Klikzink
Bij een traditioneel dak met schroeven kunt u de zwakke plek meestal wel raden: het gat in de plaat. Bij een klikdak is die zwakke plek er niet, want er gaat geen schroef door de felsbaan heen. De klem waarmee onze banen vastzitten grijpt onder de fels en zit dus boven de ondergrond, niet erdoorheen. Dat verandert de vraag waar het misgaat. Niet bij het bevestigingspunt zelf, maar bij de dingen eromheen: de keuze van de klem, de manier waarop de plaat de klem draagt, en de aansluitingen waar de baan stopt.
We behandelen hier alleen de ondergrond zelf, OSB-plaat, en niet de aansluitingen bij nok, goot, dakraam of schoorsteen. Die staan elk op een eigen pagina, want daar spelen andere dingen dan de plaat.
Een klem onder een felsbaan wordt vastgezet met schroeven in de onderliggende plaat. Bij multiplex heeft die schroef veel houtvezel om zich in vast te zetten, in alle richtingen. OSB-plaat is opgebouwd uit houtspaanders die machinaal in lagen zijn geperst, en die structuur houdt een schroef anders vast dan massief hout. De uittrekwaarde ligt lager. Dat merkt u niet aan de klem zelf, die zit vast, maar aan wat er gebeurt als de plaat onder die klem in de loop van de jaren een klein beetje beweegt door vocht of temperatuur. Bij multiplex blijft de schroef muurvast zitten. Bij OSB kan een schroef die net te weinig grip had, na jaren een fractie speling krijgen. Dat is geen lek op zichzelf, maar het is wel de plek waar u bij een lekkage als eerste moet kijken: niet bovenop de plaat, maar onder de klem.
De praktijkconsequentie is dat het aantal klemmen per vierkante meter en het type schroef dat erin gaat, bij OSB minder ruimte voor de verkeerde keuze geeft dan bij multiplex. Een dakdekker die gewend is aan multiplex en op automatische piloot dezelfde schroef en dezelfde tussenafstand gebruikt op OSB, bouwt een risico in dat op de tekentafel niet zichtbaar is en pas na jaren merkbaar wordt.
OSB-plaat is aan het vlak zelf niet de kwetsbare plek. Kwetsbaar is de rand, de plek waar platen tegen elkaar aan liggen of waar een plaat een sponning heeft. Daar is de gelaagde structuur het meest gevoelig voor vocht, en juist daar zitten vaak de kopschotten van de dakconstructie waar klemmen dicht bij elkaar staan. Een voorbeeld uit de praktijk: bij een schuur met een dakvlak van OSB-platen die met de lange zijde parallel aan de dakvoet lagen, zat de eerste rij klemmen precies op de naad tussen twee platen. Die naad was niet waterdicht afgekit onder de folie, en jaren later bleek dat de rand van de plaat daar iets was gaan zwellen. Niet door de klikbaan, die lag er nog strak overheen, maar door vocht dat via de bouwfolie onder de plaat kwam en zich bij de naad ophoopte. Het lek zat dus niet in het klikdak, maar de klikbaan maskeerde het probleem tot het al erg was, omdat het dak er van boven volledig droog uitzag.
Dat is een verschil met een geschroefd dak dat de moeite waard is om te benoemen. Bij schroeven door de plaat ziet u een lek vaak eerder, omdat er bij elke doorboring een potentiƫle weg naar binnen is die u kunt inspecteren. Bij een klikdak zit er niets door de plaat heen, dus als er toch vocht bij de plaat komt, komt dat vrijwel altijd van de randen of van een aansluiting, niet van het felsdeel zelf. Wie op OSB werkt, moet die randen dus met meer aandacht afwerken dan bij multiplex, juist omdat het gevolg van een gemiste naad later moeilijker te zien is.
Het is niet allemaal in het nadeel van OSB. Omdat onze klemmen niet door de plaat prikken, is er geen doorboring die precies op de naad van twee platen kan uitkomen, wat bij een geschroefd systeem wel kan gebeuren als de plaatverdeling niet goed op de sparingen is afgestemd. Een schroef die toevallig op een OSB-naad terechtkomt, heeft daar minder houtvezel dan in het midden van een plaat, en dat is precies waar u geen zwakke schroefverbinding wilt. Bij onze klemmen kiest de dakdekker de positie los van waar de schroef door de plaat zou moeten, en kan hij dus bewust om de platennaden heen werken. Dat scheelt in de praktijk een aantal risicopunten die bij een traditioneel gefelst of geschroefd dak wel ontstaan.
Stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en de klemmen zijn erop gemaakt om die beweging op te vangen zonder dat de plaat meebeweegt. Dat werkt bij OSB net zo als bij multiplex, want de beweging zit in de baan en de klem, niet in de ondergrond. Waar het wel misgaat, is als een klem op de verkeerde plek is vastgezet, bijvoorbeeld te dicht bij een vaste aansluiting waardoor de baan daar niet kan bewegen. Dat is geen probleem van OSB specifiek, dat gebeurt op elke ondergrond, maar de gevolgen op OSB kunnen iets eerder zichtbaar worden omdat de plaat zelf minder tolerant is voor herhaalde kleine trillingen dan massief hout.
OSB is goedkoper dan multiplex en wordt bij nieuwbouw veel toegepast, en voor een groot deel van de daken die wij zien werkt dat prima. Maar bij daken met veel doorvoeren, complexe kilgoten of een gevel met veel aansluitingen, waar dus relatief veel klemmen dicht bij een rand of een sparing moeten komen, is multiplex vaak de veiligere keus. Niet omdat de klikbaan het daar niet zou doen, maar omdat de ondergrond dan minder foutmarge geeft op precies de plekken waar de meeste bevestigingspunten samenkomen. Bij een eenvoudig zadeldak met weinig doorbrekingen speelt dat verschil vrijwel geen rol.
Wij denken vooraf op tekening mee over waar de klemmen komen en welke ondergrond daarbij past, zonder kosten voor die toets. Dat is met name bij OSB de moeite waard, omdat de marge voor een verkeerd geplaatste klem daar kleiner is dan bij multiplex.