Klikzink
Solderen stopt bij regen en bij vorst zonder discussie. Tin en zink willen een droog, vlak en op temperatuur gebracht oppervlak, en een felsverbinding die je soldeert moet je kunnen verwarmen zonder dat de rest van het dak meewerkt. Bij onze banen is dat anders. De fels klikt over een klem, er wordt niets gesmolten en er is geen chemisch proces dat door vocht of kou wordt verstoord. Dat is de reden dat wij vaker doorwerken op dagen dat een loodgieter met een soldeerbout naar huis gaat. Maar doorwerken kan niet altijd, en op een stalen dakplaat als drager liggen de grenzen net iets anders dan op een houten of betonnen ondergrond.
Ons staal is koud vouwbaar tot -15 graden, en dat getal geldt voor de plaat zelf. Onder die temperatuur wordt de fels bros op de plek waar hij dichtgevouwen wordt, en een fels die scheurt tijdens het leggen is een lek dat je er zelf in hebt gemaakt. Bij een dak op een houten dekplaat is dat het hele verhaal, maar bij een stalen dakplaat komt er iets bij. De damwand- of trapeziumplaat onder onze banen is zelf ook koud, en een koude ondergrond trekt de temperatuur uit de klem en uit de voet van de fels sneller weg dan een houten dekplaat dat doet. Staal geleidt warmte veel beter dan hout, en dat betekent dat de fels op een koude ochtend eerder de kritieke temperatuur bereikt dan wanneer u op een houten drager werkt. In de praktijk merken onze leggers dat op een vorstochtend met een stalen drager het gereedschap eerder stroef gaat dan verwacht, terwijl de buitentemperatuur nog niet dramatisch is. Dat is geen reden om te stoppen, maar wel een reden om de eerste banen van de dag rustiger te leggen en de plaat, als dat kan, voor het felsen even te laten opwarmen.
Regen is voor het felsen zelf minder een probleem dan vorst: een natte plaat vouwt net zo goed dicht als een droge. Het punt zit bij de bevestiging daaronder. Op een stalen dakplaat gaat de schroef van de klem door dun plaatstaal, vaak nog door een laag isolatie heen, in een profiel dat zelf ook maar een paar tienden millimeter dik is. Die schroef moet grip vinden in dat dunne staal, en een schroefgat dat je maakt in een natte, gladde plaat geeft minder houvast dan hetzelfde gat in een droge plaat. Bij regen glijdt de boor makkelijker weg voordat hij pakt, en een schroef die net niet recht en net niet strak zit, zit voor de rest van de levensduur van het dak net niet strak. Bij een houten dekplaat trekt een schroef zich nog enigszins recht in het hout; in dun staal gebeurt dat niet, daar zit hij zoals hij erin gaat. Wij raden daarom aan om bij aanhoudende regen niet door te schroeven op de dakplaat zelf, ook als het felsen erboven gewoon door kan gaan. Dat is een andere afweging dan bij een klikdak op een massieve ondergrond, waar wij dat probleem niet hebben.
Op een normale bouwdag leggen wij eerst de klemmen op de dakplaat, in de volgorde en de tussenafstand die voor die specifieke drager is bepaald, en klikken we daarna de banen erover. Bij vorst of regen verandert die volgorde niet, maar de snelheid waarmee we van fase naar fase gaan wel. Bij regen willen we niet dat er een groot deel van de klemmen open en onbeschermd blijft liggen terwijl het felsen achterloopt, want een klem die vol water staat als de baan erover klikt, sluit dat water juist in. Wij plannen dan in kleinere stroken: klemmen zetten, direct felsen, doorschuiven. Bij vorst is het risico eerder dat de plaat zelf, en dus ook het profiel waarin de klem zit, licht kromtrekt door temperatuurverschil tussen de bovenkant die al zon vangt en de onderkant die nog koud is. Dat is op een stalen dakplaat merkbaarder dan op een zwaardere ondergrond, simpelweg omdat het plaatstaal dunner en lichter is en dus sneller reageert. Onze leggers meten dat niet met een instrument, ze zien het aan hoe de baan wel of niet vlak aansluit, en bij twijfel wachten ze tot de plaat gelijk van temperatuur is voor ze verder klikken.
Het eerlijke antwoord is dat het voordeel van blind klikken bij weer kleiner is op een stalen dakplaat dan op een houten of betonnen ondergrond. Bij hout of beton is het enige echte weerrisico de fels zelf en de temperatuur van het staal. Bij een stalen dakplaat komt de conditie van de drager erbij: een damwandprofiel dat nat is geworden en vervolgens weer bevriest, kan een ijslaagje vormen tussen plaat en klem die net op dat moment gezet wordt, en dat geeft een schroef die niet goed aansluit op het plaatoppervlak. Zoals wij uitleggen bij [een klikdak op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat), gedraagt de klem zich op deze ondergrond anders bij trillen en bij uitzetten dan op een massieve drager, en dat gedrag wordt bij nat-koud weer minder voorspelbaar, niet meer. Wij adviseren daarom bij bevroren dauw of ijzel op de dakplaat zelf niet te schroeven, ook al zou het felsen van de banen erboven technisch kunnen doorgaan. Dat is een van de weinige situaties waarin wij zeggen dat klikken hier niet per se gunstiger uitpakt dan wachten, terwijl dat op een andere ondergrond wel zo zou zijn.
De schade die vorst en regen op deze ondergrond veroorzaken is meestal niet direct zichtbaar. Een schroef die in nat of bevroren plaatstaal is gezet, houdt de eerste maanden vaak gewoon stand, want de klem en de fels erboven nemen een deel van de belasting over. Het probleem komt naar boven bij de eerste stevige uitzetting in de zomer, wanneer de banen over hun klemmen bewegen zoals ze zijn ontworpen te doen. Een schroef die niet volledig grip had, trekt dan een fractie los, de klem gaat een beetje spelen, en op de plek waar dat gebeurt, bijvoorbeeld dicht bij een doorvoer of bij een aansluiting zoals wij die beschrijven bij [de dakrand op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat/dakrand), ontstaat een zwakke plek die je van bovenaf niet ziet maar die bij de volgende storm wel gaat spelen. Dat is precies waarom wij liever een halve dag stilliggen bij aanhoudende regen op een stalen dakplaat dan dat we met een compromis doorwerken dat pas na een jaar zichtbaar wordt.
Bij lichte motregen en temperaturen boven het vriespunt gaat het werk gewoon door, klemmen zetten en felsen inclusief. Bij aanhoudende regen stoppen we met schroeven in de dakplaat, maar kan het felsen van al gezette klemmen wel doorlopen. Bij vorst onder de grens van -15 graden ligt alles stil, en tussen 0 en -15 graden werken we, maar met meer aandacht voor opwarmtijd van de plaat en voor de manier waarop de eerste banen van de dag worden gelegd. Dat is geen vaste tabel die overal precies hetzelfde uitpakt, want de conditie van de specifieke dakplaat, de dikte van de isolatie daaronder en de windrichting op de bouwplaats maken allemaal verschil. Wilt u weten hoe dat voor uw project uitpakt, dan kijken wij dat graag mee op tekening, zonder dat daar kosten aan hangen.