Klikzink

De dakrand op een bestaand bitumendak

De dakrand is de rand van het dakvlak, evenwijdig aan de nok, waar het dak overgaat in de gevel of in een opstand. Het is niet de goot en niet de dakvoet: die hebben hun eigen krachten en hun eigen aandachtspunten, en die behandelen we elders. Hier gaat het om de zijkant van het vlak, de plek waar de wind bij een schuin invallende storm de grootste optrekkende kracht op de plaat zet. Dat is geen slordige aanname; het is de reden waarom de klemafstand hier standaard kleiner is dan in het midden van het dakvlak. Meer klemmen per strekkende meter, dichter bij elkaar, zodat de fels op deze rand net zo goed weerstand biedt als hij dat gemiddeld over het dak doet.

Op een bestaand bitumendak dat blijft liggen, komt daar een tweede vraag bovenop. De klem die onder de fels zit, moet ergens op vastzitten. Bij nieuwbouw is dat meestal een ondergrond die je zelf hebt aangebracht en waarvan je de opbouw kent. Bij renovatie op een bestaand bitumendak ligt er al iets: een dakbedekking die soms tientallen jaren dienst heeft gedaan, met een onderconstructie die je niet altijd zonder opening kunt zien. De klem gaat door die bitumenlaag heen, in de drager daaronder. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het is wel de plek waar renovatie vraagt om een andere voorbereiding dan nieuwbouw.

Waar de klem doorheen gaat

De klemmen van onze felsbanen worden vastgezet op de ondergrond, meestal op houten regels of platen die op de bestaande dakconstructie zijn aangebracht. Bij een bestaand bitumendak betekent dat vaak dat er een nieuwe ondergrond boven de oude laag komt te liggen, of dat de klem rechtstreeks door de bitumenlaag in de bestaande beplating of gordels bevestigd wordt. In beide gevallen gaat er een schroef door de bitumenlaag heen. Dat is een doorboring, en op de dakrand is dat een doorboring op de plek waar de belasting het grootst is.

Het verschil met het midden van het dakvlak is niet de manier waarop de klem werkt, maar wat er misgaat als de bevestiging daar tekortschiet. In het midden van het dak kan een verzwakte klem een tijd meegaan zonder dat het merkbaar is, omdat de omliggende klemmen de belasting overnemen. Op de rand is de marge kleiner. Als een schroef in verweerd hout draait, in een plek waar houtrot al begonnen is onder een laag bitumen die dat aan het oog onttrekt, dan trekt die schroef bij de eerste stevige storm los. Op de rand van het dak, waar de optrekkende kracht het grootst is, is dat precies de plek waar je dat het minst kunt gebruiken.

Of de doorboring van de bestaande laag erg is

Een doorboring van bitumen is niet per definitie een lek. Bitumen is een gesloten laag, en een schroef die daar doorheen gaat, maakt een gaatje dat op zichzelf geen water doorlaat zolang er niets op blijft staan en zolang er geen beweging optreedt rond die schroef. Het wordt een probleem op het moment dat er onder de nieuwe felsbaan nog steeds water op die oude laag kan komen te staan, of wanneer de doorboring in een zone ligt die bij regen structureel vochtig blijft.

Op de dakrand is dat risico anders dan in het midden van het vlak. De rand ligt vaak net naast een opstand, een borstwering of een overgang naar de gevel, en dat zijn plekken waar bij een bestaand dak nogal eens al water heeft gestaan, ongezien, jarenlang. Een doorboring die op een droge plek in het midden van het dak volstrekt onschuldig is, kan op de rand net in een zone liggen die al onder druk staat. Daarom is het raadzaam om, voordat de nieuwe ondergrond of de klemmen op de rand worden aangebracht, te controleren of de bitumenlaag daar nog droog en gezond aanvoelt, of dat er tekenen van eerdere vochtinsluiting zijn.

Of wat eronder zit nog draagt

De klem is zo goed als de ondergrond waarin hij vastzit. Dat geldt overal op het dak, maar op de dakrand telt het net iets zwaarder, omdat daar de kracht die aan de klem trekt het grootst is en omdat de rand vaak de plek is waar houtconstructies het langst blootgesteld zijn geweest aan wisselende temperaturen en vocht van buitenaf, via de gevel of via kierende voegen in het metselwerk net onder de daklijn.

Bij een bestaand bitumendak is de onderconstructie meestal houten beplating op gordels, of een houten dakrand die is opgebouwd als aanzet voor de dakbedekking. Die constructie is bij renovatie niet altijd zichtbaar zonder de bestaande laag deels te verwijderen. Een aannemer die alleen naar de bovenkant van het bitumen kijkt, ziet niet of het hout daaronder nog vol is of al zacht. Op de rand is dat een groter risico dan in het midden, simpelweg omdat daar de klemafstand kleiner is en er dus meer bevestigingspunten in diezelfde houtconstructie moeten zitten. Elk van die punten moet dragen; er is op de rand minder ruimte om een verzwakt punt te laten meeliften op de sterkte van de buren.

In de praktijk betekent dit dat je bij renovatie van de dakrand niet zomaar over de bestaande laag heen kunt bouwen zonder te weten wat daaronder zit. Een steekproef met een priem, of het lichten van een deel van de bestaande bitumenlaag op een paar representatieve plekken langs de rand, geeft een indicatie. Voelt het hout daar vol en hard aan, dan is de kans klein dat de klem straks in verweerd materiaal komt te zitten. Voelt het zacht of vochtig, dan is plaatselijke vervanging van de drager voordat de nieuwe ondergrond erop komt, geen overbodige stap maar een noodzakelijke.

Wat er misgaat als het niet klopt

De fout die op de dakrand het vaakst gemaakt wordt bij renovatie op een bestaand bitumendak, is dat de klemafstand wel wordt aangehouden zoals voorgeschreven, maar dat de ondergrond waarin die klemmen zitten niet is gecontroleerd op draagkracht. Het resultaat is dat de bevestiging op papier klopt, met genoeg klemmen op de juiste afstand, maar dat een deel van die klemmen in feite in het niets vastzit, in hout dat onder de oppervlakte al is aangetast.

Omdat de dakrand de plek is waar de wind het hardst optrekt, is dit ook de plek waar zo'n fout zich het eerst laat zien. Niet in het midden van het vlak, waar de belasting lager is en de marge groter, maar precies op de rand, bij de eerste storm die de conditie van het dak echt test. Een baan die daar loskomt, trekt vaak de aangrenzende klemmen mee, omdat de belasting die eerst over meerdere punten verdeeld was, zich concentreert op wat er nog vaststaat.

Een andere fout is het doorschroeven in de bestaande bitumenlaag zonder rekening te houden met de plek waar die laag al vocht heeft opgenomen. Dat leidt niet meteen tot een zichtbaar lek, maar tot een langzaam proces waarbij vocht onder de nieuwe ondergrond blijft zitten en de houtconstructie daaronder, en daarmee de houvast van de klem, geleidelijk verder aantast. Dat is lastiger te herkennen dan een acute fout, en juist daarom de moeite van een gerichte controle vooraf waard.

De klembevestiging van onze felsbanen is blind en vraagt geen doorboring van de zichtbare plaat, maar op de dakrand van een bestaand bitumendak blijft de vraag wat er onder die bitumenlaag zit een vraag die u vooraf beantwoord wilt hebben, niet achteraf.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink