Klikzink

De dakkapel op OSB-plaat bevestigen

Een dakkapel is voor de bevestiging een ander project dan het dakvlak waarin hij staat. Waar een doorlopend dakvlak in principe één richting kent en een regelmatige rij klemmen, ontstaat rond een dakkapel een dakvlak in het dakvlak: een voorvlak, twee zijvlakken en de aansluiting op het hoofddak, elk met hun eigen indeling van de banen. De klemmen onder de fels moeten op elk van die vlakken opnieuw beginnen, en juist op de hoeken waar twee vlakken samenkomen wordt de OSB-plaat als ondergrond het meest bepalend.

OSB-plaat wordt bij nieuwbouw veel toegepast omdat het goedkoper is dan multiplex en makkelijk in grote platen te leveren. Voor onze bevestiging is dat op zichzelf geen probleem: de klem grijpt in het hout van de plaat, niet in een coating of een oppervlaktelaag, en de plaatdikte van 0,55 mm van de felsband zelf verandert niet mee met de ondergrond. Waar het wel verschil maakt, is de uittrekwaarde. OSB heeft een lagere uittrekwaarde dan multiplex, en op een dakkapel met vier korte vlakken en veel randen komt een groter deel van de klemmen relatief dicht bij een rand van de plaat te zitten dan op een groot, doorlopend dakvlak. Een klem die vlak bij de plaatrand zit, heeft minder hout om zich in vast te zetten, en dat telt op een dakkapel eerder op dan op een vlak zonder onderbrekingen.

De reden dat dit meespeelt, is de geometrie van de dakkapel zelf. Elk zijvlak is smal, vaak niet meer dan een baan of twee breed, en de banen op het voorvlak lopen door tot tegen de zijkant. Op de overgang van voorvlak naar zijvlak, en op de overgang naar het hoofddak, wordt de plaat vaak in kleinere stukken gelegd dan op een regelmatig dakvlak, met meer stootranden dan gebruikelijk. Meer stootranden betekent meer plekken waar een klem dicht bij de rand van een plaat moet worden gezet, en juist daar is OSB gevoeliger. Niet omdat de plaat het daar niet aankan, maar omdat de marge kleiner is dan bij multiplex.

Vocht aan de randen

De tweede eigenschap van OSB die op een dakkapel eerder een rol speelt dan op een vlak dakvlak, is de gevoeligheid voor vocht aan de randen. OSB is opgebouwd uit houtsnippers die met lijm zijn samengeperst, en die opbouw zwelt aan de randen sneller dan het middenvlak van de plaat wanneer er vocht bij komt. Op een dakkapel liggen relatief veel randen bloot aan het weer, simpelweg omdat er meer hoeken zijn: de aansluiting tussen zijvlak en voorvlak, de overgang naar het dakvlak eromheen, en de onderkant bij de dakvoet van de kapel zelf. Als daar tijdens de bouw wateroverlast optreedt, voordat de felsbanen erop liggen, kwamen die randen als eerste in aanraking met dat vocht en zwellen ze als eerste.

Een gezwollen rand is voor een klemmende bevestiging een ander probleem dan voor een schroefverbinding. Bij een schroef door de plaat merkt u het pas als de schroef gaat verroeren in een verweekte rand. Bij onze klemmen, die onder de fels grijpen zonder de plaat te doorboren, zit het probleem eerder in de vlakheid: een gezwollen randstrook geeft een lichte bult in het houtoppervlak, en daar overheen krijgt de klem niet dezelfde grip als op een vlakke, droge ondergrond. Op het brede middenvlak van een dakkapel valt dat zelden op. Precies op de hoeken, waar de klemmen toch al dicht bij een plaatrand staan door de kleinere platen, komt het wel voor.

Vier aansluitingen tegelijk

Wat een dakkapel verder onderscheidt van een enkelvoudig detail is dat de bevestiging op vier aansluitingen tegelijk moet functioneren, en dat die aansluitingen elkaar beïnvloeden. De aansluiting op de nok van de kapel zelf, de aansluiting bij de dakvoet onderaan, de twee zijkanten waar de kapel het hoofddak raakt, en de overgang naar het dakvlak waarin de kapel staat: elk van die lijnen heeft een eigen opbouw, met een eigen randafwerking in zink of stalen felsband, en de klemmen op het vlak ertussen moeten zich daarnaar voegen. Bij een dakkapel op een schuin dak loopt de rij klemmen op het voorvlak bijvoorbeeld niet gelijk door met de rij op het hoofddak, omdat de dakkapel er als een aparte doos in staat. Zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/osb-plaat/nok), wordt die kop van de kapel als een eigen lijn behandeld, met een eigen randbevestiging die los staat van het vlak. Datzelfde geldt voor de onderkant: [de dakvoet op OSB-plaat](/bevestiging/osb-plaat/dakvoet) wordt op een dakkapel net zo goed apart ingedeeld, en de klemmenrij op het vlak van de kapel moet daar precies op aansluiten zonder dat de laatste baan te kort of te smal wordt.

Waar het misgaat

De fout die op een dakkapel vaker voorkomt dan op een regulier dakvlak, is dat de indeling van de banen niet is doorgerekend voordat de klemmen worden gezet. Doordat de vlakken smal zijn, valt een verkeerde baanbreedte eerder op en dwingt hij tot een oplossing die de bevestiging verstoort: een extra klem net over de rand van een plaatstuk, of een klem die door de smalle marge van het zijvlak dichter bij de dakrand komt te staan dan de bedoeling was. Op een groot dakvlak kan een baan een paar centimeter breder of smaller worden gemaakt zonder dat het opvalt. Op het zijvlak van een dakkapel, dat vaak niet meer dan zestig tot tachtig centimeter breed is, is die marge er niet.

De tweede fout ontstaat bij de platen zelf. Omdat een dakkapel uit kleinere, op maat gezaagde stukken OSB wordt opgebouwd, komen er meer voegen voor dan op een doorlopend dakvlak. Elke voeg is in principe een plek waar de plaat aan twee kanten een rand heeft, en dus een plek met een lagere uittrekwaarde dan het midden van een paneel. Wie de klemmen zonder aanpassing over die voegen heen zet, zoals bij een groot vlak zou gebeuren, zet een deel van de bevestiging op de zwakste plek van de ondergrond. Op multiplex valt dat meestal mee. Op OSB, met zijn van nature al lagere uittrekwaarde, is dat de plek waar een klem het eerst speling kan krijgen.

Voor de opdrachtgever en de architect is het praktische gevolg dat een dakkapel op OSB-plaat om een indeling vooraf vraagt, niet om een indeling die tijdens het leggen wordt bijgesteld. Wij denken daar zonder kosten in mee op tekening, juist omdat een dakkapel met zijn vier aansluitingen minder ruimte laat om onderweg iets recht te trekken dan een enkelvoudig dakvlak. Wanneer de platen op de juiste maat liggen, de voegen niet samenvallen met de geplande klemmen, en de randen droog zijn gebleven tot de banen erop liggen, is er geen aanleiding om de dakkapel anders te behandelen dan zijn omgeving. Het is vooral de combinatie van veel hoeken en een ondergrond met minder marge die vraagt om het van tevoren uit te tekenen in plaats van ter plekke te improviseren.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink