Klikzink
Wie vraagt hoeveel er op een dag dicht kan, vraagt eigenlijk drie dingen tegelijk. Hoe lang zijn de banen die gelegd worden, hoeveel keer moet er onderweg iets bijzonders gebeuren, en met hoeveel man wordt er gewerkt. Op een stalen dakplaat als drager komt daar een vierde vraag bij die op andere ondergronden niet speelt: wat doet die dunne plaat onder de klem, en welke schroef zit daar eigenlijk in.
We geven hier geen vierkante meters per dag. Dat getal hangt zo sterk af van de situatie dat een belofte erover meer weg heeft van reclame dan van informatie. Wat we wel kunnen uitleggen is waar het tempo op vastloopt of juist op doorloopt, en dat is voor een dakdekker die moet plannen bruikbaarder dan een los cijfer.
Een baan wordt op maat gewalst, van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter afgekort. Hoe langer de baan, hoe minder overgangen er per vierkante meter dak nodig zijn, en overgangen zijn waar het werk vertraagt. Bij een dakvlak van twintig meter lengte kan in één stuk gewalst worden, en dan legt een ploeg de ene baan na de andere neer zonder dat er halverwege iets aangesloten moet worden. Bij een dakvlak dat door een dakraam, een schoorsteen of een kilgoot onderbroken wordt, moet elke baan rond dat detail heen gedacht worden voordat hij gelegd wordt. Dat kost geen minuten, dat kost overleg vooraf: wie de banen tekent, moet weten waar de sparingen komen, anders wordt er op het dak zelf nog gepast en geknipt, en dat is precies het werk dat we met een klikbaan willen vermijden.
Een leeg zadeldak met alleen een nok en een dakvoet is met recht een ander project dan een dak met twee dakramen, een schoorsteen door het midden en een aansluiting op een lagere aanbouw. Niet omdat de banen zelf anders liggen, maar omdat elk detail een onderbreking in het ritme is. De klemmen liggen op regelmatige afstand onder de fels, en dat regelmatige patroon werkt het snelst door als er niets tussenkomt. Zodra een baan rond een doorvoer moet, is dat een apart moment: de plaat wordt daar aangepast, de aansluiting wordt gemaakt, en pas daarna gaat het ritme van het gewone leggen weer verder. Op een dak met veel details ligt het tempo dus lager, niet omdat het klikprincipe daar minder goed werkt, maar omdat een groter deel van de dag naar de bijzondere plekken gaat en een kleiner deel naar het gewone vlak.
Blinde bevestiging met klemmen onder de fels betekent dat er geen schroef door de plaat heen hoeft, en dat scheelt een handeling per meter. Maar het scheelt geen mensen. Het leggen van een baan, het vastklikken op de klem, het controleren of de fels goed sluit: dat blijft werk voor minimaal twee man per rij, en meer mensen op een smal dakvlak helpen elkaar meestal niet vooruit. Op een breed, doorlopend vlak kunnen twee ploegen naast elkaar werken zonder elkaar in de weg te lopen, en dan verdubbelt het tempo ongeveer wel. Op een smal of versneden dakvlak, zoals bij een dak met veel kilgoten en hoekkepers, is er vaak maar aan één kant tegelijk zinvol werk te doen, en dan helpt een derde man niet zoveel als je zou denken.
Op een houten dakbeschot draait een schroef in massief hout, en dat hout geeft mee zonder dat de schroef zijn grip verliest. Op een damwand- of trapeziumplaat als drager zit die schroef in dun staal, meestal in de bovenflens van het profiel. Dat is een heel ander mechanisme. De klem wordt vastgezet in staal van misschien zeven of acht tiende millimeter, en de schroef moet daar zijn houvast vandaan halen zonder het gaatje uit te slijten. Bij het aandraaien is de marge kleiner dan in hout: te los en de klem zit niet vast, te vast en de schroefdraad in het dunne staal geeft het op. Dat is geen ingewikkelde handeling, maar het is wel een handeling die om iets meer aandacht per klem vraagt dan op een houten ondergrond, en die extra aandacht kost tijd. Op een dag met honderd klemmen scheelt dat weinig, op een dag met duizenden klemmen op een groot dakvlak telt het op.
Daar komt bij dat een stalen dakplaat anders beweegt dan hout. Bij temperatuurwisselingen zet de plaat zelf uit en krimpt weer, en dat gebeurt onder de klem die op zijn beurt de felsbaan vasthoudt terwijl die baan ook zelf uitzet. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en de klem is daarop gemaakt: hij laat de baan bewegen zonder dat de bevestiging daaronder lijdt. Bij trillingen, bijvoorbeeld door wind op een groot vrijliggend dakvlak, is de vraag niet of de klem het houdt, maar of de schroef in het dunne plaatstaal op de lange termijn zijn grip behoudt. Dat is precies waarom dit type ondergrond in de uitvoering iets minder toegeeflijk is dan hout: er is minder ruimte om een net-niet-goed vastgezette klem later nog te laten meewerken zonder dat het zichtbaar wordt.
Voor het dagtempo betekent dit twee dingen. Ten eerste dat het monteren van de klemmen zelf, los van de banen die erop klikken, op een stalen drager net iets meer tijd per stuk vraagt dan op hout, simpelweg omdat er zorgvuldiger aangedraaid moet worden. Ten tweede dat een deel van de dag naar controle gaat: bij een damwandplaat is het verstandig om de klemposities af te stemmen op de ribben van het profiel, en dat is een keuze die vooraf gemaakt wordt, niet iets dat de ploeg op het dak zelf oplost. Wordt dat vooraf goed uitgezocht, dan loopt het leggen daarna net zo door als op elke andere ondergrond. Wordt het niet vooraf uitgezocht, dan gaat er op het dak tijd verloren aan het opnieuw bepalen van klemposities, en dat is een vertraging die je met een half uurtje aan de tekentafel had kunnen voorkomen.
Een stalen dakplaat als drager is niet de ondergrond waarop het klikprincipe zijn tempo het beste laat zien. Op een aaneengesloten houten beschot, waar de schroef overal evenveel houvast heeft en er geen rekening gehouden hoeft te worden met de ligging van profielribben, gaat het leggen zelf net iets vlotter. Wie op een groot project onder tijdsdruk staat en de keuze heeft tussen een houten beschot en een dakplaat als drager, mag die dakplaat niet zien als een gelijkwaardig snel alternatief. Het is een prima ondergrond, en het dak dat er ligt is niet minder goed, maar het traject naar dat dak toe vraagt op de stalen plaat net iets meer voorbereiding en net iets meer aandacht per klem, en dat komt ergens in de planning terug.
Wie voor een project op een stalen dakplaat plant, doet er daarom goed aan om niet uit te gaan van het tempo dat op hout haalbaar is, en om de indeling van de banen en de klemposities vooraf op tekening te laten uitzoeken. Dat meedenken op tekening kost niets, en het is precies het moment waarop een groot deel van de vertraging die verderop op het dak zou kunnen ontstaan, wordt weggenomen voordat er één klem is gezet.