij een schuine gevelaansluiting kan voorkomen, moet er net dat stukje extra worden nagedacht over waar de laatste klemmen precies komen. Dat is geen zaak van esthetiek maar van bevestiging: een klem die tussen twee ribben in op de vlakke flens terechtkomt, is op de rand van het dak, waar de belasting het hoogst is, de plek waar het probleem als eerste zichtbaar wordt.

Wat er misgaat bij een fout

De schade die uit een fout op de dakrand ontstaat, ziet er in het begin niet uit als een lek. Het begint als een klem die onder windbelasting een fractie speling heeft, omdat de schroef in dun staal minder houvast heeft dan bedoeld of omdat hij op de flens zit in plaats van op de rib. Die speling zelf lekt niet: de bovenkant van het dak, de fels en de baan, blijft dicht, want daar zit geen enkele doorboring. Het probleem zit onder de plaat, bij de bevestiging van de klem aan de damwand, en dat is precies waarom het pas laat wordt opgemerkt.

Wat er op langere termijn gebeurt, is dat een schroef die te los in dun staal zit, langzaam verder losraakt door herhaalde windbelasting. Aan de dakrand, waar de wind het hardst aangrijpt en de klemafstand toch al is verkleind om dat op te vangen, is dat het punt waar dit proces het snelst loopt. Een klem die daardoor zijn grip verliest, geeft de baan erboven meer bewegingsruimte dan bedoeld, en die extra beweging zoekt zijn weg naar de fels, waar de baan met de volgende in elkaar klikt. Dat is niet meteen een lek, maar het is de plek waar een lek op een klikdak uiteindelijk kan beginnen: niet bij de klem zelf, maar bij de voeg die door een losgeraakte klem onder een net iets grotere spanning komt te staan dan waarvoor hij ontworpen is.

De controle op de bouw is daarom simpel te formuleren, ook al is de uitvoering precisiewerk: op de rand van het dak, op een stalen dakplaat, moet elke klem op de rib zitten en met de juiste schroef, en moet de klemafstand daar kleiner zijn dan in het midden van het vlak. Wie dat op tekening al vastlegt, en wij denken daar op de tekening aan mee zonder daar kosten voor te berekenen, voorkomt dat deze twee dingen, de ondergrond en de windbelasting aan de rand, elkaar op de bouwplaats voor het eerst tegenkomen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink