Klikzink
Een vraag die we regelmatig krijgen: als er geen schroeven door de plaat gaan, waar kan een klikdak dan nog lekken? Het antwoord is niet dat het nergens kan. Het antwoord is dat het op andere plekken kan dan bij een traditioneel dak, en dat die plekken op stalen dakplaat een paar bijzonderheden hebben die het waard zijn om apart te benoemen.
Bij een klassiek dak met doorschroefde platen zit de kwetsbare plek vaak bij de schroef zelf. Een rubberen ring die na tien jaar verhardt, een gat dat iets te ruim is geboord, een schroef die scheef zit en daardoor niet meer goed afdicht. Op onze felsbanen bestaat die zwakke plek niet, want er wordt niets door de bovenplaat geschroefd. De klem grijpt onder de fels, en het wateroppervlak zelf blijft ongeschonden. Dat is een reƫel verschil, en het is ook het verschil dat deze site steeds beschrijft. Maar het betekent niet dat een klikdak zonder aandacht gelegd kan worden en daarna geen zorgen meer geeft.
De klem onder de fels is het onderdeel dat het gewicht van de plaat, de wind en de temperatuurbeweging opvangt. Op een houten of stalen ondergrond met voldoende dikte werkt die klem zoals bedoeld: hij zit vast, de plaat kan er nog net in schuiven bij uitzetting, en er is geen doorboring die kan gaan lekken.
Op een damwand- of trapeziumplaat als drager ligt dat anders. De klem wordt daar niet in een dikke, stevige ondergrond geschroefd, maar in dun staal, meestal minder dan een millimeter dik. Dat vraagt een andere schroef, met een ander schroefdraad en een andere kop, en het vraagt dat die schroef precies in de bovenflens van de damwand terechtkomt en niet in de flank of in de gleuf ertussen. Zit de schroef mis, dan trekt hij niet goed aan, en een klem die niet goed aantrekt geeft speling. Die speling is niet meteen een lek, maar het is wel de eerste stap ernaartoe: een klem die een beetje kan bewegen, laat de plaat een beetje bewegen, en op de lange duur werkt dat los.
Er is nog een tweede verschil met een massieve ondergrond, en dat is trilling. Damwand- en trapeziumplaten zijn lichter en veren makkelijker mee bij wind of bij mensen die over het dak lopen tijdens onderhoud. Die trilling komt bij elke klem terecht. Op een stevige houten ondergrond wordt zo'n trilling gedempt voordat hij de klem bereikt. Op dunne stalen dakplaat niet, of veel minder. Dat is precies waarom wij bij dit type ondergrond aanraden goed te kijken naar het aantal klemmen per strekkende meter en naar de plek waar ze in de damwand grijpen, zoals we uitgebreider beschrijven op de pagina over een klikdak op stalen dakplaat. Hier gaat het erom wat er gebeurt als dat niet goed is afgestemd: een enkele losse klem is op zichzelf niet ernstig, maar een lijn van klemmen die allemaal een fractie speling hebben, verandert de manier waarop de hele baan beweegt bij temperatuurwisseling, en dat raakt vervolgens de fels.
Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar nul is het niet. Bij een lengte van een paar meter en een temperatuurverschil tussen een koude winternacht en een hete zomerdag loopt een plaat meetbaar in en uit. De klem is zo ontworpen dat de fels daarin kan schuiven zonder dat de bevestiging zelf meebeweegt. Dat werkt zolang die beweging ergens heen kan.
Op stalen dakplaat wordt die ruimte om te bewegen soms onbedoeld dichtgezet. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een aansluiting die te strak is afgekit, of bij een randprofiel dat is vastgezet zonder rekening te houden met de rest van het veld. Wij zien dat het meest bij overgangen: waar de dakvoet, de nok of een gevelaansluiting de baan in de lengte vasthoudt, terwijl de rest van de baan nog vrij moet kunnen bewegen. Wordt die vrijheid ergens weggenomen, dan zoekt de spanning een andere uitweg, en dat is vaak een lichte vervorming bij de fels zelf, net op de plek waar de klem zit. Een klikdak lekt dan niet doordat het materiaal faalt, maar doordat een detail de beweging heeft geblokkeerd die het systeem juist is ontworpen om toe te laten. Hoe die dakvoet en die nok normaal worden uitgevoerd op stalen dakplaat, staat beschreven bij de dakvoet op stalen dakplaat en bij de nok op stalen dakplaat; hier is de kern dat een detail dat elders op een houten ondergrond geen probleem geeft, op dunne stalen dakplaat minder tolerantie heeft omdat de ondergrond zelf al minder stijf is.
De derde plek waar het misgaat, is de overlap tussen twee banen in de lengte, bijvoorbeeld bij een dak dat langer is dan de maximale baanlengte van acht meter. Die overlap wordt normaal gesproken droog en waterdicht uitgevoerd zonder kit, als onderdeel van het felswerk. Op een stevige ondergrond ligt die overlap stil. Op een damwandplaat die meebeweegt bij wind, kan die overlap een fractie meebewegen, en als de klemmen aan beide zijden van die overlap niet even strak zijn aangedraaid, ontstaat precies op die naad de kleinste kier die je kunt hebben. Niet zichtbaar, niet meteen een lek bij regen recht van boven, maar wel een plek waar opwaaiend water bij storm naar binnen kan trekken.
We zijn hier eerlijk over: op een dunne damwand- of trapeziumplaat is de marge kleiner dan op een houten dakbeschot of op een stevige stalen dakplaat met voldoende dikte om de klemschroef goed te laten bijten. Dat is geen reden om deze combinatie af te raden, want ze komt veel voor bij bedrijfshallen en utiliteitsbouw, en met de juiste klem, het juiste schroefpatroon en voldoende klemmen per vierkante meter werkt het net zo goed. Maar het is wel een reden om bij deze ondergrond meer aandacht te geven aan de details dan bij een dikkere drager. Waar op een houten ondergrond een kleine afwijking in de plaatsing van de klem zichzelf oplost door de stevigheid van het hout, doet dun staal dat niet.
Dat raakt ook de aansluitingen rond het vlak. Bij een dakraam, een schoorsteen of een dakdoorvoer moet de plaat rond een obstakel worden gelegd, en juist daar wordt vaak extra bevestigd om de plaat op zijn plek te houden. Op een damwandplaat is dat een plek waar we adviseren extra te controleren of de schroeven in de bovenflens zitten en niet per ongeluk in de gleuf ernaast, want een enkele misplaatste schroef bij een doorvoer is vaak de eerste plek waar in de praktijk een klacht ontstaat.
Voor wie deze combinatie overweegt, is het antwoord dus niet dat een klikdak op stalen dakplaat per definitie meer risico geeft dan op een andere ondergrond. Het antwoord is dat de zwakke plekken zich verplaatsen van de schroef in de plaat, die hier niet bestaat, naar de klem, de aansluiting en de overlap, en dat die plekken op dun staal minder marge hebben dan op een dikkere of stijvere drager. Wie dat vooraf weet, kan er bij het ontwerp en de uitvoering op anticiperen, en dat is precies waar wij in het vooroverleg op tekening naar kijken.