Klikzink
Bij een traditioneel felsdak beslist de felsmachine wie het werk mag doen. Iemand die met soldeerbout en haak overeind is opgeleid, staat niet zomaar een dag later op een ander dak felsbanen te maken. Bij onze klikbanen ligt dat anders, en op een bestaand bitumendak komt daar nog een vraag bij: wat er onder die klem zit en of het dat aankan.
Onze banen krijgen hun fels al in de fabriek op de wals. Op de bouw hoeft niemand meer te felsen of te solderen. De baan wordt gelegd, de klem grijpt onder de opstaande fels, en de volgende baan klikt daar overheen. Dat is een andere handeling dan het dichtmaken van een felsnaad met een soldeerbout, en die andere handeling is precies waarom een goede dakdekker dit kan leren zonder eerst jaren felswerk te hebben gedaan. Een aannemer die tot nu toe alleen bitumen of leien heeft gelegd, kan met begeleiding op de eerste projecten meedraaien op een klikdak. Bij traditioneel felswerk is dat ondenkbaar.
Dat betekent niet dat iedereen het er zomaar bij doet. Er blijft vakwerk in zitten: de banen moeten haaks en strak liggen, de klemmen moeten op de juiste afstand en met de juiste aandraaikracht zitten, en bij aansluitingen op nok, dakvoet, kilgoot of doorvoeren komt precisiewerk terug dat niet in een middagje is uitgelegd. Wie voor het eerst een klikdak legt, doet er goed aan dat samen met iemand te doen die het al eens heeft gedaan of zich door de leverancier op de tekening te laten meekijken. Bij ons kost dat meedenken niets, juist omdat de eerste paar daken het verschil maken tussen een dakdekker die het daarna zelfstandig kan en een dakdekker die telkens moet uitproberen.
Op een nieuw dak zit onder de klem meestal een ondergrond die daar voor gemaakt is: een houten of stalen drager waarvan bekend is wat hij trekt. Op een bestaand bitumendak dat blijft liggen, is die vraag niet vanzelfsprekend beantwoord. De klem gaat door de bovenste laag van het bestaande dak heen, en de vraag is dan drieledig: waar komt die doorboring terecht, is dat een probleem voor de laag die blijft liggen, en draagt de constructie daaronder het gewicht en de bevestigingskracht die nodig zijn.
Bij een dakdekker die dit voor het eerst doet, zien we vaak dat de aandacht vooral naar het zichtbare werk gaat: de banen recht, de klik dicht, de kleur goed. Terecht, maar het is niet het enige dat telt. Wie een klikdak op een bestaand bitumendak legt, moet ook weten wat er onder die oude bitumenlaag zit. Is dat een dekvloer, een houten beschot, een stalen dek. Is dat beschot nog droog en vast, of zit er ergens een plek waar water heeft gestaan en het hout zacht is geworden. Een klem die daar vastzit, zit niet vast. Dat is geen kwestie van klikken of felsen, dat is een kwestie van eerst onder de knieƫn komen wat je onder handen hebt, en dat inzicht kun je niet vervangen door ervaring met klikbanen alleen.
Een aannemer die dit werk aanneemt, doet er daarom goed aan het bestaande dak eerst te laten beoordelen, of dat zelf te doen als hij de vaardigheid heeft. Dat is ander werk dan het leggen van de banen zelf, en het is werk dat niet overgeslagen kan worden omdat de klikbevestiging zelf eenvoudiger is dan felsen. Eenvoudiger leggen is niet hetzelfde als eenvoudiger beoordelen wat eronder zit.
Op een nieuw dak is de vraag wie het kan leggen vooral een vraag over de klikbevestiging zelf: kan deze persoon de banen recht leggen, de klemmen goed zetten, de aansluitingen op nok en dakvoet netjes afwerken. Op een bestaand bitumendak komt daar een tweede beoordeling bovenop, en die tweede beoordeling is niet iets wat de klikbevestiging makkelijker maakt. Ze maakt het juist ingewikkelder, omdat er nu twee dingen tegelijk goed moeten gaan: de nieuwe laag moet goed liggen, en de oude laag en de constructie daaronder moeten dat aankunnen.
Dat is de reden dat we hier eerlijk over zijn: het feit dat onze banen blind bevestigd worden en zonder felsmachine te leggen zijn, verkleint de drempel om deze technische ingreep te doen, maar het verkleint niet de noodzaak om eerst te weten wat er onder het bestaande dak zit. Wie dat overslaat omdat het klikken zelf simpel aanvoelt, loopt het risico een dak op te leveren dat er op de eerste dag prima uitziet en na een paar jaar toch een zwakke plek toont, precies op de plek waar de klem in een verzwakte ondergrond zat. Hoe dat er in de praktijk uitziet en waar op dit soort daken specifiek naar gekeken moet worden, leggen we uit op de pagina over het klikdak op een bestaand bitumendak.
Samengevat komt het neer op twee vaardigheden die niet dezelfde zijn. De eerste is de klikbevestiging zelf: banen leggen, klemmen zetten, met de juiste volgorde werken zodat elke volgende baan de vorige goed vastklikt. Die vaardigheid is aan te leren, ook voor iemand die niet uit het felswerk komt, en het is de vaardigheid waarvoor wij desgevraagd meekijken op tekening.
De tweede vaardigheid is het beoordelen van een bestaande dakopbouw: weten waar vocht heeft gezeten, weten of een beschot nog draagt, weten wat een doorboring op die plek betekent voor de laag die blijft liggen. Die vaardigheid komt niet met de klikbevestiging mee. Ze is nodig ongeacht welk bevestigingssysteem er straks op dat dak komt, en ze is op een bestaand dak net zo goed nodig als op een nieuw dak, alleen is het bewijs van wat er onder zit op een bestaand dak minder zichtbaar dan op een nieuwe drager die net gelegd is.
Een aannemer die beide vaardigheden zelf heeft, of die de tweede laat uitvoeren door iemand die het bestaande dak kan beoordelen voordat de klikbanen erop komen, is in een goede positie om dit werk aan te nemen. Wie alleen de klikbevestiging beheerst en de beoordeling van de ondergrond overslaat, neemt een risico dat niet bij het product ligt maar bij de voorbereiding. Dat risico is op elke aansluiting van dit dak anders: rond een schoorsteen of dakraam is de ondergrond vaak net zo kwetsbaar als bij de dakrand of het boeiboord, en ook daar geldt dat de klik pas zo goed is als wat erachter zit.