Klikzink
Een traditioneel felsdak leggen is werk voor een gespecialiseerde loodgieter of zinkwerker met een felsmachine op de bouwplaats of in de werkplaats. De banen worden ter plekke gevormd, de felsen worden met de hand of met een elektrische felsmachine dichtgezet, en er wordt vaak gesoldeerd op aansluitingen en hoeken. Dat vak leer je niet in een paar dagen, en er zijn maar weinig mensen die het goed doen. Wie een felsdak wil laten leggen, is afhankelijk van die kleine groep specialisten, en van het weer waarin zij kunnen werken.
Bij onze klikbanen valt het felsen als handeling grotendeels weg. De fels is al gezet in de fabriek, op de rol of op maat gewalst. Op de bouw worden de banen op de klemmen gelegd en met een klikbeweging in elkaar gedrukt. Er wordt niet gesoldeerd, er wordt geen vuur gebruikt, en er is geen felsmachine nodig om de langsnaad dicht te maken. Dat is precies waarom een goede dakdekker dit kan leren. Niet elke dakdekker doet het meteen goed, maar het is geen vak dat een jarenlange leertijd vraagt zoals het traditionele felswerk.
Het wegvallen van het felsen betekent niet dat er geen vakmanschap meer nodig is. Er verschuift alleen waar dat vakmanschap zit. Een dakdekker die met onze banen werkt, moet weten hoe hij de klemmen recht en op de juiste afstand plaatst, hoe hij de banen precies evenwijdig legt zodat de klik over de hele lengte gelijk aandrukt, en hoe hij bij hoeken en aansluitingen de plaat zuiver afwerkt zonder dat er spanning op de klik komt. Dat laatste is met name bij overgangen naar aansluitingen van belang, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/betonnen-dak/nok). Een slecht gelegde klem is op het eerste gezicht niet altijd te zien, maar wordt op termijn wel voelbaar, bijvoorbeeld als een baan bij uitzetting net iets anders beweegt dan de baan ernaast.
De leercurve zit dus niet in het vormen van het materiaal, maar in de precisie van de montage en in het doorzien van de opbouw onder de plaat. Een dakdekker die alleen gewend is aan schroefwerk, moet wennen aan het idee dat er geen schroef meer bevestigt, maar een klem die op regelmatige afstand onder de baan zit. Dat is een andere manier van denken over een dak, en die omschakeling is reëel. Het is eenvoudiger dan solderen, maar niet iets waar iemand zonder instructie zomaar mee kan beginnen.
Bij een houten of stalen dakconstructie kan een schroef, en dus ook onze klem, vaak rechtstreeks in de drager. Bij een massief betonnen dak ligt dat anders. Er gaat geen schroef zomaar in beton, en al zou dat kunnen, dan is dat niet de manier waarop wij een klikdak willen laten vastzitten. Er komt bij beton altijd een tussenlaag: een regelwerk van hout of metaal, of een ander bevestigingssysteem met pluggen of chemische ankers, waarop de klemmen vervolgens worden geschroefd. De klem zelf verandert niet, maar de vraag waar die drager in vastzit, wordt hier de kernvraag.
Dat betekent dat de persoon die de klikbanen legt, niet degene is die deze vraag hoeft te beantwoorden. Die vraag ligt bij wie het regelwerk of het bevestigingssysteem op het beton monteert, en dat is meestal een andere partij dan de dakdekker die daarna de banen klikt. Op een betonnen dak werken in de praktijk vaak twee vakgebieden na elkaar: eerst wie de drager op het beton bevestigt, en pas daarna wie de felsbanen daarop legt en vastklikt. Een dakdekker die alleen het klikken beheerst, kan dus niet zomaar zelfstandig een betonnen dak aanpakken. Hij is afhankelijk van een correct uitgevoerde onderconstructie, en moet kunnen beoordelen of die onderconstructie geschikt is om op te bevestigen voordat hij zijn banen legt.
Dit maakt het traject op een betonnen dak in de praktijk iets langer dan op een houten dak, niet omdat het klikken zelf meer tijd kost, maar omdat er een extra stap en dus een extra partij in het proces zit. Bij een verbouwing waarbij het regelwerk al aanwezig is en in goede staat verkeert, is dat verschil klein. Bij nieuwbouw of bij een dak waar het regelwerk nog moet worden aangebracht, is dat een planningsvraag die vooraf helder moet zijn, niet iets wat de dakdekker ter plekke kan oplossen.
Op een houten dakbeschot kan een ervaren dakdekker in één werkgang de klemmen plaatsen en de banen leggen, omdat de drager al overal aanwezig is en overal even goed vasthoudt. Op een betonnen dak is dat niet zo vanzelfsprekend. Als het regelwerk niet overal even stevig verankerd is, of als de plugkeuze niet aansluit op de kwaliteit van het beton, dan zit er een zwakke schakel in de keten die de dakdekker die klikt, niet kan zien en niet kan corrigeren. Dat is een reëel nadeel van beton als ondergrond: het maakt de bevestiging afhankelijker van een stap die vooraf en door een andere vakman is uitgevoerd, en die achteraf niet meer te controleren is zonder de banen weer los te maken.
Daarom raden wij aan om bij een betonnen dak vooraf goed vast te leggen wie welke stap voor zijn rekening neemt, en om als opdrachtgever of architect te vragen naar de manier waarop het regelwerk op het beton wordt bevestigd, voordat er één klikbaan wordt gelegd. Wie dat traject overslaat en ervan uitgaat dat de dakdekker die de banen klikt ook verantwoordelijk is voor de onderconstructie, loopt het risico dat niemand zich volledig verantwoordelijk voelt voor die verbinding tussen beton en regelwerk. Bij een houten of stalen dak is die extra schakel er niet, en is de verantwoordelijkheid voor de bevestiging eenvoudiger bij één partij te leggen.
Voor een aannemer die een betonnen dak plant, betekent dit dat de dakdekker die de klikbanen legt, niet als eerste en niet als enige partij op het dak hoeft te komen. Er moet eerst iemand zijn die het beton beoordeelt, het regelwerk bepaalt en dat regelwerk deugdelijk bevestigt. Pas als die stap is afgerond en gecontroleerd, kan de dakdekker met zijn klemmen en banen verder. Wie dit vooraf goed regelt, hoeft op de bouw niet te wachten op een tweede vakman die nog moet komen terwijl het dak al half dicht ligt. Wie het niet vooraf regelt, loopt het risico dat het klikken zelf, dat op zichzelf relatief snel gaat, alsnog vertraging oploopt door een onderconstructie die niet op tijd klaar is.