Klikzink

De dakkapel op stalen dakplaat

Een dakkapel op stalen dakplaat is voor de bevestiging een ander vraagstuk dan een gesloten dakvlak. Waar op een doorlopend vlak de klemmen in een regelmatig patroon liggen en de banen ongehinderd van nok naar goot lopen, ontstaat bij een dakkapel een dakvlak in een dakvlak. Er zijn vier aansluitingen tegelijk: de twee zijkanten, de bovenkant tegen het hoofddak, en de onderkant waar de kapel het dakvlak weer vrijgeeft. Op elk van die vier plekken moeten de felsbanen ingedeeld en afgekort worden, en op elk van die plekken zit de klem net iets anders dan in het rechte stuk daarnaast.

De ondergrond maakt dat vraagstuk niet kleiner. Een damwand- of trapeziumplaat is een drager met een golf, en de klem voor onze felsbanen moet op de top van die golf staan, niet in het dal. Rond een dakkapel verspringt die golf vaak net op de plek waar u een klem nodig heeft, omdat de kapel een deel van de plaat onderbreekt of omdat de aansluitdetails van de kapel zelf al ruimte innemen. De klem zit dan in dun staal, meestal tussen de 0,5 en 0,7 mm, en dat stelt andere eisen aan de schroef dan bij montage op een houten regel of een dik plaatprofiel. Een zelfborende schroef met de juiste kern moet grip vinden in dat dunne materiaal zonder dat het gat uitslijt, en bij een dakkapel is er vaak weinig marge om de schroef te verplaatsen als de eerste positie niet goed pakt: de golfslag van de plaat ligt vast en de kapel staat waar hij staat.

Waar het vastmaken rond de kapel misgaat

De meeste fouten rond een dakkapel ontstaan niet doordat de klem zelf niet werkt, maar doordat de indeling van de banen niet is doorgerekend voor de onderbreking die de kapel vormt. Als de banen zijn ingemeten voor een doorlopend dakvlak en de kapel wordt er achteraf ingepast, vallen klemposities precies op de plek waar een zijkant van de kapel de baan doorsnijdt. Dan moet er lokaal worden bijgezet of verschoven, en dat is precies waar op een stalen drager de marge het kleinst is: de golftop ligt op een vaste afstand, en een klem die een paar centimeter moet opschuiven belandt zomaar in het dal, waar hij niet hoort.

Een tweede foutbron is de overgang van het vlakke dakvlak naar het aflopende of verticale vlak van de kapel zelf, bijvoorbeeld bij de zijwangen. Daar verandert de belasting op de klem: naast de normale uitzetting van de plaat door temperatuur krijgt de bevestiging bij een kapel ook te maken met windbelasting die vanaf de zijkant aangrijpt, omdat de kapel als volume in de wind steekt in plaats van als vlak dakvlak. Dat is geen reden om de klem zwaarder uit te voeren dan elders, maar wel een reden om de klemafstand rond de kapel niet zomaar gelijk te trekken met het rechte deel van het dak.

Wat er anders is dan bij een dicht dakvlak

Op een dicht dakvlak, zoals wij beschrijven bij [een klikdak op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat), is de bevestiging een herhaling: dezelfde klem, dezelfde afstand, baan na baan. Rond een dakkapel valt die herhaling uiteen in vier losse stukken die elk hun eigen indeling vragen. De baan die tegen de linkerzijwang van de kapel loopt is meestal geen hele baan meer, en de rand van die baan moet worden opgezet en aangesloten op het kapeldetail zonder dat daar een doorboring in komt. Dat lukt alleen als de klem die rand vasthoudt op een positie die zowel bij de golf van de damwandplaat past als bij de plek waar de kapel het vlak onderbreekt. Bij een goot, zoals wij toelichten bij [de goot op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat/goot), is de indeling in elk geval nog gebonden aan één rechte lijn; bij een dakkapel zijn het er vier die tegelijk kloppen moeten.

Er is ook een verschil in wat er gebeurt bij uitzetting. Op een lange, ononderbroken baan kan de plaat over de volle lengte vrij bewegen ten opzichte van de klemmen, die dat juist toestaan doordat de bevestiging blind is en niet door de plaat heen gaat. Rond een dakkapel zijn de baanlengtes vaak korter, soms nog maar een deel van de normale lengte, omdat de kapel het vlak onderbreekt. Kortere stukken zetten minder uit in absolute maat, maar de aansluitdetails aan weerszijden van zo'n kort stuk laten minder speling toe. Waar op een lang vlak een paar millimeter beweging in de baan zelf wordt opgevangen, moet die beweging bij een kort stuk rond de kapel soms in het aansluitdetail zelf worden opgevangen, en dat detail is meestal het gevoeligste punt.

De volgorde van werken rond de kapel

Op de bouw bepaalt de kapel de volgorde. Bij een doorlopend dakvlak start u aan één kant en werkt u door naar de andere kant, in een tempo dat vooral bepaald wordt door de lengte van de banen. Rond een dakkapel werkt dat niet zo, omdat de kapel al staat voordat de bedekking wordt gelegd en de indeling van de banen dus vanaf de kapel naar buiten toe moet worden bepaald, niet vanaf de rand van het dak naar binnen. Dat betekent dat de klemposities eerst rond de kapel worden vastgelegd, en dat de rest van het vlak zich daarnaar voegt. Doet u het andersom, dan loopt u het risico dat de laatste baan naast de kapel te smal wordt om nog een klem netjes te plaatsen, en dan wordt er ter plekke geïmproviseerd op een plek waar dat niet zou moeten.

De schroef die de klem op de damwandplaat vasthoudt, verdient bij een kapel ook aandacht voor de toegankelijkheid. Op een groot dakvlak is elke klem gelijk bereikbaar. Rond een kapel, vooral bij de bovenaansluiting tegen het hoofddak, zit de werkruimte beperkter en moet de monteur soms schuin of van opzij aandraaien. Een schroef die niet haaks op de plaat wordt aangebracht, grijpt minder goed in het dunne staal en dat is precies de schroef die na een paar jaar van temperatuurwisseling als eerste los kan gaan zitten. Bij een dakraam, zoals wij bespreken bij [het dakraam op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat/dakraam), speelt hetzelfde probleem, maar een dakkapel heeft door zijn omvang meer van die moeilijk bereikbare hoeken dan een enkel raamkozijn.

Wanneer dit niet de eenvoudige oplossing is

Bij een kleine, smalle dakkapel op een overigens regelmatige damwandplaat is de indeling meestal met een beetje voorbereiding goed te doen: de golfmaat van de plaat ligt vast, de kapelbreedte is bekend, en de banen kunnen van tekening af worden ingedeeld zodat de klemmen precies vallen waar ze moeten vallen. Bij een brede kapel die een groot deel van het dakvlak inneemt, of bij meerdere kapellen naast elkaar, wordt die indeling ingewikkelder, en dan loont het om dat vooraf op tekening uit te werken in plaats van het op het dak zelf te laten uitzoeken. Wij denken daarin kosteloos mee, juist omdat een fout in de indeling rond een kapel zich niet beperkt tot één baan maar meteen de aansluiting op vier kanten raakt. Een monster van de gewenste kleur en uitvoering kunt u opvragen bij Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en dat is ook het moment om de kapeldetails van uw project erbij te leggen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink